Home
/ Nieuws
/ Régis Loisel belt aan bij ‘Het laatste huis net voor het bos’
Régis Loisel belt aan bij ‘Het laatste huis net voor het bos’
Er zijn zo van die auteurs van wie je weet dat vanaf hun eerste potloodstreep of hun eerste woord op een wit blad een meesterwerk zal ontstaan. De Franse stripauteur Régis Loisel is zo iemand. Hij werd in de jaren tachtig bekend met de stripreeks Op zoek naar de tijdvogel, in samenwerking met scenarist Serge Le Tendre en tekenaars Mohamed Aouamri en Vincent Mallié, maar schreef en tekende ook de serie Peter Pan. Daarna volgde het onvergetelijke Magasin Général, samen met Jean-Louis Tripp. Met scenarist Jan-Blaise Djian en tekenaar Vincent Mallié maakte hij de serie De grote dode en met tekenaar Olivier Pont een nieuw hoogtepunt in een al indrukwekkend oeuvre, de vierdelige reeks Een godverdomse klootzak.
Dit voorjaar verschijnt het album Het laatste huis net voor het bos, naar een idee van en in samenwerking met scenarist Jean-Blaise Djian.
Thema? Een op zijn minst gezegd ontwrichte familie. Zoon Pierrot is spuuglelijk maar zijn moeder heeft hem met voodoo betoverd, zodat hij zelf denkt dat hij onweerstaanbaar is, terwijl alle vrouwen in zijn buurt hem het liefst willen mijden. Die moeder, Yvette, woont met haar man, die in een standbeeld is veranderd, in het laatste huis net voor het bos, omringd door een entourage van zelfgemaakte vreemde wezens en angstaanjagende vleesetende planten. En er is ook nog de prostituee Mimi die de gemoederen behoorlijk weet te beroeren.
Kindertijd
Zo’n bizar thema, dat moet een wat langere ontstaansgeschiedenis hebben. Zo vertelde Loisel al in 2005 in interviews.
Ik herinner me een nachtvlucht, alles was donker, we vlogen boven Montreal … Al die lichtjes, zo prachtig was dat. In de verte zag je een grote zwarte vlek, waarschijnlijk lag daar een woud, en hier en daar waren er nog een paar lichtjes waar ik me gehuchten bij voorstelde. Ik begon weg te dromen en fantaseerde over het laatste huis waar nog licht brandde, het huis aan het einde van het dorp, waarachter zich alleen nog de eindeloze Canadese bossen uitstrekten … Dat volstond als aanzet om een verhaal te verzinnen in die sfeer, over een huis op het einde van de wereld. Bij mij vertrekt de impuls om te tekenen altijd van het verlangen om een verhaal te vertellen, in dit geval het verhaal dat ik me die nacht voorstelde toen ik over Montreal vloog. Eerst moet ik een bepaalde sfeer verkennen en er mijn hoogsteigen gevoelens aan koppelen. Dat beeld van het laatste huis voor het bos voert me terug naar mijn kindertijd. Ik zie het voor me zoals ik er als kind naar zou hebben gekeken.
Maar, Régis, het zou nog bijna twee decennia duren voor die herinnering een vervolg kreeg.
Aan de oorsprong van dit project ligt een idee van Jean-Blaise. Hij stuurde me geregeld scenario’s en vroeg me dan wat ik ervan vond. Op den duur waren het er te veel, ik had geen tijd om ze allemaal te lezen. Nu leest mijn vrouw – zijn nicht – ze. Op een dag ontdekte ze een verhaal met de titel Macumba. Ze zag meteen dat er iets in zat dat me zou aanspreken. En inderdaad, ik vond het een leuk idee. Het ging over een heel lelijke kerel die, als hij zichzelf bekijkt in een spiegel of in een raam, een mooie jonge god ziet staan, met de fysionomie en de lichaamsbouw van een Amerikaanse filmster. Hij begrijpt dan ook totaal niet waarom hij geen succes heeft bij het andere geslacht!
Kleine beestjes
De groteske kant van het verhaal sprak je aan?
Ja, maar niet alleen dat. Toen ik de passage las waarin de man door een park loopt met kleine monsters die zich in het struikgewas verbergen, zag ik meteen de scène voor me: imposante bomen, vreemde beesten die rond een mysterieus huis sluipen … Ik vond de sfeer geweldig, maar ik was minder overtuigd van de manier waarop het verhaal zich verder ontwikkelde. Die kleine wereld had een enorm potentieel en maakte voor een groot deel de charme uit van dit verhaal, maar het ging allemaal verloren ten gunste van een detectiveverhaal dat Jean-Blaise bedacht had en dat zich afspeelde in Pigalle in de jaren zestig. Het had niks meer te maken met de sfeer van dat huis in de Parijse banlieue. Wat mij betreft was de magie weg. Het verhaal sprak me op slag minder aan. Ik besprak het meermaals met Jean-Blaise en stelde voor om zijn verhaal samen met hem uit te werken.
Zo ontstond er dus een nieuwe versie van het verhaal.
En vanaf de eerste pagina had ik er plezier in om het verhaal te vertellen. Ik sloot opnieuw aan met de korte verhalen die ik in de jaren zeventig, aan het begin van mijn carrière, maakte voor tijdschriften links en rechts. Daarmee knoopte ik de eindjes aan elkaar, tot ik met Serge [Le Tendre] aan Op zoek naar de tijdvogel begon. Het waren vaak verhalen die zich ‘s nachts afspeelden in een sombere omgeving met mysterieuze kleine beestjes … Ze ademden hun eigen sfeer, maar wat ze gemeen hadden, was een soort donkere humor, een discrepantie tussen de realiteit en een ietwat bizarre fictieve wereld. In 1978 werden die verhalen gebundeld in Les Nocturnes. In het verhaal van Jean-Blaise zag ik meteen het potentieel van de verbeeldingskracht. Het deed me denken aan wat ik in mijn vroege jaren maakte, en zodra er een meer uitgewerkt scenario op tafel lag, had ik zin om erin te duiken.
Vrijheid
Je knoopt aan bij dit universum maar met de ervaring die je ondertussen, met name dankzij Magasin Général, hebt opgedaan.
Klopt. Ik wilde meteen dezelfde vrijheid en energie terugvinden die in Magasin Général zaten. De laatste strook van de tweede plaat van dit album illustreert de grafische vrijheid die ik probeerde te bereiken. Soms is het me gelukt. Zo hou ik erg veel van de sequenties die zich afspelen in het vreemde park, bij de grote serre: daar hangt een sfeer in de geest van de film La belle et la bête van Cocteau. De tekenstijl is los, ongebonden, vrij … helemaal zoals ik het wil! Om die onheilspellende plek te evoceren, een oud achttiende-eeuws park dat overwoekerd is door de weelderige vegetatie, wilde ik beschikken over een tomeloze grafische vrijheid, ook al blijft alles goed gestructureerd. En het werkt, het komt geloofwaardig over.
Bron: Het laatste huis net voor het bos, zwart-wituitgave
Het laatste huis net voor het bos
Mamacumba leidt haar huishouden met ijzeren hand dankzij haar mysterieuze voodookrachten. Ze woont in het laatste huis net voor het bos, samen met haar man, de kolonel, die ze in een standbeeld heeft veranderd, haar personeel, wezens die ze zelf heeft geschapen, en een serre vol vleesetende planten die snakken naar mensenvlees. Haar zoon, Pierrot, die ze ook heeft betoverd en die gelooft dat hij onweerstaanbaar is – ondanks zijn lelijke uiterlijk – komt hen opzoeken voor de verjaardag van de kolonel. Het feest loopt helemaal in het honderd wanneer een vreemd geschenk opduikt: Mimi, een charmante prostituee die niemand ... lees meer onberoerd laat… daar in het laatste huis net voor het bos.
€ 35,00
Er verschijnt ook een zwart-wit hard cover van Het laatste huis net voor het bos met 20 pagina’s extra (o.a. interview met Régis Loisel, schetsen en storyboards).
Het laatste huis net voor het bos
Mamacumba leidt haar huishouden met ijzeren hand dankzij haar mysterieuze voodookrachten. Ze woont in het laatste huis net voor het bos, samen met haar man, de kolonel, die ze in een standbeeld heeft veranderd, haar personeel, wezens die ze zelf heeft geschapen, en een serre vol vleesetende planten die snakken naar mensenvlees. Haar zoon, Piet, die ze ook heeft betoverd en die gelooft dat hij onweerstaanbaar is – ondanks zijn lelijke uiterlijk – komt hen opzoeken voor de verjaardag van de kolonel. Het feest loopt helemaal in het honderd wanneer een vreemd geschenk opduikt: Mimi, een charmante prostituee die niemand ... lees meer onberoerd laat… daar in het laatste huis net voor het bos.