leesfragment

‘Vanuit het donker’ van Gytha Lodge

Een nieuwe raadselachtige moordzaak voor Jonah Sheens en zijn team!

Aidan Poole besluit om ’s avonds laat zijn vriendin Zoe te skypen. Ze neemt op maar verschijnt niet in beeld. Terwijl hij wacht hoort hij hoe een bad volloopt. En dan, opeens, het geluid van een gewelddadige worsteling… Inspecteur Jonah Sheens krijgt de zaak toegewezen en in het huis ontdekken ze Zoe’s dode lichaam. Het onderzoek start en de mensen in Zoe’s omgeving beginnen zich vreemd te gedragen. En wat moet Jonah denken van Aidan. Hij is getrouwd, en ze was een van zijn studenten…

Lees hier alvast de eerste pagina’s van Vanuit het donker van Gytha Lodge.

Proloog

Ergens in het huis klonk een geluid en hij verstijfde. Zijn blik ging naar de gesloten deur, zijn hart sloeg op hol. Was het de voordeur geweest? Was er iemand binnengekomen?

Aidan draaide zijn hoofd in een poging meer te horen. Een voetstap. Geritsel van beweging.

Maar er was niets. Alleen het geluid van iets wat ergens samentrok, het normale ritme van het huis.

Hij probeerde wat van de spanning uit te ademen. De hele week had hij naar deze avond uitgekeken. Hij kon eindelijk een keer vrij en ongestoord zijn gang gaan, en had zich een hele avond met Zoe voorgesteld. Maar dat had, uiteraard, anders uitgepakt. Hij kon dan wel vrij zijn, maar Zoe had nog steeds haar eigen agenda. Dus moest hij toch weer wachten tot elf uur. Een gewone, frustrerende donderdag.

In plaats van dat hij zich met een film op de bank had geïnstalleerd had hij al snel weer over de computer gebogen gezeten. Telkens had hij het Skype-icoontje van Zoe gecheckt om te zien of ze haar computer had aangezet. Maar dat bleef onverbiddelijk rood, en hij had uren door nieuwssites gescrold en artikelen zitten lezen.

Hij had zoveel avonden op deze manier doorgebracht, wachtend tot Zoe online kwam. De helft van de keren was ze te laat. Eerst had hij daar chagrijnig over gedaan, tot hij merkte dat zij daar alleen maar opstandig van werd. Ze wilde zich vrij voelen.

Hij had moeten leren accepteren dat hij haar zag wanneer hij haar zag. Dat hij niet de enige was met een druk leven waarmee rekening moest worden gehouden.

Om acht minuten voor elf werd Zoe’s icoontje groen. Het kostte hem amper een seconde daarop te klikken.

De verbinding kwam onmiddellijk tot stand en hij glimlachte al vol verwachting voordat het beeld verscheen. Maar toen zag hij dat de stoel van Zoe leeg was. Ze was buiten bereik van de camera, met een bewegende schaduw op de muur als enig bewijs dat ze er überhaupt was. Wat was ze aan het doen?

Toen hij het geluid wat harder zette, drong het tot hem door dat hij water hoorde lopen. Ging ze in bad? Nu?

Instinctief voelde dit voor hem als een soort spelletje.
Instinctief voelde dit voor hem als een soort spelletje. Zoals die keren dat ze zich voor hem uitkleedde, haar blik afwezig, haar lippen een stukje van elkaar. Gek maakte ze hem daarmee.

Maar wat had hij eraan als hij haar niet kon zien? Gefrustreerd rommelde hij aan zijn eigen scherm, maar uiteraard veranderde dat niets aan de stand van de camera in haar kamer. Hij kon nog steeds alleen de lege stoel zien, en daarachter de muur, met een stuk gordijn aan de ene kant en de scharnieren van de deur aan de andere kant.

Het gekletter van het stromende water werd minder en stopte toen helemaal. Vervolgens klonken er andere geluiden van beweging, en het gepiep van natte huid langs de acryl binnenkant van het bad.

Aidan slaakte een zucht. Ze ging echt gewoon in bad terwijl hij hier zat te wachten.

Hij overwoog op te hangen uit onvrede. Maar stel dat ze er al heel snel weer uit zou komen, dan zou hij misschien haar druipende, naakte lijf missen. Of haar borsten die maar amper in de handdoek bleven zitten terwijl ze zich naar de camera boog en op de muis klikte.

Hij hoorde iets anders in zijn eigen huis, en hoewel het van ergens boven kwam, bleef hij toch even roerloos zitten luisteren, zijn ogen op de muur gevestigd. Hij wist dat het niets was en even later ontspande hij weer. Hij was vreemd nerveus vanavond.

Toen klonk er een klik. Hij zag een beweging op het scherm en realiseerde zich dat het de deur van Zoe’s appartement was. Die bewoog, de rand met de scharnieren die hij kon zien draaide naar binnen.

Op dat moment werd hij overvallen door pure angst. Had ze een andere man uitgenodigd? Liet ze iemand binnen om haar in bad te zien, haar misschien aan te raken, terwijl hij gedwongen was toe te kijken?

Hij verwachtte dat degene die naar binnen liep iets zou roepen, maar de deur ging bijna geluidloos weer dicht, en er klonk geen groet. Niets anders ook. Bijna onwillekeurig zette hij de speaker nog iets harder. Een vaag gezoem en daarbovenuit het geklots van water wanneer Zoe in het bad bewoog. Alleen door ingespannen te luisteren kon hij zachte voetstappen horen. Wie er ook binnengekomen was, hij verplaatste zich door de ruimte.

Even later klonk het geluid van een abrupte beweging in het bad.
Even later klonk het geluid van een abrupte beweging in het bad en van Zoe’s stem, hoog van verbazing. ‘Wat… Jezus. Wat doe jij hier?’ En toen iets wat bijna een lach leek, maar dan wel het soort lach dat voortkomt uit angst. ‘Hoor eens, ik… Het spijt me echt heel erg…’

Het geklots van water werd minder hoorbaar na een paar klikken snel achter elkaar. De indringer had de badkamerdeur dichtgedaan. En op slot.

Zijn hart ging weer als een gek tekeer. Wie was daar naar binnen gegaan? Wie had zich in godsnaam met haar in de badkamer opgesloten?

En toen kwamen er andere geluiden. Onmiskenbaar geluiden van een worsteling. Zoe’s gesmoorde stem klonk hees en wanhopig.

Toen, abrupt, was het stil. Volkomen stil.

De angst was anders nu. Er was iets heel erg mis.

Hij moest iets doen. Hij moest haar helpen. O, god, wat nu als hij al te laat was?

Hij graaide over zijn bureau tot hij zijn telefoon had gevonden. Hij was al begonnen met het intoetsen van 999 toen het tot hem doordrong wat dit voor hem betekende. Hij aarzelde. Hij zag het al helemaal voor zich: het telefoontje, het vervolg, het verzoek zich op het politiebureau te melden. Alles wat uiteindelijk zou uitkomen, zijn leven dat in elkaar zou storten.

En toen hoorde hij de badkamerdeur weer twee keer klikken omdat hij openging. Dezelfde zachte, gelijkmatige stappen, die plotseling stopten. Ritselende geluiden die hij niet goed kon thuisbrengen. Hij wilde maar dat wie daar ook was in beeld verscheen. Zijn gezicht liet zien. Maar na een tijdje gingen de stappen verder en de deur van het appartement bewoog weer. De indringer die hij nooit had gezien verliet het appartement en de deur viel in het slot.

1

Jonah had het bijna laten gaan. Het telefoontje. De melding. Hij had het bijna laten gaan.

Later zou hij zich afvragen wat voor verschil het zou hebben gemaakt als hij dat inderdaad had gedaan. Dat deed je nu eenmaal wanneer je een zaak aan het afronden was. Je keek welke fouten er waren gemaakt, en ook het tegenovergestelde. Wat je goed had gedaan. Je vroeg je af welke invloed dat had gehad op het onderzoek, en in dit geval stond het grootste vraagteken bij de melding van een moord die hij bijna had laten gaan. Hij overwoog of het anders zou zijn verlopen als hij eerder had gehandeld, en hoe het zou zijn geweest als hij helemaal niet in actie was gekomen.

Het was mogelijk dat geen van beide scenario’s ook maar iets zou hebben veranderd.
Het was mogelijk dat geen van beide scenario’s ook maar iets zou hebben veranderd. Dat de gebeurtenissen hun onverbiddelijke beloop zouden hebben gehad. Maar het was ook mogelijk dat alles erdoor zou zijn veranderd.

De melding kwam boven aan het eind van een chaotische vrijdagochtendbespreking van alle zaken, waarbij commissaris Wilkinson node werd gemist. Zonder hem erbij om er een beetje vaart achter te zetten was de bespreking uitgelopen op omstandige discussies over ieder detail. Het was dodelijk saai.

Maar toen waren ze dan toch eindelijk aangekomen bij de toewijzing van nieuwe zaken, en Jonah had toegekeken terwijl zijn energieke tegenhanger bij de uniformdienst, Yvonne Heerden, drie diefstallen en een verkeersongeluk op zich nam.

‘We hebben een niet-bevestigde melding van een moord doorgekregen van de meldkamer,’ zei Heerden vervolgens. ‘Ik heb je een transcript gegeven,’ voegde ze er tegen Jonah aan toe, ‘maar het lijkt me niet waarschijnlijk dat hier iets uit komt, dus wij vinden het geen probleem dit na te trekken. De beller beweert dat zijn vriendin vermoord is terwijl hij via Skype verbinding met haar had, maar dat hij de moordenaar niet heeft gezien. Hij hing op bij de vraag naar zijn naam en verdere bijzonderheden. De meldkamer heeft geprobeerd haar op te sporen, maar online was niets te vinden over een vrouw met die naam.’

Jonah liet zijn blik vluchtig over het transcript glijden en zag dat de vrouw Zoe Swardedeen heette.

Ik moet… Mijn vriendin is vermoord… las hij.

Heerden had vast gelijk. Dit zou naar alle waarschijnlijkheid slechts wat eenvoudig papierwerk vereisen. Checken bij de afdeling vermissingen. Een paar variaties op de spelling onderzoeken.

‘Oké?’ vroeg Heerden, terwijl hij verder las.

Er was iets in de formulering van het telefoongesprek waardoor Jonah even aarzelde. Iets wat hem in verwarring bracht.

Maar hij was zich ervan bewust dat Heerden op een antwoord wachtte, en hij had er alle vertrouwen in dat zij en haar team dit goed zouden afhandelen. Zijn eigen team zat tot over de oren in een ingewikkelde afpersingszaak en had geen behoefte aan onnodig extra werk.

‘Ja hoor,’ zei hij. ‘Hou me op de hoogte als er iets uit komt.’

Ze gingen verder met nóg een verkeersongeval, met meerdere slachtoffers, waarschijnlijk veroorzaakt door een vrachtwagenchauffeur die met zijn telefoon bezig was geweest. Jonah was blij dat hij daar niets mee hoefde. Dat was zo’n zaak die je niet onberoerd liet. Zo’n zaak waardoor je impulsief ging controleren of het wel goed ging met al je dierbaren. Zo’n zaak waardoor het leven heel fragiel leek en de wereld een aan willekeur overgeleverd, gevoelloos oord.

Nu hij even volledig in beslag werd genomen door deze gedachten, verdween zijn onbehaaglijke gevoel.
Nu hij even volledig in beslag werd genomen door deze gedachten, verdween zijn onbehaaglijke gevoel over een vreemde anonieme melding van moord naar de achtergrond. Er waren een heleboel dingen die Aidan eigenlijk had moeten doen. Drie van zijn studenten hadden een essay ingeleverd en hij had nog een hele berg administratie van de universiteit liggen, maar hij was er niet in geslaagd ook maar een regel te lezen. Hij had de ene na de andere e-mail geopend zonder dat daarvan ook maar iets tot hem was doorgedrongen door het bonzen van zijn hart en het gesuis in zijn oren heen. Hij zag geen woorden; hij zag het langzaam open- en dichtgaan van een deur, steeds opnieuw.

Het niet weten was het ergst. Het ene moment was hij ervan overtuigd dat het allemaal een raar misverstand was geweest, of een droom, maar dan bedacht hij weer dat Zoe nooit meer die badkamer uit was gekomen. Niet terwijl hij had zitten kijken. Diep vanbinnen wist hij dat ze direct hulp nodig had gehad, en dat ze die misschien nooit had gekregen.

Zodra hij zijn bed uit was, had hij nieuws- en socialmediasites gecheckt om te kijken of er iets te vinden was over een incident. Daarna had hij nog regelmatig opnieuw gekeken, maar geen woord over moord of geweldpleging in Southampton. Niets over een jonge vrouw die was aangevallen. Totaal niets relevants.

Er was uiteraard wel een manier om erachter te komen, als hij dat aandurfde. Hij kon de politie nog een keer bellen. Deze keer zou hij, als ze zijn naam en adres vroegen, die ook kunnen geven.

De vorige avond had hij dat bijna gedaan. Degene die zijn telefoontje naar het alarmnummer had afgehandeld was een vrouw geweest. Hij had haar alles wat hij zei horen intypen, zijn woorden omzettend in gegevens. Ze had erop los getypt toen hij zei dat hij het nummer van de prepaidtelefoon waarmee hij belde niet wist, omdat het een reservetoestel was dat hij uit zijn bureaula had gevist. En ze was blijven typen tijdens zijn poging haar te vertellen dat hij dacht dat zijn vriendin was vermoord.

Aan het eind van het gesprek had ze zijn naam gevraagd. Er was een lange, geladen stilte gevallen waarna hij weifelend op het punt had gestaan haar die te vertellen. En toen had hij buiten een autoportier horen dichtslaan.

Hij had de verbinding verbroken en, gespannen en misselijk, geluisterd of hij nog meer hoorde. Hij had een poging gedaan zich voor te houden dat er niets was om bang voor te zijn, maar hij wist dat dat niet waar was. Er was een heleboel om bang voor te zijn. Zoals Zoe die onder zijn neus werd vermoord. Zoals de waarheid die genadeloos aan het licht zou komen.

Dat kon hij niet laten gebeuren. Hij had alles te verliezen. Alles.
Dat kon hij niet laten gebeuren. Hij had alles te verliezen. Alles.

Hij had overwogen het Skypevenster te sluiten, het beeld aan het zicht te onttrekken. Maar het was de enige manier om Zoe in de gaten te houden. Om te zien of de politie haar appartement binnenkwam.

Het was middernacht geworden, wat hij alleen had geregistreerd doordat zijn blik even snel naar het klokje rechtsonder in het scherm was gegaan. Waar bleef die fucking politie?

Om tien over halfdrie, toen hij het programma eindelijk in een vlaag van wanhoop had afgesloten en naar bed was gegaan, was er nog steeds niets geweest.

Het was nu elf uur geleden dat hij de deur van Zoe’s appartement open had zien gaan. Elf uur, en geen enkel teken, geen bericht, geen melding in het nieuws.

Hij kon nog steeds de politie opnieuw bellen. Hij kon het nog steeds een tweede keer vertellen, en zeggen wie hij was.

Maar iedere keer dat hij daaraan dacht, brak het koude zweet hem uit. De wetenschap dat hij het risico niet kon nemen veroorzaakte een fysiek voelbare frustratie. Het zat in zijn maag en in zijn onderlijf en maakte stilzitten ondraaglijk.

Zoe, dacht hij, uit alle macht wensend dat ze hem zou bellen. Zoe, alsjeblieft. Bel me verdomme.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief