leesfragment

Winnaar Aspe Award Gert-Jan van den Bemd debuteert met ‘De verkeerde vriend’

De Aspe Award 2016 kende een opmerkelijke winnaar: Gert-Jan van den Bemd overtuigde de jury met zijn korte verhaal Belofte maakt schuld. Gert-Jan is een rasechte verteller en een meester in het opbouwen van spanning. Zijn debuut De verkeerde vriend ligt nu eindelijk in de winkel en we delen onze vreugde graag door jullie warm te maken met onderstaand leesfragment.

Gert-Jan van den Bemd besluipt je met zijn fijnmazige schrijfstijl, trekt behoedzaam het koord aan en houdt je zo gevangen in deze overrompelende debuutroman. Een boek dat zich kenmerkt door stilistische brille en dat qua sfeer de serie Breaking Bad evenaart.’
– auteur en columnist Tania Heimans over De verkeerde vriend

‘Met een mooie toon, sterke details en memorabele zinnen heeft dit verhaal iets weg van de film Falling Down met Michael Douglas, maar vergis je niet: een op zichzelf staand, eigenzinnig verhaal is het zeker.’
jury International Literature Festival Utrecht 2017 over het korte verhaal Verder van huis

‘Mooi is wat er niet staat. Wat je tussen de regels kan lezen. En dat is heel wat. […] Ik heb het gevoel dat we nog zullen horen van Gert-Jan van den Bemd.’
– journalist en copywriter Jeroen Vermeiren over het korte verhaal Ex

‘Ik ken Gert-Jan als een vlotte verhalenverteller. Hij maakt de lezer altijd nieuwsgierig naar meer.’
– auteur en journalist Kathy Mathys

Zolang je iets niet ziet, is het er niet, is het nooit gebeurd. Kijken, of beter gezegd zien is dominant, overheerst alle andere zintuigen, dat weet Werner heel goed. Nou ja, meestal en bij de meeste mensen. Murielle is wat dat betreft een uitzondering. Zij merkt meer dan ze ziet. Of hij alcohol gedronken heeft, bijvoorbeeld. Of dat hij vreemd is gegaan, als hij vreemd zou gaan. Merken is een extra zintuig, of misschien is het een combinatie van een aantal zintuigen. In ieder geval is het bij Murielle uitzonderlijk goed ontwikkeld. Alleen is Murielle niet bij het zwembad. Niet dat lijfelijke aanwezigheid noodzakelijk is. Ook achteraf merkt ze dingen op, soms pas jaren later.
Hij heeft behoorlijk veel water gedronken, dus intens gekleurd zal het niet zijn. Hij legt zijn handpalmen plat op het oppervlak, dat koel aanvoelt en regelmatig deint als de borstkas van een slapende hond. Hij is als enige in het water. Er is nog een vrouw, in een van de ligstoelen aan de kant, verder is het zwembad verlaten. De vrouw likt aan het topje van haar wijsvinger en slaat een, twee, drie pagina’s om in een tijdschrift. Daarna is haar spuug opgedroogd en likt ze opnieuw, langdurig, alsof haar vinger dan vochtiger zal worden. Alleen al daarom heeft Werner een hekel aan haar. Ze heeft haar rok tot halverwege haar dijen opgeschoven. Ze zijn nog spierwit, als van een wielrenner, maar dan eentje die het niet zo nauw neemt met trainen. En Roos is er ook. Ze staat bij de omheining de knoopjes van haar jurk los te maken. ‘Heerlijk, hè?’ zegt de vrouw met een diepe zucht, waarschijnlijk tegen Werner, maar misschien tegen zichzelf, want Roos heeft ze nog niet gezien.
‘Ja, eindelijk zomer’, zegt hij, terwijl de druk in zijn blaas afneemt en een warme golfstroom rond zijn dijen wervelt. Maar het zijn felgele wolken die uit zijn zwarte zwembroek waaieren, als zwaveldampen uit een rustende vulkaan. Misschien komt het door het eten. Haastig maait hij met zijn armen door het water en manoeuvreert weg van de plek.
‘Kijk, pap!’
Roos zwaait haar benen over het hekje en laat zich met een onelegante beweging in het water vallen. Een paar seconden later komt ze weer boven. Ze proest en spuugt het water uit haar mond.
‘Je moet je mond dichthouden als je springt.’
Hij stapt met lome passen naar de kant. Hij weet dat ze om zijn nek wil gaan hangen om te zwieren, maar daar heeft hij helemaal geen zin in. Haar borsten hebben niet stilgestaan, afgelopen
winter. Het lijken net twee cappuccino’s; koffiekleurige welvingen met een randje wit waar haar gele bikinitopje tekortschiet. En ze wordt te zwaar. Hijzelf ook, maar hij is veertig. Alleen Murielle blijft netjes op gewicht. Ze heeft nog best een strakke buik en slanke benen. Zijn buik staat ook strak, maar dat is toch een ander soort strak.
Op het trapje kijkt hij nog even achterom, maar de gele wolken zijn al vervaagd. Hij heeft weleens uitgerekend, languit op een van de plastic ligbedden aan de kant, dat het zwembad twee
miljoen liter water bevat. Het leek niet te kunnen, een rekenfout, en hij rekende het opnieuw uit, maar het bleef toch echt twee miljoen liter. Zoveel dat het waarschijnlijk nooit helemaal wordt
ververst. Hij kan zich in ieder geval niet herinneren dat hij het ooit leeg heeft gezien. En toch prijkt een certificaat met indrukwekkende stempels en een zegel op het prikbord bij de receptie
dat het water vrij is van ziekteverwekkende bacteriën en dat de zuurgraad in orde is. Dat komt misschien omdat de gemeente het water controleert en ook eigenaar is van het zwembad; een
slager die zijn eigen vlees keurt. Hij vraagt zich af of zijn donatie van zojuist de zuurgraad heeft beïnvloed. Een halve liter op twee miljoen liter, dat is 0,000025 procent of 0,25 parts per million, dat klinkt mooier. Het is niet aannemelijk. Hoewel, hij heeft weleens gelezen dat een beetje gemorste motorolie een miljoen liter grondwater kan verpesten.
De roestvrijstalen buis waarlangs hij zijn hand laat glijden voelt vettig aan – zonnebrand, lichaamsvet – en veroorzaakt kippenvel op zijn bovenbenen. Hij houdt zijn rechterhand een beetje meer dan normaal van zijn heup verwijderd. Straks eerst even wassen. Hij werpt zijn handdoek over zijn schouder, schiet in zijn sandalen en omzeilt het viezige voetenbadje bij het toegangspoortje door over de betonnen richel te lopen.
‘Waar ga je heen?’ roept Roos teleurgesteld.
‘Naar huis.’ En hij denkt: eigenlijk vreemd dat ik de caravan ‘huis’ noem en dat ze toch weet wat ik bedoel. ‘Over een kwartiertje gaan we lunchen.’
Het pad van gemalen schelpen knerpt tevreden. Hij kijkt naar de auto’s in de schaduw. Fransen, een paar Belgen en Duitsers, maar voornamelijk Hollanders. Die lijken door hun harde stemmen sowieso in de meerderheid. De meeste veldjes zijn nog leeg, want het is nog te vroeg om de reis te onderbreken. Vanaf een uur of vier begint het hier vol te lopen. Nou ja, vol… echt vol is het volgens hem nooit. De camping is voor de meeste mensen niets meer dan een tussenstop. Bijna niemand blijft hier langer dan een nacht. Het zijn vluchtige passanten, anonieme voorbijgangers, die hij zich nooit meer zal herinneren en zij hem niet. Die wetenschap ontneemt hem de beleefdheid om niet te staren: ongegeneerd bestudeert hij hun gedrag en bezittingen, want kamperen heeft ook te maken met het etaleren van je spullen. Hij loopt langs een kolossale camper, met in het achterste deel een ruimte waarin zich een kleine auto bevindt. De eigenaar staat demonstratief te skottelbraaien in een schotel ter grootte van een tweepersoons jacuzzi. Ernaast zitten back-to-basicstypes met een primitieve shelter op hun knieën achter een eenpitsstel, tussen zakjes gevriesdroogde snijbonen en survival rodekool. Een gezin met een caravan en voor de kinderen twee zilverkleurige koepeltentjes eet met lange tanden aan een plastic tafel: nasi, in afsluitbare kunststof dozen meegenomen van thuis, want dat is handig voor de eerste dag. De vrouw van het gezin doet tegen beter weten in een poging om een potje atjar open te draaien. Thuis lukt dat nooit, dus waarom hier wel? Vakantie maakt overmoedig. Daarom verzuipen zoveel mensen in het buitenland, verdwalen ze, of flikkeren ze van een rots.
Hij weet dat ook hij wordt bestudeerd, door nieuwsgierige toeristenogen. Tijdens de vakantie lijken de meest banale dingen ineens interessant, zelfs een stevige man in een zwarte zwembroek.
De vrouw onderbreekt haar handeling om even te zwaaien. Haar echtgenoot kijkt naar wie zij zwaait, neemt goedmoedig glimlachend het potje van haar over en steekt ook zijn hand op. Werner zwaait terug en roept ‘Bon appétit!’
‘Leuk hier, hè jongens?’ zegt de vrouw tegen haar kinderen.
Hollanders. De caravan staat nog aangekoppeld. Morgenvroeg door, verder naar het zuiden. Dit telt niet. Het zwaaien naar een gezette man in een zwembroek is misschien wel het hoogtepunt
van de dag. Niet iets wat je bijblijft, maar misschien ook wel. Zelf onthoudt Werner ook vaak de meest onzinnige details.

Lees via de link hieronder meer over het boek en vind meteen hoe je het boek in huis kan halen:

Overzicht

Gert-Jan Van den Bemd

De verkeerde vriend

Werner Mans heeft alles redelijk voor elkaar. Oké, zijn werk stelt niet veel voor. Hij fotografeert wegwerpartikelen voor ziekenhuizen en laboratoria, als het al tot fotograferen komt. Maar hij heeft een vrouw, een dochter en een stacaravan. Alles gaat goed. Tot zijn dochter zo nodig naar een discotheek... nee, een club wil. Werner weet hoe het er daar aan toegaat. Vroeger kwam hij er ook. De vrienden die zijn dochter daar leert kennen, bedreigen Werners kalme bestaan. Voor het eerst in zijn leven moet hij opkomen voor zichzelf. Met alle gevolgen van dien.


'Gert-Jan van den Bemd besluipt je met zijn fijnmazige schrijfstijl, trekt behoedzaam het koord aan en houdt je zo gevangen in deze overrompelende debuutroman. Een boek dat zich kenmerkt door stilistische brille en dat qua sfeer de serie 'Breaking Bad' evenaart.' -- auteur en columnist Tania Heimans over 'De verkeerde vriend'

'Met een mooie toon, sterke details en memorabele zinnen heeft dit verhaal iets weg van de film 'Falling Down' met Michael Douglas, maar vergis je niet: een op zichzelf staand, eigenzinnig verhaal is het zeker.' -- jury ILFU 2017 over het korte verhaal 'Verder van huis'.

'Mooi is wat er niet staat. Wat je tussen de regels kan lezen. En dat is heel wat. [...] Ik heb het gevoel dat we nog zullen horen van Gert-Jan van den Bemd.' -- journalist en copywriter Jeroen Vermeiren over het korte verhaal 'Ex'.

'Ik ken Gert-Jan als een vlotte verhalenverteller. Hij maakt de lezer altijd nieuwsgierig naar meer.' -- auteur en journalist Kathy Mathys

Lees méér.

 

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief