leesfragment

LEESFRAGMENT: Het werkgeluk smelt weg, stijgende verwachtingen, slinkend geluk

0

Toen Dajo De Prins aan Werkgeluk schreef, was er nog geen sprake van corona, lockdown of verplicht thuiswerk. Intussen heeft covid-19 het werk van mensen ingrijpend veranderd en heeft het zich ook laten voelen in ons werkgeluk. In mei 2021 verscheen Werkgeluk, een bijzonder actueel boek vol verrassende inzichten voor iedereen die gelukkiger wil zijn op het werk. Lees nu het eerste hoofdstuk uit Werkgeluk van Dajo De Prins.

Het werkgeluk smelt weg, stijgende verwachtingen, slinkend geluk

Cartoon: Dirk Van de Wiel

De droom om gelukkig te werken

Alle levende wezens moeten inspanningen leveren om in leven te blijven, oftewel werken, maar alleen mensen lijden daaronder. Tegelijk zijn wij de enige soort die van werk kan genieten en er zelfs van droomt daarin geluk te ervaren. Wij verlangen ernaar ons brood en onderdak te verdienen zonder daarbij pijn te lijden, in een tevreden staat van prettige bedrijvigheid. We willen werkgeluk. Dat is een recent streven. Tot zo’n vijftig jaar geleden was er niemand die zijn loopbaan aanvatte met de verwachting daar gelukkig van te worden.

Die tijden van bescheiden verwachtingen zijn voorbij: vooral millennials
(geboren tussen 1980 en 1994) en de aanstormende jongelingen van generatie Z (geboren na 1994) beginnen hun loopbaan in de hoop dat hun werk hun veel meer zal brengen dan alleen een fatsoenlijk loon en maatschappelijke achtbaarheid. Zij koesteren de uitgesproken wens om zich prettig te voelen terwijl ze bezig zijn, om gedreven te worden door intrinsieke motivatie en om vervuld te zijn van gevoelens van tevredenheid en zinvolheid. Geluk is wat zij van werk verwachten. En wie kan hen ongelijk geven?

Waarom zou het zo kostbare geluk immers onbereikbaar zijn in het afgebakende levensdomein van het werk? In de Lage Landen zijn we er al in geslaagd arbeid te bevrijden van de ergste vormen van onvrijheid, uitbuiting, onveiligheid en onrechtvaardigheid. Waarom zouden we ook niet de volgende stap kunnen zetten en werk ontdoen van kwelgeesten zoals stress, burn-out, motivatiegebrek, betekenisloosheid, verveling en bore-out? Waarom zouden we niet gewoon gelukkig kunnen werken? Waarom zouden we al die hoopvolle jonge mensen – en hun iets oudere collega’s zoals ikzelf – nog één dag langer moeten teleurstellen? Het is hoog tijd voor een tijdperk van werkgeluk.

Maar voorlopig zijn we nog niet zover.

Moeilijke tijden voor werkgeluk – stress, corona en de revolutie

Stress

Voordat de coronacrisis uitbrak, rapporteerde al ongeveer 40% van de werkende bevolking in België en Nederland dat ze te lijden had onder werkgerelateerde stress. Een kleine 15% liep zelfs tegen een burn-out aan. Al een decennium lang worden die cijfers hoger. De jonge mensen die de arbeidsmarkt nog maar net hebben betreden – de millennials en de leden van generatie Z – komen trouwens het slechtst uit de statistieken.

Corona

Corona heeft die situatie er niet beter op gemaakt. Het werkgeluk daalt. Veel mensen geven aan dat ze weliswaar tevreden zijn omdat ze in deze onzekere tijden werk hebben, maar ook dat ze de contacten met hun collega’s deerlijk missen. Of dat ze beseffen, nu hun werk gereduceerd is tot het achtereenvolgens vervullen van taken op de thuiscomputer, dat ze hun professionele activiteit eigenlijk helemaal niet zo interessant of zinvol vinden. Sinds we gedwongen thuiswerken, werken we trouwens gemiddeld ook langer – vaak uit angst dat collega’s of leidinggevenden denken dat we in onze huiselijke omgeving niets uitspoken. Ook het wegvallen van de fysieke scheiding tussen werk- en privéleven (ook al is het maar enkele dagen per week) speelt veel mensen parten: aangezien werken toch thuis gebeurt, lijkt er geen reden te zijn om niet altijd te werken. Je kantoor is altijd binnen handbereik.

Het hoeft niet te verbazen dat werkgerelateerde stress en psychische vermoeidheid toegenomen zijn en dat opvallend veel mensen overwegen van baan te veranderen.

En de coronacrisis is slechts de voorbode van wat komen gaat.

De vierde industriële revolutie

Het is het tromgeroffel dat de komst van de vierde industriële revolutie inluidt, de revolutie die de werkenden uit hun kantoren, vaste banen en zelfs beroepen zal ranselen en die computertechnologie, robotica en artificiële intelligentie in het centrum van ons werkleven zal plaatsen. Al meteen na corona zal ons werk armer worden aan reallife menselijke contacten: veel bedrijven en overheden hebben hun plannen klaar om kantoorruimte af te stoten, de overgebleven ruimte anders in te richten en telewerken tot de regel te maken.

In de jaren die daarna komen zal het verlies van vastheid de grote trend zijn in de wereld van werk. Technologische ontwikkelingen zullen onophoudelijk de inhoud van onze taken en banen veranderen, en vaak van onze hele professie. Zo is het beroep van vertaler, journalist of pakjesbezorger vandaag – onder invloed van technologische ontwikkelingen – iets heel anders dan twintig jaar geleden. Ook de vorm waarin wij werken en samenwerken (op kantoor, thuis, in coworking spaces, op werkvakantie in een ander land met behulp van immer veranderende communicatie- en managementtechnieken) zal buitengewoon vloeibaar zijn. Zelfs onze contractuele relaties met werkgevers neigen overal naar een steeds grotere losheid: je gaat geen langdurige arbeidsovereenkomst meer aan, maar laat je als zelfstandige aanwerven voor een opdracht of gig. No strings attached.

Andere trends zijn een toenemende werkdruk (zo niet wat officiële werkuren betreft, dan toch vanwege pressie en voortdurende beschikbaarheid), stijgende economische onzekerheid (van boom tot boom, van crisis tot crisis) en tot slot groeiende werkongelijkheid. De grote meerderheid met veilige middenklassenbanen kalft af en steeds meer mensen zullen tot de bovenkant of onderkant van de arbeidsmarkt behoren. De tijd dat iedereen een vaste baan heeft die alle rekeningen betaalt, lijkt voorbij.

Werkgeluk is al lang geen uitdaging meer, het is een probleem.

Het probleem van het werkgeluk

En wel een probleem voor werkenden én voor organisaties die werk verschaffen. Voor eerstgenoemden vanwege het kostbare persoonlijke geluk. En voor laatstgenoemden omdat werkgeluk de enige weg is naar loyaliteit, productiviteit en creativiteit van hun medewerkers. Voor werkenden is werkgeluk een voorwerp van verlangen, voor bedrijven en overheden die werk verschaffen is het de geestelijke brandstof van de eenentwintigste eeuw.

Voor wie zoek jij werkgeluk?

Werkgeluk is geen luchtspiegeling. We hebben het allemaal weleens zelf ervaren of om ons heen gezien. Het komt erop neer dat je tevreden bent over je baan, dat je je meestal goed voelt tijdens het werk en dat je energie te over hebt om je taken te vervullen. Je werkt in het besef dat wat je doet voor de kost, zinvol is. Je vertrekt ’s ochtends goedgeluimd naar je werk en keert aan het eind van de dag opgeruimd en voldaan huiswaarts. Na een werkdag ben je niet doodop, ben je niet door professionele zorgen in beslag genomen en kun je je voluit aan je privéleven wijden.

Voor werkenden is werkgeluk een voorwerp van verlangen, voor bedrijven en overheden die werk verschaffen is het de geestelijke brandstof van de eenentwintigste eeuw.

Dajo De Prins

Sommige mensen bereiken zulk werkgeluk volledig, anderen benaderen het wel, maar missen bepaalde kostbare onderdelen ervan (bijvoorbeeld een gevoel van zinvolheid) en nog weer anderen blijven mijlenver ervan verwijderd. We kunnen erg gelukkig zijn op het werk of uiterst ongelukkig en alle grijstinten daartussenin. En dat maakt een voelbaar verschil voor ons hele leven. Werk kan ons levensgeluk vergallen, verhogen en alles daartussenin.

Misschien ben jijzelf best tevreden over je baan, maar zou je graag met meer vuur en bezieling werken. Het kan ook zijn dat je gewoon te veel werkstress ervaart en hunkert naar een harmonischer en minder gejaagd werkklimaat. Misschien vind je je baan ook helemaal niets, ga je elke ochtend met frisse tegenzin naar je werk en tel je de uren en minuten tot je weer naar huis mag. Of misschien proef je net van geluk op het werk en wil je precies weten waar al dat geluk vandaan komt en hoe je het kunt vasthouden.

Misschien ben je niet in de eerste plaats op zoek naar werkgeluk voor jezelf, maar voor anderen. Bijvoorbeeld voor de leden van het team dat je aanstuurt, voor de medewerkers van je eigen bedrijf of het personeel van de organisatie waar je als hr-manager werkt.

Dit is geen happiness-boek

Zou het niet mooi zijn als we allemaal wat vrolijker, geëngageerder en geïnspireerder konden werken? Zou wat extra geluk tijdens de vele kostbare uren die we op het werk slijten geen welkom geschenk zijn? Zou dat ook ons privéleven niet ten goede komen? Zouden ook werkgevers daar geen voordeel mee behalen? Het antwoord op al die vragen is een volmondig ja.

Jammer genoeg circuleert er over weinig onderwerpen zoveel goedbedoelde onzin als over werkgeluk. Het is een en al vrolijkheid, optimisme en maakbaarheid wat de klok slaat. ‘Werkgeluk kun je trainen!’ ‘De vijf stappen naar een gelukkig team!’ ‘Kies voor een happy work-mindset!’ De boeken en artikels met dit soort kreten als titel hebben gewoonlijk een eenvoudige, sloganeske en montere boodschap. Jammer genoeg steunt die maar zelden op betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek. De uitkomsten van die studies zijn weinig meer waard dan een pakkende krantenkop. En de tips die erin voorkomen geven in het beste geval een kortstondige boost, maar zijn allerminst duurzaam.

Zou wat extra geluk tijdens de vele kostbare uren die we op het werk slijten geen welkom geschenk zijn?

Dajo De Prins

Gelukkig staat daartegenover dat in de afgelopen dertig jaar ook solide onderzoek is gedaan naar werkgeluk. Wetenschappers uit verschillende disciplines zoals psychologie, economie, sociologie, antropologie, neurobiologie en organisatiewetenschap hebben onderzocht wat werkgeluk is, waar het van afhangt en wat er gedaan kan worden (en door wie) om dat geluk zo dicht mogelijk te benaderen. Dat onderzoek is alleen geïnteresseerd in de waarheid en bestudeert dus zowel de mogelijkheden als de grenzen van werkgeluk: er is van alles mogelijk, maar er is ook veel wat niet kan. Hoe graag we dat misschien anders zouden willen.

Voor dit boek heb ik alleen geput uit betrouwbaar onderzoek dat ook ongemakkelijke boodschappen niet onder de mat veegt. De inhoud is niet gekleurd door de wens een opgewekte boodschap te brengen zoals het typische ‘Iedereen van goede wil kan zijn eigen werkgeluk maken’. Maar daarom is het nog geen treurig boek. Er zijn volop mogelijkheden voor zinvolle actie. Ongeluk op het werk is soms vermijdbaar door eenvoudige ingrepen van werkenden of hun managers, veel kansen op meer werkgeluk blijven schromelijk onbenut en voor het ‘onontkoombare werkverdriet’ is altijd wel troost te vinden die het ongeluk verzacht.

Mijn belofte is om zo objectief en eerlijk mogelijk te schilderen hoe het met ons werkgeluk gesteld is en wat je eraan kunt doen – of het nu om jezelf te doen is of om andere mensen in je team of bedrijf. Dit boek is peptalk noch sloophamer. Het wil je hoop geven noch ontnemen. In het beste geval is het een scherp geslepen lens waarmee je jouw eigen werkgeluk en dat van anderen haarfijn kunt observeren. Het beeld dat je onder ogen krijgt zal je misschien niet bevallen, maar in ieder geval zul je precies zien hoe de zaken ervoor staan. En wat er al dan niet gedaan kan worden voor dat felbegeerde werkgeluk.

Verder lezen?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief