nieuws

Tips van Tom Waes voor een onvergetelijke vakantie dicht bij huis

0

Met de paasvakantie in het verschiet (en in de verte de zomervakantie), is het stilaan tijd om op zoek te gaan naar leuke bestemmingen. Dat hoeft niet eens ver van huis te zijn, dat bewijst Tom Waes in Reizen Waes Vlaanderen. Speciaal voor het begin van de paasvakantie geven we alvast één verhaal en uitstaptip mee vanuit het boek!

 

MAASMECHELEN: Met sledehonden door het Nationaal Park Hoge Kempen

Stefan Goris is een heel bijzondere kerel. Een halve oermens. Para geweest, nu fulltime aan de slag als leerkracht en wereldkampioen en Europees kampioen sledehondenrennen. Niet slecht voor een Belg die amper sneeuw ziet en traint in een vlak land. Hij leerde de stiel met husky’s in Noorwegen en Zweden en zocht in zijn eentje uit hoe hij zijn sport ook in het sneeuwloze België kan beoefenen.

Want hier zijn de omstandigheden uiteraard helemaal anders. Daarom werkt hij met eurohounds, een zelfgekweekte mix van husky’s en jachthonden. Hij is hun trainer, dierenarts en psycholoog. Zijn Canadese collega’s en concurrenten hebben vaak een roedel van honderd honden waar ze de zes beste uitkiezen, afhankelijk van het soort wedstrijd.

Stefan heeft negen honden en trekt daar zijn plan mee. En hondenkoekjes komen er niet aan te pas. Zijn hondentroep vergelijkt hij met een wolvenroedel. Er zijn alfa’s, bèta’s en testers, maar hij is de baas. Altijd. Iets waarvan de honden doordrongen moeten zijn.

Ze moeten zijn energie voelen, hem blindelings volgen en weten dat hij de roedelleider is. Hij heeft daar zo zijn eigen methodes voor. Hij speelt met de honden en maakt zich zo baas van de roedel. Soms bijt hij ze zelfs – het ziet er ruw uit, maar het is de taal die honden spreken en begrijpen. Elke hond heeft zijn eigen karakter en al die karakters moeten matchen.

Het is dan wel niet het Hoge Noorden, het Nationaal Park is heuvelachtig en diverse ondergronden wisselen elkaar er af.

Ze leren samen lopen en nemen elkaars ademhaling over. De groep primeert, net als bij de Special Forces. En hoe meer je ze uitdaagt, hoe beter ze worden. Ook daarin verschillen ze niet van onze Special Forces.

Trainen doet Stefan geregeld in het Nationaal Park Hoge Kempen. Sterker nog, hij verhuisde naar Zutendaal om dichter bij bossen te wonen. Het is dan wel niet het Hoge Noorden, het Nationaal Park is heuvelachtig en diverse ondergronden wisselen elkaar er af. Of de plek die het meest in de buurt komt van zijn wedstrijdterreinen. En als Stefan de boswachter verwittigt, mag hij ook op de ruiterpaden in het beschermd natuurgebied oefenen.

Hij bouwt de conditie van de honden op met tochten van soms wel 30 kilometer, terwijl een wedstrijd eigenlijk maar 13 kilometer telt. Hij gaat daarbij aan de slag met een quad van 200 à 300 kilo, waar hij zes tot acht honden voor spant. Zo leren de honden om zich niets aan te trekken van zware weerstand.

Bovendien zoekt Stefan elke uitdaging op. Is er een plas, dan vliegt hij erdoor. Hij leert de honden boven zichzelf uit te stijgen. En dat zonder teugels of zweep, alleen met zijn stem. En hoe enthousiaster en positiever hij is, hoe meer zijn honden voor hem willen werken.

Alle commando’s vuurt hij op een positieve manier af. De trainingen starten op 1 augustus – juli is te warm – en dat steevast voor dag en dauw. Opstaan om 4.30 uur dus, de honden eten geven, de helft van het parcours afleggen, de honden wat loslaten, de rest van het parcours afleggen, douchen en gaan werken.

Had ik al gezegd dat Stefan gezegend is met een ongelooflijk doorzettingsvermogen? Momenteel heeft hij negen honden, die leven heel natuurlijk samen in een roedel, waardoor de band tussen hem en de dieren steeds hechter wordt.

Dagelijks eten ze 6 à 7 kilo vlees. Voeg daar nog de transportkosten naar kampioenschappen aan toe en je weet dat Stefan er eigenlijk niets aan verdient. Integendeel zelfs, vaak moet hij nog inschrijvingsgeld betalen en als hij wint, keert hij hoogstens met een bol kaas en wat worsten naar huis terug.

Zo gaat dat met gepassioneerde mensen, die vergeten al eens te rekenen en te tellen. Meer dan op de centen focust Stefan op de kilometers. Zo’n sledehondentroep heeft een basissnelheid van 25 kilometer per uur. Om een wereldtitel te winnen, moet je dat opdrijven naar een gemiddelde van 34 kilometer per uur.

Wanneer we om 5.30 uur aankomen in het Nationaal Park is het muisstil. Verdacht stil zelfs.

Dat wil dus zeggen dat de honden ook topsnelheden van 50 kilometer per uur halen. Ik heb in Lapland eens aan een sledehondenrace op de lange afstand meegedaan. Zodra ik op het erf kwam, begonnen die honden ongelooflijk te blaffen. Een verschrikkelijk lawaai dat alles overstemde. Niet zo bij Stefan.

Wanneer we om 5.30 uur aankomen in het Nationaal Park is het muisstil. Verdacht stil zelfs. Even denk ik dat hij zijn honden thuisgelaten heeft en alles wil afblazen. Wat blijkt? De honden zitten stilletjes in de auto te wachten. Het maakt meteen duidelijk wat een ongelooflijke controle Stefan
over zijn dieren heeft. Fantastisch om te zien – en toen moesten we nog beginnen.

Ik was nog nooit in het Nationaal Park Hoge Kempen geweest. Ik was er wel al eens door gereden of er gepasseerd, maar ik was nooit eerder gestopt om het gebied te verkennen. Je hebt er ook wel wat tijd voor nodig. 12.000 ha bos, 7000 planten- en diersoorten, 220 kilometer wandelroutes, 51 wandelingen, 1 miljoen bezoekers, 5000 jobs en 191 miljoen euro omzet.

Dit is niet voor niets de groene long van Limburg. Het park kwam er nadat de mijnen sloten, uit noodzaak om via het toerisme duurzame jobs te creëren. Het is de bedoeling om het park tegen 2040 dubbel zo groot te maken. En ik mag dit uitgestrekte natuurgebied met Stefans sledehonden doorkruisen.

We spannen de honden in en in geen tijd denderen we aan 50 km per uur door dat fantastische landschap. Ik moet alles geven om op de quad te blijven zitten. En dat met een rechterbeen waarop ik, door dat stomme motorongeval, niet mag steunen.

Recht naar beneden, dan weer hup omhoog naar links. Het is pure waanzin en dus fantastisch. Een schoon cadeau. In dit nationale park besef ik ook ten volle dat Limburg zijn mijnbouwgeschiedenis omarmd heeft, maar nu volop bouwt aan de toekomst.

Ergens tijdens onze tocht verlies ik mijn bril. Na de training gaan we die samen zoeken. De honden zijn los en ik denk: nu komt het. Een hondenweide maal tien. Maar zonder dat Stefan zijn stem verheft of een commando geeft, blijven alle honden netjes en rustig achter hem aan lopen. Geen hond steekt hem voorbij. Je kunt niet anders dan vol bewondering toekijken. Ik zei het al: Stefan is een halve oermens. En dat is een compliment.

 

Meer lezen?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief