leesfragment

‘Souvenir’ van Suzanne Vermeer

Nienke en haar moeder Carolien zijn op vakantie in Umbrië, waar ze een kookcursus combineren met wijnproeven en uitstapjes in de regio. Dan verdwijnt Carolien. Ze blijkt een taxi naar Florence te hebben genomen, de stad waar ze als tiener heeft gewoond, maar daar loopt het spoor dood. Nienke is ten einde raad. Haar moeder lijdt aan de ziekte van Alzheimer en lijkt niet te weten wat ze doet. Met niets anders dan een medaillon als aanwijzing gaat ze op onderzoek uit…

Lees hier alvast het eerste hoofdstuk van de nieuwste Suzanne Vermeer Souvenir!

1

Over de glibberige grindgewassen tegels, die groen zien van de aanslag, loopt Nienke naar de voordeur van haar moeders huis. Ze zal het pad straks even moeten schoonmaken. Haar moeder staat al zo wankel op haar benen en het zou een ramp zijn als ze zou uitglijden en iets brak. Het zou haar weer een stuk zelfstandigheid ontnemen. Bovendien zou het een streep trekken door hun ophanden zijnde vakantie naar Umbrië.

Vertedering en verdriet overvallen Nienke als ze haar moeder met haar rug naar het raam aan de grote tafel in de kamer ziet zitten. Ze heeft haar T-shirt vanochtend binnenstebuiten aangetrokken. De tafel is bezaaid met origamipapier in alle kleuren van de regenboog. Aan de licht gekromde rug ziet ze dat haar moeder in opperste concentratie verkeert. Nienke kan wel raden wat ze aan het doen is; de zoveelste kraanvogel vouwen die in een ton in de woonkamer zal belanden, met op zijn vleugels de datum van vandaag gekrabbeld. Haar moeder is er twee jaar geleden mee begonnen en het begint steeds meer op een obsessie te lijken, net als de onbedwingbare behoefte om scrabble te spelen. Elke dag waarop ze weer een kraanvogel heeft gevouwen en een potje scrabble heeft weten uit te spelen, voelt als een kleine overwinning – het is een teken dat ze het monster alzheimer weer een dag op afstand heeft weten te houden. Twee jaar geleden is de diagnose gesteld en sinds een jaar zijn Nienke en haar zus Noor ook op de hoogte. Naast ‘alleenstaande moeder’ staat er sinds die tijd ook ‘mantelzorger’ op Nienkes CV.

Hoe mis ze het hadden, bleek wel toen hun moeders arts hun het fenomeen ‘vroege alzheimer’ uitlegde.
Toen haar moeder haar en Noor met tranen in haar ogen vertelde wat er aan de hand was, riepen ze allebei uit: ‘Maar je bent nog zo jong! Je bent de vijftig net gepasseerd!’ Alzheimer was in hun beleving iets wat zich pas op latere leeftijd openbaarde en in elk geval niet voor je zeventigste. Hoe mis ze het hadden, bleek wel toen hun moeders arts hun het fenomeen ‘vroege alzheimer’ uitlegde. Hun moeder zat er stilletjes bij. Starend naar haar handen in haar schoot. Een geslagen hond die wist dat er nog veel meer klappen zouden komen. Het was zeer pijnlijk om te zien. Hun moeder die altijd zo zelfstandig was, een feilloos geheugen had en zich door niemand de kaas van het brood liet eten. Unithoofd op de afdeling Oncologie van het Leids Universitair Medisch Centrum, bestuurslid van de plaatselijke tennisvereniging, initiator en gastvrouw van een leesclub voor Nederlandse en vertaalde literatuur, vrijwilligster voor het Leger des Heils en De Zonnebloem. De activiteitenlijst was eindeloos en het sociale leven van haar moeder overvol. Na het plotselinge overlijden van haar man David in 2007 aan een hartstilstand had ze na een periode van rouw haar leven weer voortvarend opgepakt, tot opluchting en grote trots van Nienke en Noor. Als er iemand midden in het leven stond, dan was het hun moeder wel en het was extreem frustrerend om te zien hoe Carolien op het moment worstelde om alle ballen in de lucht te houden en soms niet eens doorhad dat er eentje viel. Het was moeilijk te accepteren dat de rollen in hun gezin steeds verder kantelden. Waar zij en Noor altijd op Carolien hadden geleund, moesten ze nu meer en meer de moederrol op zich nemen en hun kindrol steeds verder loslaten. Regelmatig voelt Nienke zich verweesd en ze weet dat haar zus met dezelfde gevoelens kampt, ook al laat ze zich daar niet vaak over uit.

Met moeite maakt Nienke zich los van het tafereel dat ze door het raam ziet. Als je niet beter zou weten, dan lijkt het zo vredig. Gewoon een vrouw aan een tafel die met veel plezier haar hobby uitoefent en nog een hele toekomst voor zich heeft. Het valt moeilijk te rijmen met het toekomstbeeld dat dokter Van Kampen haar en Noor heeft voorgespiegeld, van een vrouw die uiteindelijk niet eens meer in staat zal zijn om zelfstandig te eten. Ze huivert en wrijft over haar met kippenvel bedekte armen. Dat is van latere zorg, nu is het nog niet zover. Nienke schudt het horrorbeeld letterlijk van zich af en drukt op de bel. Het geluid is buiten te horen. Geduldig wacht ze tot haar moeder de deur opendoet en haar met een wazige blik aankijkt.

‘Ha, mam.’

De blik in haar moeders ogen blijft verstrooid en ze lijkt iets terug te deinzen als Nienke haar een kus op haar wang geeft. Nienke houdt ongemerkt haar adem in en wacht af. Gelukkig, daar is-ie dan, de blik van herkenning. ‘Wat leuk, lieverd, was je in de buurt? Kom binnen, dan zet ik een kop thee.’

Een zucht van opluchting ontsnapt aan Nienkes lippen als ze haar moeder naar binnen volgt. Als Carolien meteen doorloopt naar de keuken moet Nienke zich bedwingen. Ze heeft de neiging haar moeder te veel uit handen te nemen en dat heeft al vaker tot irritaties en discussies geleid. Ze gaat aan de tafel met origamiblaadjes zitten terwijl haar moeder theezet. Nienke pakt een gele, half afgevouwen kraanvogel en laat hem door haar handen gaan. Legt hem terug, verzamelt alle vouwblaadjes en rangschikt ze in keurig op kleur geselecteerde stapeltjes. De halve kraanvogel en een nieuw geel vouwblaadje legt ze alvast klaar. De waterkoker slaat met een klik af en haar moeder komt de kamer in lopen. Doelgericht loopt Carolien in de richting van de servieskast, maar blijft dan plots staan. Nienke ziet de blik in haar ogen weer vervagen. Vragend kijkt ze om zich heen. Blijf bij me, mam, smeekt Nienke in gedachten. ‘Doe mij maar gewoon thee in een mok hoor, mam.’ Nienke hoopt dat deze aanwijzing haar moeder weer op het goede spoor zet. Dat ze zich weer kan herinneren waar ze mee bezig is zonder dat ze haar desoriëntatie hoeven te benoemen. Het werkt.

‘Ah ja, een mok. Dat is ook net zo makkelijk.’
‘Ah ja, een mok. Dat is ook net zo makkelijk.’

‘Ik zag die van papa laatst nog in de keukenkast boven het aanrecht staan,’ hint Nienke verder om haar moeder naar de juiste locatie te dirigeren. Ze ziet dat Carolien de info verwerkt en weer in de keuken verdwijnt. Dichtslaande keukenkastjes en weer het geklik van de afslaande waterkoker, het geluid van porselein dat op een aanrechtblad wordt gezet. Het lijkt de goede kant op te gaan. Met een beetje mazzel krijgt ze vandaag nog een kop thee.

Geduld is iets wat Nienke de afgelopen tijd heeft moeten leren. De traagheid van haar moeder staat haaks op haar eigen hectische leven met haar zesjarige zoon Levi, waarin alles door elkaar loopt en er altijd tijd te kort is. En dan heeft ze ook haar werk nog als secretaresse bij de poli Dermatologie in hetzelfde ziekenhuis waar haar moeder tot voor kort werkte. Levi’s vader betaalt haar wel alimentatie, maar het is niet genoeg om volledig van rond te komen. De man is net zo gierig als hij rijk is. Ze hebben gedeeld ouderschap, maar Kevin laat steeds meer doorschemeren dat hij eigenlijk de volledige voogdij wil hebben. Opgestookt door zijn ouders, die haar nooit goed genoeg hebben gevonden voor hun ‘fantastische zoon’, laat hij haar steeds vaker weten dat Levi beter af zou zijn bij hem. Steeds vaker schendt hij gemaakte afspraken en de ruzies lopen soms hoog op. Tot nu toe is ze niet gevoelig geweest voor zijn dreigementen en daarom trekt hij sinds kort ook de emotionele kaart. Ik maak me zorgen om je, Nienke. Je ziet er zo moe uit. Slaap je wel goed? Heb je af en toe nog weleens tijd voor jezelf? Na dat riedeltje komt altijd de ultieme troef. Hoe fijn zou het niet zijn als je wat meer tijd hebt om voor je moeder te zorgen? Ik wil met alle liefde Levi wat vaker van je overnemen. Op de momenten dat hij haar moeders gezondheidssituatie schaamteloos misbruikt voor zijn eigen gewin, knapt er iets in haar en moet ze zich inhouden om hem niet te lijf te gaan. ‘Je kunt me beter meer alimentatie betalen zodat ik minder kan gaan werken. Dan wordt Levi niet bij zíjn moeder weggehaald en heb ik meer tijd om voor míjn moeder te zorgen,’ bijt ze hem dan knarsetandend toe. Uiteraard is meer alimentatie niet bespreekbaar. Hij wil alleen helpen in natura (lees: haar ouderschapsuren inperken), dat is lekker concreet en dan weet hij zeker dat zijn hulp honderd procent wordt besteed aan zijn zoon. Want ja, tegenwoordig wist je het maar nooit als je geld overmaakte aan een goed doel. Misbruik ligt altijd op de loer. Van zijn liefhebbende echtgenote is ze nu getransformeerd in een clandestien goed doel en regelmatig vraagt ze zich af hoe het toch zover heeft kunnen komen.

De waterkoker klikt voor de derde keer en Nienke besluit dat het nu tijd is om in te grijpen voordat het ding droogkookt. Ze loopt naar de keuken en ziet haar moeder wezenloos uit het raam staren, naar de overbuurjongen die een balletje hooghoudt. ‘Lukt het, mam?’

Haar moeder schrikt en draait zich met een verwilderde blik in haar ogen om.
Haar moeder schrikt en draait zich met een verwilderde blik in haar ogen om. ‘Hé, Nienke, wat een verrassing. Ik heb de bel helemaal niet gehoord, ben je binnengekomen met de sleutel? Ik ben net thee aan het zetten, jij ook een kop?’

‘Dat lijkt me heerlijk, mam.’ Carolien zet de waterkoker voor een vierde keer aan en Nienke wacht geduldig tot hij weer afslaat. Voordat haar moeder weer vergeet waar ze mee bezig is, geeft Nienke haar twee zakjes Pickwick Zen-kruidenthee aan.

‘Dank je wel, schat.’ Haar moeder hangt de zakjes in de dampende mokken en de geur van kamille en lavendel dringt Nienkes neus binnen. Ze pakt de mokken en neemt ze mee naar de kamer, haar moeder volgt met de Delfts blauwe theezakjesschoteltjes en de Curver-cakedoos met de laatste plakken van een zelfgebakken kruidkoek. Nienke slaat haar handen om haar mok heen en blaast. De hete waterdamp zet haar gezichtsporiën open. ‘Verheug je je al een beetje op Italië, mam?’

‘Italië?’

‘Je weet wel, onze vakantie in Umbrië? Die kookcursus die ik je voor je verjaardag heb gegeven? We gaan binnenkort een weekje naar een leuke bed and breakfast in Todi die gerund wordt door een Nederlands stel.’

‘Ah, ja, natuurlijk,’ antwoordt Carolien, maar aan alles is te zien dat ze geen flauw idee heeft waar Nienke het over heeft. ‘Kijk, ik zal je wat foto’s laten zien.’ Nienke pakt haar iPad uit haar tas, maakt verbinding met de wifi en klikt op de bovenste link in haar bladwijzermenu. ‘Il Ghiottone Umbro,’ leest haar moeder hardop voor. De Italiaanse woorden rollen sierlijk over haar tong en er verschijnt een twinkeling in haar ogen die Nienke al een hele tijd niet heeft gezien. ‘Logeren in een achttiende-eeuwse molen net buiten de historische muur van Todi.’ Langzaam scrolt Nienke door de foto’s, zodat Carolien de kans krijgt de plaatjes goed in zich op te nemen. ‘Zie je ons al zitten?’ Nienke wijst naar een terras waar een dak van blauweregen boven hangt en dat uitkijkt op een prachtige groene vallei en een kerk. De blik in haar moeders ogen wordt nu dromerig. ‘Bella Italia. Ik heb daar nog een paar jaar gewoond, wist je dat?’

Nienke knikt. ‘Vertel eens.’

‘Jouw opa, mijn vader, gaf een paar jaar les aan de universiteit van Florence en ik ging daar toen naar een internationale school, de International Academy of Florence.’

‘Vond je het leuk om een paar jaar in het buitenland te wonen?’

Ik had een moeilijke leeftijd toen we vertrokken, ik was veertien en zat midden in de puberteit.
‘Ik had een moeilijke leeftijd toen we vertrokken, ik was veertien en zat midden in de puberteit. Ik was erg aan het worstelen met mezelf en vond het vreselijk dat ik uit mijn eigen omgeving werd gehaald, terwijl ik toch al zo onzeker was. En dat ik mijn vrienden en vriendinnen moest achterlaten, vond ik een drama. Ik had net een maand verkering met een jongen op wie ik al een jaar smoorverliefd was, toen mijn ouders me doodleuk vertelden dat we voor onbepaalde tijd naar Italië gingen verhuizen. Het heeft een tijd geduurd voordat ik daar mijn draai vond. Uiteindelijk zijn we drie jaar gebleven.’

‘Maar je hebt het daar toch uiteindelijk ook wel een beetje leuk gehad?’

‘Jawel hoor.’

‘Nou, dat klinkt niet heel enthousiast.’

‘Toen ik goed gewend was, gingen we weer terug naar Nederland en kon ik weer opnieuw beginnen. Al mijn voormalige Nederlandse vrienden stonden op het punt om uit te vliegen en toen ik ze weer terugzag, miste er iets. We hadden geen aansluiting meer. Drie jaar is lang als je niet tot nauwelijks contact hebt.’

‘Waarom heb je geen contact gehouden?’

‘Het waren andere tijden, Nienke. Wij hadden toen nog geen internet, Skype, WhatsApp en zo. Wij schreven nog ouderwetse brieven in de jaren tachtig. De eerste maanden na mijn vertrek naar Italië kwamen er nog wel wat enveloppen binnen, maar snel daarna droogde de stroom op tot af en toe nog een verdwaalde nietszeggende kaart met “Groeten uit Holland”. Uit het oog, uit het hart, hè. Zo gaat dat nou eenmaal. Het leven in Nederland ging ook verder zonder mij. Iedereen was druk met zijn eigen leven en sores.’ Carolien haalt met een trieste uitdrukking op haar gezicht haar schouders op.

‘Eigenlijk zat jij in een voorloper van Ik vertrek.’ Nienke legt haar hand op die van Carolien.

‘Ik vertrek?’

‘Dat televisieprogramma waarin mensen een nieuw leven beginnen in het buitenland. Doet er verder niet toe.’

Als haar moeder praat over vroeger is ze helder en gedetailleerd.
‘Ah, ja.’

‘Waarom gingen jullie na drie jaar alweer terug naar Nederland?’ Nienke weet het antwoord, maar vraagt toch naar de bekende weg. Als haar moeder praat over vroeger is ze helder en gedetailleerd. Dan lijkt het net of er niets met haar aan de hand is. Dan zijn ze weer even een ‘normale’ moeder en dochter die keuvelen over ditjes en datjes en herinneringen ophalen. Hoewel altijd wordt beweerd dat het niet goed is om in het verleden te blijven hangen, ziet Nienke er in het geval van haar moeder toch zeker de voordelen van. Caroliens kortetermijngeheugen is in deze fase van haar alzheimer het probleem en soms is het heel fijn om even aan het heden te ontsnappen. Ze opent de Curver-box en zet haar tanden in een stuk kruidkoek. Na een paar happen spoelt ze de smaak van vroeger genietend weg met een slok thee.

‘Dat heb je van je vader.’

‘Wat?’

‘Die voorliefde voor kruidkoek.’ Carolien krijgt een vertederde glimlach op haar gezicht. ‘Vanaf onze huwelijksdag bakte ik elke zondag zo’n cake en daar ben ik nooit mee opgehouden.’

‘Ik hoop dat je dat nog heel lang kunt doen, mam. Maar vertel eens, waarom gingen jullie na drie jaar alweer terug naar Nederland?’

Caroliens gezicht betrekt en ze lijkt dicht te klappen. De verandering in haar houding is zo opvallend dat het niet te negeren valt.

‘Wat is er, mam?’ vraagt Nienke bezorgd.

‘Niets, er is niets. We gingen terug naar Nederland omdat opa een baan aangeboden kreeg aan de universiteit van Leiden.’ Caroliens ogen draaien kort naar links als ze de woorden uitspreekt en ze vermijdt zorgvuldig elk oogcontact met Nienke.

‘Heb je nog weleens contact gehad met een van je Italiaanse vrienden uit die tijd?’

‘Nee. Toen we daar weggingen heb ik dat afgesloten. Ik ben niet zo van de langeafstandsrelaties.’

‘Hmm, relaties… Was je verliefd?’
‘Hmm, relaties… Was je verliefd?’ vraagt Nienke met een knipoog.

Haar moeder schudt het hoofd, maar Nienke ziet dat ze het er moeilijk mee heeft. Daarna lijkt ze eventjes helemaal van de wereld. Doorvragen of laten gaan? denkt Nienke. Haar moeder heeft nooit veel losgelaten over de jaren dat ze in Italië woonde. Wel wat algemeenheden over het land waar ze haar hart aan verloren heeft, maar nooit over specifieke mensen die ze daar in die tijd heeft ontmoet. Geen anekdotes, geen smeuïge verhalen, niets. Nienke heeft nooit doorgevraagd, maar sinds de ziekte van haar moeder zich geopenbaard heeft en steeds meer van haar herinneringen wegvreet, wordt de behoefte steeds groter om alles wat in het hoofd van haar moeder zit te redden. Om alle herinneringen van haar moeder over te pompen naar haar eigen hoofd om te voorkomen dat ze verloren gaan. Op die manier haar zo veel en zo lang mogelijk bij elkaar te houden, voordat ze uiteindelijk uit elkaar valt in scherven die niet meer tot herinneringen aaneen te lijmen zijn.

‘Zou je het leuk vinden om je Italiaanse vrienden van vroeger een keer op te zoeken? Nog een keer naar de school te gaan waar je een paar jaar hebt doorgebracht?’ waagt Nienke een poging. ‘Voordat, eh, nou ja, je het je niet meer kunt herinneren? Het lukt me qua werk waarschijnlijk niet meer om nu alsnog een paar dagen aan onze kooktrip vast te plakken, maar we zouden later in het jaar a trip down memory lane kunnen maken? Misschien wil Noor ook wel mee. Als jij me de namen van je vrienden geeft, dan probeer ik ze wel op te sporen.’

Nienke wordt steeds enthousiaster, maar Carolien lijkt zich steeds verder terug te trekken in haar schulp.

‘Bespaar je de moeite, Nienke. Ik kan me de namen van mijn Italiaanse vrienden niet meer herinneren.’ Carolien wrijft krampachtig met haar duim en wijsvinger over het medaillon dat al sinds mensenheugenis om haar nek hangt. Nienke weet niet beter dan dat ze ermee vergroeid is en er neurotisch overheen wrijft als ze gespannen is. Haar vader heeft het aan haar moeder gegeven in hun verkeringstijd, met een foto van hem erin. Vanaf het moment dat hij het om haar nek deed, heeft ze het naar eigen zeggen nooit meer afgedaan.

‘Maar je hebt toch wel ergens foto’s of brieven, of een dagboek of zo? Iets? Je bent altijd een verzamelaar geweest, mam, ik kan me niet voorstellen dat je geen herinneringen aan je Italiaanse jaren hebt bewaard,’ blijft Nienke proberen.

‘Hou erover op, Nienke, ik weet het niet meer, dat zeg ik toch.’
‘Hou erover op, Nienke, ik weet het niet meer, dat zeg ik toch.’ Carolien slaat met vlakke hand op tafel en Nienke schrikt van de getergde blik in haar ogen. Ze heeft deze blik de laatste tijd vaker bij haar moeder gezien, als de frustratie om haar falende geheugen haar even te veel wordt en de machteloosheid het overneemt. Vandaag is echter de eerste keer dat ze twijfelt aan de oprechtheid ervan. De frustratie ligt er te dik bovenop, komt op de een of andere manier niet echt over. Voor het eerst sinds haar moeder is gediagnosticeerd met alzheimer bekruipt Nienke het gevoel dat ze haar alzheimer misbruikt om zaken die ze zich nog levendig voor de geest kan halen achter een zogenaamde muur van vergetelheid te zetten. Maar waarom, en waarom nu? Heeft de aanstaande trip naar Italië dingen bij haar moeder losgemaakt die ze zorgvuldig had weggestopt? Herinneringen waarvan ze had gehoopt dat haar alzheimer haar ervan zou bevrijden? Heeft iemand haar gekwetst, is er iets gebeurd?

Ze ziet dat het geen zin heeft om er nu op door te vragen. Sterker nog, dat zou een averechts effect hebben. Aan haar moeders houding en haar gezichtsuitdrukking is duidelijk te zien dat ze de deur naar vroeger keihard heeft dichtgeslagen. Maar ze neemt zich voor dat ze er op een ander moment alles aan zal doen om die deur weer open te krijgen. Misschien wel op het terras van hun Italiaanse B&B, waar de zon en de bloeiende blauweregen haar moeder wellicht in een nostalgische en loslippige stemming brengen.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief