leesfragment

Zomerleesfragment. ‘Zora en Mira’ van Anja Cocquyt

Deze zomer trakteert WPG Uitgevers je wekelijks op een literaire cocktail in de vorm van een leesfragment. Als vieruurtje, voor het slapengaan of gewoon tussendoor. Vandaag neemt Anja Cocquyt je mee in de wereld van autisme spectrum stoornis met een waargebeurd verhaal over hoe een autistisch meisje beste vrienden werd met haar zorgrobot.

Knipogen

Het is inderdaad bitterkoud, maar ze kan die trui onmogelijk aandoen. Ze is niet gek! Het is vandaag 21 maart. Lente dus. Daarom liet ze vanmorgen haar dikke jas aan de kapstok hangen en trok ze haar rode sandalen aan. Zo hoort het in de lente.
Op slot. Ook dat nog! Mira schopt tegen de schoolpoort. Nu moet ze die stomme speelplaats opnieuw over. Ze kijkt om zich heen. Als ze links gaat en even doorstapt, komt ze bij de andere uitgang. Moet lukken. Ze klemt haar tanden op elkaar en zet het op een lopen. ‘Mira!? Wacht!’ Niks van. Ze moet hier weg. Nu! Met grote passen beent ze naar huis. Ze dropt haar tas bij de voordeur en haalt haar sleutelbos uit haar broekzak. Het ding glipt tussen haar trillende vingers. Haar voet schiet uit en het balletje met de drie sleutels vliegt door de lucht. Met een grote boog verdwijnt de
sleutelbos tussen de staven van het rioolrooster. Een doffe plons. Ze snelt erheen en laat zich op de grond zakken. Met haar twee handen sleurt ze aan de staven, maar het deksel zit muurvast. Mira laat los en loopt naar de voordeur. Ze gaat zitten en slaat haar armen om haar benen. Ze wiegt. ‘Heb jij het niet koud hier?’ Mira herkent de bruine schoenen van Tommie, de buurman. De bizarre buurman die zelden met mensen praat en nooit bezoek krijgt. De buurman die nooit slaapt en altijd in de weer is. De schoenen draaien en stappen weg. Ze hoort gerammel in Tommies garage.
Mama lacht daar vaak om. ‘Waarom heeft die man eigenlijk een huis? Hij is altijd in zijn garage.’ De schoenen komen terug. ‘Hier,’ zegt Tommie, ‘een trui.’ Hij dropt ze naast haar. Het is inderdaad bitterkoud, maar ze kan die trui onmogelijk aandoen. Ze is niet gek! Het is vandaag 21 maart. Lente dus. Daarom liet ze vanmorgen haar dikke jas aan de kapstok hangen en trok ze haar rode sandalen aan. Zo hoort het in de lente. Dat leerde ze al in de eerste kleuterklas. ‘Wil je een tas thee? Daar warm je vast van op’, zegt Tommie zacht. Mag ze thee drinken in de lente? Ja, dat mag. Warme drankjes mogen zelfs in de zomer. Ze neemt de trui en staat op. Langzaam loopt ze naar de garage. ‘Ga zitten, ik zet water op.’ Tommie verdwijnt achter een grote, grijze, metalen kast. Naast de kast staat een oude sofa waarin een hoofdkussen en een deken liggen. Slaapt Tommie hier? Ze hoort allerlei ‘keukengeluiden’. Stromend water, glazen die tegen elkaar stoten… Zit er een keuken verstopt achter die kast? Dan heeft mama misschien wel gelijk. Tommie heeft helemaal geen huis nodig bij deze garage. Ze zoekt een tafel om de trui op te leggen. Tafels genoeg, maar ze liggen stuk voor stuk bedolven onder materiaal. Schroevendraaiers, verfborstels, passers, kniptangen, tekenbladen en massa’s boeken. Ze neemt het bovenste boek van de dichtstbijzijnde tafel en leest de titel: Leven als een robot. Het boek eronder: Wat als de wereld je bang maakt? ‘Voilà, het water kookt. Is gemberthee goed?’ ‘Ja, met wat suiker, asjeblieft.’

Tommie verdwijnt weer achter de kast. Mira legt het boek terug op de stapel, gaat op de bank zitten en legt de trui naast zich. Voor haar staat een houten krat met daarop een vreemd bakje. Het lijkt op een bakje van een PlayStation, maar het is toch net iets anders. Ze schuift wat naar voren en pakt het. Geen tv of ander beeldscherm te zien hier. Waarvoor zou dat ding dienen? Met duim en wijsvinger neemt ze het lange witte staafje vast. Net als ze eraan wil draaien verschijnt Tommie. ‘Gemberthee voor mevrouw’, lacht hij. Mira legt het bakje terug en neemt de thee van Tommie
over. ‘Dank je wel.’ Tommie komt op een stoel bij haar zitten. ‘Laat het je smaken.’ Mira drinkt en zwijgt. Tommie kijkt en zwijgt. Zo zitten ze daar. Minutenlang. Het gebeurt niet vaak, denkt Mira, dat mensen gewoon zwijgen. Meestal willen ze én praten én drinken tegelijk. Daar wordt ze zenuwachtig van. Als haar thee op is, zet ze de lege beker naast het fake PlayStationbakje en staat op. ‘Dank je wel,’ zegt ze stil. ‘Graag gedaan, meid. Kom gerust nog eens langs. Het is niet ver hé?’ Tommie knipoogt. Een knipoog betekent dat iets grappig of vrolijk bedoeld is. Heel handig dus om grapjes te herkennen. Zelf kan ze helemaal niet knipogen. Ze probeerde het al vaak. Noppes. Als ze haar ene oog dichtknijpt, doet het andere sowieso mee. Nu… dat is niet erg, want ze vertelt nooit grapjes. Dus hoeft ze helemaal niet te knipogen. Ze knikt naar Tommie en vertrekt. Knikken kan ze wel.

Gewoon

‘Leerplicht kan me gestolen worden! Wat zijn we met leerplicht als ons kind elke dag van school wegrent?’
‘Dit kan zo niet verder, Thijs’, zegt mama. ‘Ze gaat eraan kapot.’ ‘Wat moet ze dan?’ Papa haalt zijn schouders op. ‘We kunnen haar toch niet thuishouden? Ze is leerplichtig! We hebben het er al zo vaak over gehad.’ ‘Leerplicht kan me gestolen worden! Wat zijn we met leerplicht als ons kind elke dag van school wegrent?’ Papa schudt zijn hoofd. ‘Ik weet het niet, liefje. We doen alles wat dokter De Vries ons aanraadt, we begeleiden Mira zo veel we kunnen. Alle leerkrachten staan steeds voor haar klaar en doen hun uiterste best. Toch blijft ze wegrennen.’ Mira zit bovenaan de trap. Ze wiegt en luistert. ‘Misschien moeten we andere hulp overwegen, liefje.’ Papa’s stem klinkt schor. Mira voelt een rilling over haar rug lopen. ‘Die andere school kan haar wellicht beter opvangen. Daar kán ze zelfs niet weglopen.’ Mira weet over welke school ze het hebben. Toen ze er vorig jaar met mama en papa een kijkje ging nemen, wist ze meteen dat ze daar niet thuishoorde. Ze ging
nog liever dood dan daar weggestopt te worden zoals een dier in het asiel. ‘Daar kunnen ze je geven wat je nodig hebt, Mira,’ had mama gezegd, ‘en je hebt net iets anders nodig dan de meeste kinderen.’ ‘Ik ben niet anders! Ik ben gewoon Mira!’ Ze had het wel twintig keer geroepen, luider en luider. Nu weet ze het niet meer. Ze is wel anders. En ja, ze is Mira. Maar hoe hard ze ook haar best doet, ze weet niet wat ze moet doen om ‘gewoon’ Mira te zijn. In de keuken is het nu stil. Normaal gezien gaat ze dan naar bed. Vanavond niet. Daar is ze te zenuwachtig voor. Morgen hebben ze een afspraak met dokter De Vries. Iedereen gelooft dat die dokter haar kan helpen. Iedereen behalve zij.

Een piepgeluid

Mira kijkt naar het takenbord en daarna naar de vuile ontbijttafel. Afruimen zal nog even moeten wachten, want haar drieling roept. Ze haalt haar jongleerballen uit haar rugzak. Rood, geel en blauw. Ze moet elke dag oefenen en dat doet ze ook. Een halfuur of meer. Ze gooit de balletjes één voor één op en houdt ze alle drie behendig in de lucht. Steeds op dezelfde manier, steeds dezelfde beweging. Zalig. Na een halfuur trainen ruimt ze de tafel af en gaat ze voor het prikbord staan. Daar hangt haar dagschema. Over drie kwartier moet ze Franse woordjes oefenen. Een uur lang. Dan mag ze een halfuur pauze nemen en daarna de biologietaak opstarten. Pff. Van dokter De Vries mag ze een poosje thuis studeren. Enkel op woensdag moet ze nog naar school om de wekelijkse toetsen te maken. Alleen thuis zijn is best eenzaam, maar duizendmaal beter dan school. Geen gewirwar op de speelplaats, geen stemmen door elkaar, geen piepende stoelen, geen papiergeritsel, geen zoemende lampen. Gewoon stilte. ‘Ding, dong.’ Mira schrikt. Daar gaat haar stilte. Het is de postbode met een pakje. ‘Dank je wel.’ Ze legt het pakje in de schoenenmand en steekt haar
hoofd even buiten. De garagepoort van Tommie staat open. Ze twijfelt, grist dan de reservesleutel van het haakje. Tommie had haar toch gezegd nog eens langs te komen, niet? Ze stapt de garage binnen. Het is er nog dezelfde warboel als vorige week. De wollen trui ligt nog steeds op de sofa. ‘Hallo?’ zegt ze aarzelend. Geen antwoord. ‘Hallo? Tommie?’ Het blijft stil.

Alleen thuis zijn is best eenzaam, maar duizendmaal beter dan school. Geen gewirwar op de speelplaats, geen stemmen door elkaar, geen piepende stoelen, geen papiergeritsel, geen zoemende lampen. Gewoon stilte.
Ze loopt naar de houten tafel links van de grijze kast. Die ligt vol papieren. Schetsen van een pop en tientallen blaadjes vol sommen. Zijn die door Tommie gemaakt? Tommie werkt toch in het rusthuis om de hoek? ‘Hij helpt oude mensen weer jong worden’, zei papa. Doet hij dat met sommen? Ze legt het blad terug op de tafel en gaat op de bank zitten. Op dezelfde plaats als vorige week. Het witte niet-PlayStationbakje ligt er nog. Ze neemt het en bekijkt het van alle kanten. Aan de zijkant zit een on/off-knopje. Ze klikt ‘on’. Een piepgeluid. Vreemd. Het piepgeluid kwam niet uit het bakje, maar wel uit de grijze kast. ‘Wat gebeurt hier?’ Tommie komt vanachter de kast gestrompeld. Het is een gek gezicht. Zijn haren staan in pieken overeind, zijn gestreept pyjamahemd is volledig fout geknoopt en hij heeft één pantoffel aan zijn voet en de andere als een wapen in de hand, klaar om ermee te gooien. ‘Jee, je deed me schrikken.’ Hij laat zijn arm zakken en haalt diep adem. ‘Je lijkt wel een vogelverschrikker’, lacht Mira. ‘Ik heb niet graag dat je aan mijn spullen komt, Mira’, hij ploft naast haar neer op de sofa. ‘Het spijt me. Ik was nieuwsgierig.’ ‘Hm. Nieuwsgierige vrouwen zijn gevaarlijk.’ ‘Gevaarlijk?’ ‘Ja, die zouden nog een regenboog ondersteboven draaien om te zien wat eronder zit.’ ‘Mijn papa zegt dat als je nooit nieuwsgierig bent, je ook niks bijleert.’ Tommie kijkt haar strak in de ogen. Ze kijkt de andere kant op. ‘Je vader heeft gelijk’, zegt hij dan en hij staat op. ‘Kopje thee?’ Enkele minuten later zitten ze samen zwijgend te slurpen. Als de bekers leeg zijn, vraagt Tommie: ‘Moet jij niet naar school?’ Mira staart in haar lege beker. Ze wiegt een klein beetje. ‘Ik had vroeger een hekel aan school’, zegt Tommie. ‘Ik snapte er niks van. Ik bedoel; ik snapte de lessen wel, maar de mensen niet.’ Mira kijkt op. ‘De mensen?’ ‘Ja, ik ben geen mensen-mens. Dat heb je vast al gemerkt. Dus ik werk met computers. Die begrijp ik wel.’ ‘Maar je werkt toch in het rusthuis?’ ‘Ja, ik zorg daar dat alle computers en toestellen goed afgesteld zijn. Een leuke job!’ ‘Ah, ik dacht dat je er mensen verzorgde.’ ‘Help, nee.’ Tommie grijpt lachend naar zijn hoofd, ‘datzou mijn dood worden… én die van die oudjes waarschijnlijk ook!’ Mira lacht een beetje onwennig mee. Meent hij dat of is het een grapje? ‘Ik begrijp de mensen ook niet zo goed’, zegt ze stil. ‘De kinderen uit mijn klas doen steeds anders.’ ‘Anders?’ ‘Ja, anders. Maar zij zeggen dat ík anders ben.’ ‘Als je het mij vraagt is iedereen anders’, zegt Tommie, ‘en dat vind ik heerlijk.’ Mira zucht. ‘Ik vind het vermoeiend.’

  • Op de hoogte

    Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief