leesfragment

‘Zoete, zoete wraak BV’ van Jonas Jonasson

Het leven van Victor Alderheim, een uitgekookte en succesvolle kunsthandelaar uit Stockholm, wordt op een dag overhoop gegooid als hij te horen krijgt dat hij de vader van de 16-jarige Kevin is en voor hem moet zorgen. Victor was juist van plan om Jenny, de dochter van een galeriehouder, te trouwen – en weer te scheiden – om haar erfenis binnen te halen. In dat plaatje past geen buitenechtelijk kind en dus bedenkt hij een plan om van Kevin af te komen in de rimboe van Afrika als de jongen achttien wordt. Maar dat plan mislukt faliekant. Kevin wordt liefdevol door een medicijnman in zijn Masai-stam opgenomen. Vijf jaar later keert Kevin terug naar Zweden. Daar ontmoet hij Jenny, inmiddels Victors ex-vrouw. Allebei afgedankt bundelen ze hun krachten samen met het bedrijf Zoete Zoete Wraak bv om zich te wreken op de man die hun leven verwoest heeft…

Lees hier alvast de eerste pagina’s van de nieuwste roman van Jonas Jonasson, bekend van onder meer De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween!

Proloog

Er was eens een matig succesvolle schilder in Oostenrijk-Hongarije. Zijn voornaam was Adolf en hij zou overal ter wereld bekend worden vanwege iets anders.

De jonge Adolf vond dat echte kunst bestond uit het afbeelden van de werkelijkheid zoals die was, zoals het oog die waarnam. Ongeveer zoals een foto, maar dan in kleur. ‘Echtheid bezit de ware schoonheid,’ zei hij, waarmee hij een Fransman citeerde van wie hij trouwens niets wilde weten.

Veel later in zijn leven, toen Adolf niet meer zo jong was, liet hij boeken, kunst en zelfs mensen uit naam van het juiste wereldbeeld verbranden. Dat mondde uit in de tot nu toe grootste oorlog in de wereldgeschiedenis. Adolf verloor die en stierf.

Dat gebeurde terwijl zijn wereldbeeld een winterslaap hield.

DEEL 1

1

Hij had geen idee wie Adolf was en had nog nooit van Oostenrijk-Hongarije gehoord. Dat hoefde ook niet. Hij was een medicijnman in een afgelegen dorp op de Afrikaanse savanne. Hij liet zo weinig sporen in de rode, ijzerhoudende grond na dat niemand zich nog herinnert hoe hij heette.

Hij was bekwaam in de geneeskunde, maar zijn reputatie was buiten de vallei waar hij woonde niet bekend, net zoals de gebeurtenissen in de wereld de vallei niet bereikten. Hij leefde bescheiden en stierf te vroeg. Ondanks zijn bekwaamheid had hij zichzelf niet kunnen genezen toen hij dat het meest nodig had. Een kleine maar trouwe groep patiënten betreurde zijn dood en miste hem.

De oudste zoon was eigenlijk te jong om de praktijk over te nemen, maar zo ging dat nu eenmaal.
De oudste zoon was eigenlijk te jong om de praktijk over te nemen, maar zo ging dat nu eenmaal. Zo was het altijd geweest en zo zou het altijd blijven.

De reputatie van deze opvolger was nog minder bekend dan die van zijn vader. Hij was pas twintig en had de relatieve competentie van zijn vader geërfd, maar dat gold niet voor diens goedaardigheid. Het was niets voor hem om de rest van zijn leven met weinig tevreden te zijn.

De verandering begon ermee dat de zoon een nieuwe hut met een behandelkamer en een aparte wachtruimte voor de patiënten liet bouwen. Hij droeg een witte overjas in plaats van een shúkà en veranderde zijn naam en titel. De zoon van de medicijnman wiens naam niemand zich nog kan herinneren, noemde zich dokter Ole Mbatian, in navolging van de legendarische Masai, de leider en visionair die de grootste van allemaal was. Het origineel was lang geleden gestorven en protesteerde niet vanaf de overkant.

Met alle vernieuwingen verdween de prijslijst van zijn vader voor de diverse behandelingen eveneens. De zoon stelde een eigen lijst op die recht deed aan de grote krijger. Als de dokter tijd vrij moest maken om een patiënt te ontvangen, was een zak theebladeren of een stuk gedroogd vlees bij wijze van betaling niet langer voldoende. De behandeling van eenvoudige kwalen kostte nu een kip en van ingewikkeldere kwalen kostte een geit. Voor de bijzonder moeilijke gevallen verlangde de dokter een koe. Als het tenminste niet te moeilijk werd. Degenen die stierven mochten dat gratis doen.

De tijd verstreek. De medicijnmannen in de naburige dorpen sloten hun praktijken. Ze waren uit de markt geconcurreerd, omdat ze hun naam niet hadden veranderd en benadrukten dat een echte Masai geen wit droeg. De reputatie van Ole Mbatian groeide in hetzelfde tempo als de hoeveelheid patiënten.

Het omheinde stuk land met koeien en geiten moest voortdurend uitgebreid worden en het klantenbestand om zijn kruidenaftreksels op uit te proberen, was zo groot dat Ole daadwerkelijk zo bekwaam werd als in het begin werd beweerd.

De medicijnman met de gestolen naam was al welgesteld toen hij de geboorte van zijn eerste zoon vierde. De baby overleefde de kritieke periode als zuigeling en werd traditiegetrouw opgeleid voor het beroep van zijn vader. Ole de tweede werkte jarenlang naast zijn vader voordat deze stierf. Toen die dag onherroepelijk kwam, hield hij de gestolen naam van zijn vader, maar hij schrapte de dokterstitel en verbrandde de witte overjas, omdat patiënten die van ver kwamen beweerden dat dokters, in tegenstelling tot medicijnmannen, misschien met zwarte magie werkten. Een medicijnman met de reputatie dat hij een tovenaar was, werkte en leefde niet lang.

Na dokter Ole Mbatian was Ole Mbatian senior dus aan de beurt. Zijn eerstgeboren zoon, die de praktijk overnam van zijn vader en grootvader, was Ole Mbatian junior.

Hij is degene met wie dit verhaal begint.

2

Ole Mbatian junior erfde de naam, het vermogen, de reputatie en het talent van zijn vader en grootvader.
Ole Mbatian junior erfde de naam, het vermogen, de reputatie en het talent van zijn vader en grootvader. In een ander deel van de wereld zou daarover gezegd zijn dat hij met een zilveren lepel in zijn mond was geboren.

Hij werd behoedzaam geschoold en maakte een omweg via de krijgersopleiding, net als zijn leeftijdgenoten. Daarom was hij nu niet alleen medicijnman, maar ook een bijzonder gerespecteerde Masai-krijger. Niemand wist meer over de helende kracht van kruiden en wortels, en maar een enkeling kon wedijveren met Ole als het om speren, werpknuppels en messen ging.

Op medisch gebied was hij gespecialiseerd in behandelingen die moesten voorkomen dat een gezin meer kinderen kreeg dan het wilde. Onfortuinlijke vrouwen maakten een bedevaart van Migori in het westen naar Maji Moto in het oosten, een reis van meerdere dagen. Om iedereen te kunnen helpen, hanteerde hij voor de vrouwen die hulp wilden een criterium van minimaal vijf kinderen, van wie er minstens twee jongens moesten zijn.

De medicijnman onthulde zijn recept aan niemand, maar afgaand op de smaak van de troebele vloeistof die de vrouw tijdens elke eisprong moest drinken, was bittermeloen een actief ingrediënt. Degenen met gevoelige smaakpapillen proefden ook een zweem van de wortel van de Levant-katoenplant.

Ole Mbatian junior was rijker dan alle anderen, met inbegrip van stamhoofd Olemeeli de Bereisde. Naast al zijn koeien bezat hij drie hutten en twee vrouwen. Voor het stamhoofd was het andersom: hij had twee hutten en drie vrouwen. Ole had geen idee hoe het stamhoofd dat kon laten werken.

De medicijnman had zijn stamhoofd overigens nooit gemogen. Ze waren even oud en wisten als kleine jongens al welke rol ze op een dag zouden hebben.

‘Mijn vader is de baas over jouw vader,’ zei Olemeeli af en toe om Ole te pesten.

Daar had hij in principe gelijk in, maar Ole junior verloor niet graag een discussie met hem. De oplossing was om het aanstaande stamhoofd met de werpknuppel op zijn hoofd te slaan, waarna Ole Mbatian senior geen andere keus had dan zijn zoon een stevig pak slaag te geven, terwijl hij tegelijkertijd lovende woorden in het oor van de jongen fluisterde.

In die tijd bestuurde Kakenya de Mooie de vallei. Hij werd heimelijk gekweld door het besef dat de toevoeging aan zijn naam niet alleen klopte, maar dat het ook zijn enige benijdenswaardige verdienste was. Bovendien maakte hij zich zorgen omdat zijn zoon, die het op een dag van hem zou overnemen, alleen de tekortkomingen van zijn vader en niet zijn knappe uiterlijk geërfd leek te hebben. Het uiterlijk van Olemeeli junior werd er bovendien niet fraaier op nadat de zoon van de medicijnman twee voortanden uit zijn mond had geslagen.

Kakenya de Mooie had heel veel moeite met beslissingen nemen. Soms liet hij zijn echtgenotes beslissen, maar helaas had hij een even aantal vrouwen. Telkens als ze het over een bepaalde kwestie niet eens waren (dat wil zeggen: bijna altijd), stond hij erbij met zijn beslissende stem zonder te weten wat hij ermee moest doen.

In de herfst van zijn leven en met steun van de hele familie lukte het Kakenya toch om een beslissing te nemen waarop hij trots kon zijn. Zijn oudste zoon zou op reis gaan, verder dan ieder ander ooit was geweest. Op die manier zou hij bereisd en met indrukken van de wereld buiten de vallei terugkomen. De wijsheid die hij in die tijd zou opdoen, zou van pas komen als het moment was gekomen om het van hem over te nemen. Olemeeli zou nooit zo mooi worden als zijn vader, maar hij kon een besluitvaardig en op de toekomst gericht stamhoofd worden.

Dat was het idee.

Helaas wordt wat je in gedachten hebt niet altijd waarheid.
Helaas wordt wat je in gedachten hebt niet altijd waarheid. Ole meeli’s eerste en laatste lange reis ging in opdracht van zijn vader naar Loiyangalani. Niet alleen omdat die plaats zo ver weg lag dat het bijna niet voor te stellen was, maar ook omdat het gerucht ging dat ze daar in het noorden nieuwe manieren hadden ontdekt om water uit het meer te filteren. Verhit zand en kruiden met veel vitamine C in combinatie met de wortels van waterlelies was een beproefde manier, maar in Loiyangalani hadden ze blijkbaar iets bedacht wat zowel eenvoudiger als effectiever was.

‘Ga daarnaartoe, zoon,’ zei Kakenya de Mooie. ‘Leer van alle nieuwe dingen die je onderweg tegenkomt. Kom vervolgens naar huis en bereid je erop voor me op te volgen. Ik voel dat ik niet veel tijd meer heb.’

‘Maar papa…’ zei Olemeeli.

Meer wist hij niet te zeggen. Hij vond zelden de juiste woorden of gedachten.

De reis duurde een halve eeuwigheid, of liever gezegd een hele week. Toen Olemeeli eindelijk in Loiyangalani was gearriveerd, ontdekte hij dat ze daar veel verder waren met bepaalde dingen.

Dat gold bijvoorbeeld voor de waterzuivering, maar ze hadden ook iets wat ‘elektriciteit’ werd genoemd en de burgemeester had een machine in plaats van een pen of een krijtje om brieven te schrijven.

Olemeeli wilde eigenlijk zo snel mogelijk weer naar huis, maar zijn vaders woorden echoden in zijn hoofd. Daarom besloot hij een aantal zaken nauwkeurig te bestuderen; dat was tenslotte het minste wat hij voor zijn vader kon doen. Ongelukkigerwijs testte hij de elektriciteit zo verkeerd dat hij een schok kreeg en minutenlang bewusteloos was.

Nadat hij weer bij bewustzijn was gekomen, wachtte hij even voordat het tijd was voor de schrijfmachine, maar dat liep niet veel beter af. Zijn linkerwijsvinger bleef vastzitten tussen de D en de R, waardoor Olemeeli doodsbang werd en zijn hand met zoveel kracht terugtrok dat zijn vinger op twee plekken brak.

Dat was het moment waarop Olemeeli er genoeg van had. Hij gaf zijn assistenten de opdracht om zijn spullen in te pakken voor de vermoeiende terugreis. Olemeeli wist al wat hij papa Kakenya zou vertellen. Dat elektriciteit je kon bijten als je een spijker in een gat in de muur stopte was al heel erg, maar de machine om mee te schrijven was ronduit levensgevaarlijk.

Kakenya de Mooie had zelden gelijk met zijn voorspellingen, maar zijn vermoeden dat hij nog maar korte tijd op aarde zou zijn, bleek te kloppen. De gedeeltelijk tandeloze zoon nam het geschrokken van hem over.

De eerste dag na de begrafenis vaardigde het nieuwe stamhoofd Olemeeli meteen drie decreten uit.

Eén: datgene wat elektriciteit werd genoemd, mocht nooit worden geïnstalleerd in de vallei waarover Olemeeli heerste.

Twee: machines om mee te schrijven mochten de grens niet passeren.

Drie: het dorp moest investeren in een nieuw zuiveringssysteem voor water.

Dat was de reden waarom Olemeeli al bijna vier decennia lang heerste over de enige vallei in de Masai Mara waar elektriciteit, schrijfmachines en, in het verlengde daarvan, computers niet voorkwamen. Het was tevens de vallei waar niet een van de zes miljard gebruikers van mobieltjes woonde.

Hij noemde zichzelf Olemeeli de Bereisde en was net zo weinig populair als zijn vader ooit was geweest. Achter zijn rug hadden de dorpsbewoners een aantal minder vleiende namen voor hem. De favoriet van Ole Mbatian junior was ‘stamhoofd Tandeloos’.

Het absoluut niet geliefde stamhoofd en de erkende bekwame medicijnman waren even oud, wat niet wilde zeggen dat ze goed met elkaar overweg konden.
Het absoluut niet geliefde stamhoofd en de erkende bekwame medicijnman waren even oud, wat niet wilde zeggen dat ze goed met elkaar overweg konden. Maar omdat ze de belangrijkste twee mannen van het dorp waren, konden ze niet ruziemaken zoals ze in hun jeugd hadden gedaan. Ole Mbatian verzoende zich ermee dat de meest conservatieve dorpsbewoner degene was die de beslissingen nam. Olemeeli de Bereisde deed op zijn beurt alsof hij niets hoorde als de medicijnman benadrukte wie van hen de meeste tanden in zijn mond had.

Het stamhoofd was een voortdurende maar draaglijke belasting voor Ole Mbatian. Zijn enige echte zorg in het leven was een andere. Hij had namelijk vier kinderen bij zijn eerste vrouw en vier bij de tweede: acht dochters, maar geen zoon. Na het vierde meisje begon hij al te experimenteren met zijn kruiden en wortels, zodat het volgende kind een jongen zou zijn. Dat bleek echter een medische uitdaging die te groot voor hem was. De dochters bleven komen, tot er helemaal geen baby’s meer kwamen. De vrouwen stopten met leveren, ook zonder de bittermeloen en Levant-katoenplant in de mixturen waarmee Ole Mbatian experimenteerde.

Na vijf generaties medicijnmannen zou de volgende een andere naam hebben dan Mbatian, of hoe ze voor die tijd ook hadden geheten. Vrouwelijke medicijnmannen bestonden niet in de Masai-wereld. Het woord zei het tenslotte al.

Ole kon zich er lange tijd mee troosten dat het tandeloze stamhoofd het niet beter deed wat betreft het produceren van kinderen. Olemeeli kreeg zes dochters in de periode waarin Ole er acht kreeg.

Tenminste, dat was zo tot het stamhoofd er nog een vrouw bij nam. Voordat de jongste vrouw te oud werd, kreeg ze een zoon en erfgenaam voor het stamhoofd. Er werd een groot feest in het dorp gehouden. De trotse vader verkondigde dat het heuglijke feit de hele nacht gevierd zou worden. Iedereen feestte tot de dageraad aanbrak, behalve de medicijnman, die hoofdpijn had en vroeg naar bed ging.

Dat gebeurde jaren geleden, aanzienlijk meer jaren dan Ole had verwacht te zullen leven. Hij was blijkbaar nog niet klaar voor de grote God en had nog het een en ander te geven. Hij wist niet precies hoe oud hij inmiddels was, maar merkte dat hij niet meer zo precies was met zijn pijl-en-boog, en dat hij niet meer zo trefzeker was met zijn speer, werpknuppel en mes. Misschien wel met de werpknuppel, als hij erover nadacht. Tenslotte was hij de regerende dorpskampioen.

Met zijn soepelheid was ook niet veel mis.
Met zijn soepelheid was ook niet veel mis. Hij bewoog zich met bijna dezelfde vanzelfsprekendheid als altijd, maar minder bereidwillig. Hij begon gemakzuchtig te worden. Hij had kiespijn en verhielp dat. Zijn zicht was troebeler dan in zijn jeugd, maar dat vond hij geen probleem. Ole had alles wat het waard was om te zien inmiddels gezien en hij kon alles vinden wat hij nodig had.

Al met al waren er indicaties dat een bepaalde leeftijd in een andere was overgegaan, of misschien was Ole Mbatian gewoon depressief. Toen het verdriet over de zoon die nooit was geboren hem in een te stevige greep kreeg, schreef hij zichzelf een mengsel van sint-janskruid en rozenwortel in zonnebloemolie voor. Dat hielp gewoonlijk.

Bovendien maakte hij een extra ronde over de savanne. Hij was daar altijd al ’s ochtends vroeg, in zijn voortdurende jacht op nieuwe wortels en kruiden voor zijn apotheek, en werkte tot de zon te warm werd. Nu begon hij zijn wandelingen als het nog donker was, terwijl hij lette op het geluid van de bijna geluidloze leeuw op jacht.

Werden zijn passen trouwens korter? Ole was een keer helemaal naar Nanyki gelopen. Een andere keer was hij naar de voet van de Kilimanjaro gelopen en had de berg beklommen. Nu was het alsof het naburige dorp al te ver weg was. Niets wees erop dat Ole Mbatian junior op een dag in de nabije toekomst aanzienlijke opschudding in Stockholm, Europa en de wereld zou veroorzaken. De Masai die zoveel wist over het verfijnen van de helende krachten van de savanne wist niets over de Zweedse hoofdstad of het continent waarop die zich bevond. En over de wereld wist hij niet meer dan dat die ooit was geschapen door Enkaï, de hoogste God die in de berg Kirinyaga woonde. Ole Mbatian noemde zichzelf een christen, maar er bestonden waarheden waaraan de Bijbel niets kon veranderen, zoals het scheppingsverhaal.

‘Vooruit,’ zei hij tegen zichzelf.

Dat deed hij soms. Het betekende dat hij nog een tijdje moest doorgaan, wat hij over het algemeen blijmoedig deed.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief