interview

Simon Spruyt trekt alle registers open met ‘De tamboer van Borodino’

Tromgeroffel en hoorngeschal, want hier is Simon Spruyt met De tamboer van Borodino. Een verhaal over ene Vincent Bosse, een onschuldig uitziende jongeman die tegen wil en dank ingelijfd wordt bij het keizerlijke leger, niet in de vuurlinie maar wel als tamboer. Hij zal zijn vaderland nooit weerzien. Achtenveertig jaar later worstelt een oude Rus nog steeds met zijn eigen rol in het verhaal.

Wie is Vincent Bosse, wie is ‘de tamboer’?
Simon Spruyt: Vincent Bosse is een nevenpersonage in het verhaal van Petja Rostov, de jongste van de Rostovs, die op zijn beurt al een nevenpersonage is in Oorlog en Vrede van Tolstoj. Hij komt maar enkele pagina’s voor in Tolstojs turf, en is zowat het prototype van de kwetsbare, onschuldige jongeling. Tolstoj gebruikt hem vooral als echo van de jeugdige onschuld van Petja zelf, en om de goedheid van Petja in de verf te zetten wanneer die zich over de jongen ontfermt. Omdat het zo’n secundair personage is, had ik veel vrijheid om zijn verhaal zelf in te vullen.

Wat wil je vertellen met De tamboer van Borodino
Spruyt: Met De tamboer van Borodino ga ik dieper in op de vraag of er zoiets kan bestaan als individuele onschuld te midden van een waanzinnige crisis zoals Napoleons Russische veldtocht. Wat kan onschuld betekenen in een situatie waarin moraliteit het moet afleggen tegen overleven? Het is een universeel thema waar we ons allemaal wel iets bij kunnen voorstellen, al manifesteert het zich meestal niet zo extreem.

Hoe is het verhaal ontstaan?
Spruyt:
Een tiental jaar geleden, na het lezen van Oorlog en Vrede, had ik voor de lol enkele pagina’s getekend rond Petja Rostov. Toen Le Lombard mij twee jaar geleden benaderde om met hen een boek te maken, was dat een van de dingen
die ik hen had voorgelegd. Ze waren enthousiast, en na wat vruchtbare cafédiscussies met mijn uitgever, Mathias Vincent, is dat project uitgegroeid tot De tamboer van Borodino.

Vincent Bosse valt op door zijn karakteristieke engelengezicht. Een symbolische figuur?
Spruyt:
Of uiterlijke schijn. Vincent wordt in elk geval door zijn omgeving als een engeltje ervaren. Zijn onschuldige uitstraling trekt de andere personages aan, die hem in bescherming willen nemen. Vincent is zich daarvan bewust en
weet ervan te profiteren, maar worstelt wel met de verantwoordelijkheid die die
aantrekkingskracht met zich meebrengt.

De korporaal doet wat denken aan een figuur van Bosch uit de Kruisdraging…
Spruyt:
Klopt, hij is zo goed als een kopie van een van de ‘vetzakken’ (een typetje in ‘Het Peulengaleis’, nvdr). Het schilderij was een rechtstreekse inspiratie: het hoofdpersonage Jezus is het enige mooie snoetje in een soep van groteske, karikaturale koppen, net als Vincent Bosse.

Je tekenwerk spreekt weer tot de verbeelding…
Spruyt:
Het voelde een beetje als een synthese tussen Junker, Papa Zoglu en Bouvaert. Het ‘realisme’ van Bouvaert, de stilering van Junker en de waterverf van Papa Zoglu. Ik heb me kunnen uitleven. (lacht) Had je zelf graag in die tijd geleefd, of toch blij dat je nu leeft? Spruyt: Vooral blij waar ik nu leef. In Vincents tijd zullen er ook wel aangename plaatsen geweest zijn om te leven, maar het Franse leger in Rusland is daar niet een van. (lacht) Dan ben ik blij dat
ik stripauteur ben in België, en geen tamboer ergens ten velde.

Een interview uit BM Mag.

► Lees hier de eerste pagina’s van ‘De tamboer van Borodino’

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief