leesfragment

‘Alles voor jou’ van Liane Moriarty

Ellen O’Farrell werkt als hypnotherapeute en wil inmiddels wel iemand tegenkomen die bij haar blijft. Wanneer ze Patrick ontmoet heeft ze goede hoop: hij is knap, heeft een goede baan én vindt haar ook leuk. Maar hij moet haar iets vertellen… Het blijkt dat Patricks ex-vriendin hem stalkt. Dat vindt ze eigenlijk wel interessant. Ellen weet dit niet, maar ze heeft haar al ontmoet.

Hoe ver zou jij gaan voor de man van je dromen?

Duik hieronder alvast in Alles voor jou van Liane Moriarty!

1

Bij hypnose denken mensen vaak aan slingerende horlogekettingen, ‘Je wordt nu heel erg slaperig’, en aan mensen die vrijwillig op een podium als kippen staan te tokken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel van mijn cliënten wat nerveus zijn als ze mij voor het eerst bezoeken! In werkelijkheid is er niets onnatuurlijks of griezeligs aan hypnose. De kans is zelfs groot dat u in uw gewone, dagelijkse leven al eens een soortgelijke ‘trance-ervaring’ hebt gehad. Bent u weleens naar een vertrouwde bestemming gereden en bedacht u later dat u zich de rit ernaartoe helemaal niet meer kon herinneren? Raad eens? Juist: u was in trance!
Uit de brochure ‘Kennismaking met Ellen O’Farrell, hypnotherapeute’

Ik was nog nooit onder hypnose geweest. Eerlijk gezegd geloofde ik er niet zo in. Het plan was dat ik zou gaan liggen, en zou doen alsof het werkte, en dat ik ondertussen mijn best deed om niet te lachen.

‘De meeste mensen zijn verbaasd dat ze het zo prettig vinden,’ zei de hypnotherapeute. Ze was echt zo’n softie, zonder make-up en sieraden. Haar huid was glad en doorschijnend, alsof ze zich uitsluitend in bergbeekjes waste. Ze rook als zo’n veel te dure ethisch verantwoorde prullenwinkel: naar sandelhout en lavendel.

De kamer waarin we zaten was piepklein, warm en wonderlijk. Hij was aangebouwd aan het huis als een soort dicht balkon. De vloerbedekking rook muf en had een patroon van vervaagde roze rozen, maar de ramen waren modern: glaspanelen van het plafond tot de vloer, waardoor het er heel licht was. Toen ik binnenkwam leek dat licht door mijn hoofd te suizen als een felle bries en ik rook oude boeken en de zee.

We stonden samen, de hypnotherapeute en ik, met onze gezichten dicht bij het raam.
We stonden samen, de hypnotherapeute en ik, met onze gezichten dicht bij het raam. Als je zo dichtbij stond, zag je het strand onder je niet, alleen maar zee, een glimmende tinnen vlakte die zich uitstrekte tot de bleekblauwe streep horizon. ‘Het voelt hier net alsof ik aan het roer van een schip sta,’ zei ik tegen de hypnotherapeute, die zich net iets te veel verkneukelde om deze opmerking en met ronde glimmende ogen en het enthousiasme van een clown op een kinderfeestje zei dat zij altijd precies datzelfde gevoel had.

We gingen tegenover elkaar zitten. Ik zat in een stoel met ligstand, bekleed met zacht groen leer. De stoel van de hypnotherapeute was rood met crème en had van die oren. Er stond een lage salontafel tussen de stoelen in, met daarop een doos tissues – kennelijk moeten mensen huilen om hun vorige leven als een uitgehongerd keuterboertje – een kan water met ijsblokjes waar twee volmaakt ronde schijfjes citroen in dobberden en twee hoge waterglazen, een klein zilveren schaaltje met chocolaatjes verpakt in glimmende papiertjes en een platte schaal gevuld met piepkleine gekleurde knikkertjes.

(Ik heb ooit eens een grote, ouderwetse knikker gehad die nog van mijn vader was geweest toen hij een jongetje was. Die hield ik altijd in mijn handpalm tijdens tentamens en sollicitatiegesprekken, omdat ik dacht dat hij geluk bracht. Ik ben hem een paar jaar geleden kwijtgeraakt, en inderdaad heb ik vanaf toen ook geen geluk meer gekend.)

Ik keek om me heen en zag dat het licht weerkaatste van de oceaan op de muren; prisma’s van oogverblindend, dansend licht. Het was op zich al hypnotisch. De hypnotherapeute zat met haar handen in haar schoot gevouwen, en haar voeten naast elkaar op de grond. Ze droeg ballerina’s, een zwarte panty, een rok met folkloristisch borduursel en een crèmekleurig overslagvestje. Hip en toch elegant. New age en toch klassiek.

Ik dacht: wat een mooi, rustig leven heb jij. Je zit elke dag in deze bijzondere kamer te baden in het licht. Geen computerscherm dat volloopt met mailtjes. Geen hoofd dat volloopt met woedende telefoongesprekken. Geen vergaderingen en geen spreadsheets.

Haar geluk was voelbaar. Het straalde van haar af, mierzoet, als een goedkoop parfum; niet dat zij ooit een goedkoop parfum zou dragen.

Ik proefde de zure smaak van jaloezie in mijn mond en nam een chocolaatje om die smaak te verdringen.
Ik proefde de zure smaak van jaloezie in mijn mond en nam een chocolaatje om die smaak te verdringen.

‘Goed idee, ik neem er ook eentje,’ zei de hypnotherapeute, en ze haalde een chocolaatje uit zijn papiertje als warm meisjesonder-elkaar-gebaar, alsof we al jaren vriendinnen waren. Zo’n soort mens is het. Ze heeft waarschijnlijk een enorme kring superlieve, giebelende vriendinnetjes die elkaar door dik en dun steunen, en die elkaar suf knuffelen en avondjes samen naar de dvd’s van Sex and the City kijken en eindeloos met elkaar aan de telefoon hangen om over mannen te kirren.

Ze sloeg het notitieblok op haar schoot open en begon te praten met haar schattige chocolademond. Ze zei: ‘Zo. Voor we beginnen ga ik je eerst nog een paar vragen stellen. Jeetje, ik had niet die met karamel moeten nemen. Taai, joh!’

Zoveel vragen had ik niet verwacht.

De meeste beantwoordde ik naar waarheid, want ze waren tamelijk onschuldig. Een beetje sneu zelfs. ‘Wat doe je voor werk?’, ‘Wat doe je in je vrije tijd?’, ‘Wat is je lievelingseten?’

Uiteindelijk zakte de hypnotherapeute achterover in haar stoel, glimlachte en vroeg: ‘Kun je me nu eens vertellen waarom je hier vandaag bent gekomen?’

Het antwoord op die vraag was uiteraard niet honderd procent eerlijk.

 

*****

 

Hij zei: ‘Ik moet je iets vertellen.’

Hij had zijn mes en vork op de rand van zijn bord gelegd en zat nu rechtop, met zijn schouders naar achteren, alsof hij eindelijk klaar was om de gevolgen onder ogen te zien. Hij leek bang en ook een beetje beschaamd.

Hij zei: ‘Ik moet je iets vertellen.’
Ellen, die had zitten lachen, voelde meteen een pijnlijke kramp die haar maag deed samentrekken. (Een deel van haar bewustzijn registreerde dat: hoe haar lichaam als eerste reageerde. De mind-body-spiritdriehoek in actie. Zo fascinerend.)

Haar blije, open glimlach bevroor schaapachtig.

Ze was vijfendertig jaar oud. Ze wist wat dit betekende. Deze aardige man, deze keurige landmeter met zijn eigen bedrijf, deze alleenstaande vader die hield van kamperen en cricket en countrymuziek, stond op het punt iets te gaan zeggen waardoor ze helemaal geen trek meer had in haar vis met wittewijnsaus. Hij stond op het punt iets te zeggen wat haar hele dag zou verpesten, terwijl het net zo’n heerlijke dag was en de vis echt superlekker smaakte.

Spijtig legde ze ook haar vork neer.

‘Vertel eens?’ vroeg ze op prettig vragende toon, en elke spier in haar lijf spande zich aan alsof dat haar voorbereidde op een harde klap. Ze zou zich wel weer redden. Dit was niet het einde van de wereld. Dit was pas hun vierde date. Ze had er nog niet veel in geïnvesteerd. Ze kende de man nauwelijks. En hij hield van countrymuziek, nota bene. Als dat geen veeg teken was! Goed, ze had net wel hoopvol zitten dagdromen in bad, maar dat was altijd een valkuil als je een date had. Ze was nu al bezig met het herstel na de klap die komen ging. Tegen woensdag zou ze er wel weer overheen zijn. Donderdag op zijn laatst. Godzijdank was ze nog niet met hem naar bed geweest.

Over wat er nu ging gebeuren had ze geen controle, alleen over hoe zij erop zou reageren.

Heel even zag ze haar moeder voor zich, die haar ogen ten hemel sloeg. Ellen, lieve schat, geloof je zelf nu echt in die zelfhulpnonsens die je uitkraamt?

Jazeker. Daar geloofde ze in. Met haar hele ziel en zaligheid.
Jazeker. Daar geloofde ze in. Met haar hele ziel en zaligheid. (Haar moeder had later haar excuses aangeboden voor haar opmerking. ‘Dat klonk misschien een beetje badinerend,’ had ze gezegd, en Ellen deed toen net of ze flauwviel van verbijstering.)

‘Nee, wacht, excuseer me even.’ Hij stond op, en zijn servet gleed op de grond. Met een rood hoofd raapte hij het op en legde het zorgvuldig op tafel, naast zijn bord.

Ze keek naar hem op.

‘Ik ga even…’ Hij gebaarde naar de achterkant van het restaurant.

‘Oké,’ zei ze sussend. ‘Het is direct links, meneer.’ Een ober wees hem discreet waar het toilet was.

Ze keek hem na.

Patrick Scott.

Ze vond Patrick trouwens toch een stomme naam. Een nichterige naam. Echt een naam voor een kapper. En zijn vrienden noemden hem blijkbaar ‘Scottie’, wat natuurlijk… nou ja, heel normaal was voor Australische mannen.

Als hij er nu een punt achter wilde zetten, zou dat zeker pijn doen. Een prikje, maar wel scherp.
Als hij er nu een punt achter wilde zetten, zou dat zeker pijn doen. Een prikje, maar wel scherp. Niet dat Patrick Scott nu zo verschrikkelijk bijzonder was. Hij had gewoon een aardig gezicht (lang, smal, lichte inhammen), een gewoon lichaam (gemiddelde lengte, best brede schouders, maar niet zo van kijk-mij-eens-even-de-bodybuilder-uithangen), een gewone baan, een gewoon leven. Ze voelde zich alleen zo ontzettend op haar gemak bij hem, bijna meteen vanaf het begin, al binnen een paar minuten na hun eerste ontmoeting in een ongemakkelijk leeg café. Dat café was haar idee, en ze schrok zich dood toen het praktisch uitgestorven bleek, zodat hun nerveuze eerste-date-stemmen veel te hard klonken, en de drie verveelde tienerserveersters niets beters te doen hadden dan meeluisteren naar hun houterige gesprek. Ze zaten op hun cappuccino te wachten en hij speelde met een suikerzakje. Hij draaide er kringetjes mee en tikte ermee op tafel. Toen ontmoetten hun ogen elkaar, en ze grijnsden zo’n beetje, omdat ze allebei inzagen hoe gruwelijk de situatie was, en ineens voelde Ellen alle spanning uit haar lijf vloeien, alsof ze een sterke pijnstiller had geslikt. Ze had het gevoel alsof ze hem al kende, al jaren. Als ze in een vorig leven geloofde (en dat deed ze niet níét, want in haar werk had ze al zoveel meegemaakt, dat ze openstond voor allerlei bizarre mogelijkheden), zou ze hebben gezegd dat ze elkaar in dat vorige leven al eens hadden ontmoet.

Zo’n soort warmte die direct voelbaar was, iets wat ze al heel vaak met vriendinnen had meegemaakt – want zij was een ster in vrouwenvriendschappen – maar nog nooit met een man.

Dus ja, ze kende deze aardige landmeter genaamd Patrick Scott nauwelijks, maar het zou haar pijn doen als hij het nu al uitmaakte. Waarschijnlijk meer dan een prikje.

Ze dacht aan de honderden, misschien wel duizenden verhalen over afwijzing die ze door de jaren heen van haar cliënten had gehoord. ‘Dus ik kook een driegangenmenu voor zijn hele familie, dertien man. Ben ik daarna bezig met de afwas, komt hij vertellen dat hij niet meer van me houdt.’ ‘We hadden een heerlijke vakantie in Fiji gehad, dronken op de terugweg een glas champagne, zegt zij dat ze bij me weggaat! Bij de champagne – alsof we iets te vieren hadden!’

Ach, de naakte pijn die nog altijd groeven trok in hun gezicht, ook al beschreven ze iets wat al jaren geleden was gebeurd. De afwijzing door een minnaar of zelfs alleen een potentiële minnaar was toch zoiets hards voor het Innerlijke Kind. Verlatingsangst, herinneringen aan zielenpijn uit vorige levens, gevoelens van minderwaardigheid en zelfhaat: alles kwam boven in een niet te stuiten stortvloed van gevoelens.

Ze deed haar best om haar eigen situatie objectief te bekijken, als een anamnese van een van haar cliënten, in de hoop dat ze afstand kon bewaren. Maar het lukte niet.

Alle paniek zou natuurlijk voor niets kunnen zijn.
Alle paniek zou natuurlijk voor niets kunnen zijn. Misschien stond Patrick helemaal niet op het punt om haar te dumpen. Er was niets wat daarop wees, en zij was altijd heel goed in het duiden van mensen. Ze had er niet voor niets haar beroep van gemaakt. Toen ze die avond de deur voor hem opendeed, had hij gezegd dat ze er ‘geweldig’ uitzag, met zo’n tevreden uitdrukking op zijn gezicht, alsof iemand hem net een cadeautje had gegeven. En hij was niet zo’n gladde jongen die op de automatische piloot complimentjes uitdeelde en zei wat vrouwen graag willen horen. Ze hadden best veel oogcontact gehad tijdens het eten; je zou zelfs kunnen zeggen dat ze elkaars blik af en toe lang vasthielden. De hele maaltijd merkte ze dat hij naar haar toe leunde (hoewel het natuurlijk ook kon zijn dat hij een beetje doof was – echt verbazingwekkend hoeveel mannen een beetje doof zijn; dat wist ze zowel door haar liefdesleven als door haar werk).

Ze had gevoeld dat hun lichaamstaal en ademhalingsritme synchroon liepen, en niet alleen omdat zij de zijne spiegelde zoals ze dat bij cliënten deed. Tenminste, niet expres.

Er vielen geen pijnlijke stiltes en er waren geen ongemakkelijke momenten. Hij had op een respectvolle manier interesse getoond in hypnotherapie. Hij zei niet: ‘Laat eens zien dan! Laat mij maar eens een kip nadoen!’ Hij dreef er niet de spot mee en maakte geen laatdunkende opmerkingen, wat nog erger was, en hij zei niet dat hij niet zoveel ophad met ‘alternatieve geneeswijzen’. Hij zei niet: ‘Dus je hebt helemaal geen opleiding nodig om dat te mogen doen?’ of: ‘Valt daar nou geld mee te verdienen?’ En hij vond het ook niet eng. Sommige mannen met wie ze op date was geweest, leken echt bang te zijn dat zij hen zou hypnotiseren zonder dat ze het doorhadden. Maar Patrick was vooral nieuwsgierig.

Bovendien had hij haar een paar minuten geleden nog foto’s van zijn zoon laten zien! Een schatje: een blond, mager jongetje van acht, op een skateboard, op de trombone met zijn schoolorkest, aan het vissen met zijn vader. Dat zou hij toch nooit allemaal laten zien als hij vond dat het niets zou worden?

Behalve als hij dat net in een flits had ingezien. Nu ze er zo eens over nadacht, het was wel raar en abrupt zoals hij zijn mes en vork neerlegde om zijn aankondiging te doen, en zoals hij over haar schouder keek alsof hij in de verte een glimp van een heel andere toekomst zag. Ze was midden in een zin, nota bene. (Ze vertelde hem een verhaal over een cliënt die geobsedeerd was door Jennifer Lopez. Eigenlijk was het John Travolta, maar om privacyredenen veranderde ze de details altijd. En het verhaal klonk grappiger als het Jennifer Lopez was.) Hij keek zo verdrietig.

Zelfs al stond hij niet op het punt om haar te dumpen, wat hij te zeggen had was hoe dan ook onacceptabel en onaangenaam.

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief