leesfragment

Ayan Mohamud Yusuf over vluchtelingen, racisme en hoop

Ayan Mohamud Yusuf kwam in 1980 op de wereld in Mogadishu in Somalië, als de op één na jongste in een gezin met negen kinderen. Nadat een oorlog uitbarstte, vluchtte het gezin in 1991 naar verschillende buurlanden, waar ze in tal van onwerkelijke situaties terechtkwamen. Ze schreef haar verhaal neer in Op zoek naar vaste grond, een boek dat dezer dagen meer dan ooit actueel is.

De protesten tegen politiegeweld in de Verenigde Staten beheersen al dagenlang de actualiteit. Helaas is het niet alleen daar dat de zwarte bevolking te maken krijgt met racisme of onheuse behandelingen. Ook in ons land kwamen de afgelopen dagen getuigenissen naar boven. Ook Ayan Mohamud Yusuf maakte het mee, deelt ze in haar boek:

Ik heb altijd graag in Leuven gewoond, maar Peter is van Limburg en werkt net over de grens in Nederland. We gingen dus op zoek naar een geschikte plek voor ons allebei. We namen er een kaart bij en kwamen bij de regio Diest uit. Van daaruit kan ik makkelijk met de trein naar Brussel en Peter vlot met de auto naar Limburg.

Toen we hier kwamen wonen, kon ik de gedachten van de buren lezen, alsof ze in een tekstballon boven hun hoofd hingen. Een jongen van bij ons met een zwart meisje, het is duidelijk dat ze gaat profiteren van hem. Ze zal wel hele dagen thuiszitten terwijl hij de kost moet verdienen.

Het tegendeel was waar. Elke dag zagen ze dat ik eerder dan Peter vertrok en later dan hij thuis was. Toen ik op een dag in de tuin aan het werk was, kwam er een buurman op me af.

‘Amai Ayan, wat werk je hard. We hebben veel respect voor jou. Zou je Peter niet vragen om de tuin te doen?’

Snel oordelen is nooit goed.

En ook dit maakte ze mee:

‘Jij bent een uitzondering, Ayan’, heb ik vaak gehoord de afgelopen jaren. ‘Jij werkt, jij draagt bij aan de sociale zekerheid en betaalt belastingen. Jij bent niet zoals al die andere vluchtelingen die komen profiteren van het systeem.’ Helaas zijn ze blijkbaar vergeten dat ook ik ooit een vluchtelinge was, die goed is terechtgekomen. Ik heb mensen ontmoet die me accepteerden en hun huis en hart voor mij hebben opengesteld, zonder me te veroordelen. Dankzij hen ben ik zo ver gekomen.

Met haat bereik je niets. Als je elke dag hoort dat een bepaalde afkomst of een bepaalde religie slecht is, sla je misschien wel de verkeerde weg in. Martin Luther King zei ooit: ‘Darkness cannot drive out darkness, only light can do that. Hate cannot drive out hate, only love can do that.’ Mijn hart breekt als mijn vrienden duisternis met duisternis proberen te bestrijden. Zo was er iemand die had gehoord dat ik terug naar Afrika ging en me vroeg of ik ‘niet enkele zwartjes kon meenemen’. Zulke woorden verwacht ik niet van vrienden.

[…]

Op een vroege ochtend in 2019 bestelde ik een koffie aan de stationsbar van Diest. Naast mij stond een man te wachten op zijn koffie. Toen er een beker koffie op de toog verscheen, vroeg hij me: ‘Is this mine or yours?’ Ik was in de war en stond even met mijn mond vol tanden. Waarom spreekt hij me in het Engels aan, dacht ik. We zijn toch in Diest? Misschien is hij Engelstalig?

De man achter de bar zei: ‘Nee, dit is de koffie van Ayan.’

‘Oké’, zei de man. ‘Ik dacht dat het de mijne was.’

Hij sprak dus Nederlands. Ik was in shock. Waarom sprak hij me dan aan in het Engels? Omdat ik gekleurd ben? Het gebeurt zo vaak: Vlamingen die me aanspreken in het Frans of in het Engels. Alsof het onmogelijk is dat iemand met een andere huidskleur Nederlands spreekt.

Begin 2019 was mijn zus op bezoek en gingen we naar een winkel in Diest. Toen mijn zus gevonden had wat ze zocht, legde ze het op de toonbank en betaalde. ‘Thank you’, zei ze. Mijn zus woont in Amerika en spreekt dus Engels.

De winkelbediende reageerde meteen: ‘We zijn in Vlaanderen, hoor. Je moet Nederlands spreken.’ Weer stond ik met mijn mond vol tanden.

‘Sorry, I don’t understand what you say’, zei mijn zus met een vriendelijke glimlach.

‘Ja natuurlijk begrijp je het niet. Je moet de taal leren als je hier woont.’

Wat gebeurt er nu, dacht ik. Ik legde de vrouw uit dat mijn zus Amerikaanse is en op bezoek was. ‘Moet ze de taal leren van elk land waar ze op vakantie gaat? Doet u dat ook?’ Ik was razend.

De vrouw bloosde en verontschuldigde zich.

Het verhaal van Ayan raakt duidelijk een gevoelige snaar. Daarom mocht ze intussen in verschillende media haar boodschap verder uitdragen:

‘Ik werk in Brussel en daar krijg ik van sommige Marokkanen te horen «jij bent een mooie aap en niet zoals ander apen met een dikke neus». Ik solliciteerde ooit bij een firma in Antwerpen en na drie rondes mocht ik op gesprek bij de hoofdverantwoordelijke. Toen die mij zag, barste hij in woede uit en vroeg zijn medewerkers waarom ze zijn tijd verspilden aan iemand zoals ik. De man werd uiteindelijk ontslagen maar ik maak mij daar niet kwaad om en noem het geen racisme, eerder grofheid en dom gedrag. Zijn collega’s waren er ook kapot van, dus ik geloof niet dat we iedereen in dezelfde hoek moeten duwen.’ – Ayan in Het Laatste Nieuws

‘We moeten stoppen met denken dat we anders zijn en daardoor harder moeten werken. Uiteindelijk horen wij er ook bij.’ – Ayan in De Standaard

‘Deze crisis doet ons beseffen dat we als mens allemaal met elkaar verbonden zijn. Niets is vanzelfsprekend en alles is vergankelijk. Nu komt aan de oppervlakte wat echt belangrijk is, onze liefde voor elkaar. […] At the end of the day, zijn we allemaal mensen die elkaar nodig hebben. Daarom, zie elkaar graag. Je zal zien: met wat geduld komt het allemaal goed.’ Ayan in Ferm

Tot slot geeft Ayan graag nog een persoonlijke boodschap mee:

Als iemand een bepaalde mening of standpunt heeft, wil dat nog niet zeggen dat iemand meteen de stempel racist moet krijgen. Helaas wordt dit woord nogal vrij snel gebruikt, voor mijn gevoel zelfs te snel. Als iemand je op straat aankijkt, wil dat nog niet zeggen dat die persoon dit doet uit een oogpunt van haat. Ik vind dat hij, maar zeker ook iedereen, een eigen mening mag hebben en deze mag uitspreken. Bij voorkeur dan wel menselijk en beleefd. Iets kan alleen veranderen als we toegeven en willen inzien dat het nog steeds bestaat. Het is niet omdat we geen racisme zien, dat het niet bestaat!

Ik ben er zeker van dat in elk land een of andere vorm van racisme bestaat. We moeten erover kunnen praten op een respectvolle manier. Wellicht kunnen we elkaar dan begrijpen zonder dat we verdeeld worden. Alleen zo kunnen we oplossingen vinden.

Hoe kunnen we discriminatie en racisme aanpakken? Eerste en vooral stoppen ons te (laten) verdelen. Praat met alle kleuren en werk samen met iedereen. Educatie is de sleutel van onze samenleving en de toekomst van onze kinderen. Voed je kinderen liefdevol op met respect voor elkaar. Stop met hen haat aan te leren.

Dankzij getuigenissen als die van Ayan en de andere moedige personen die afgelopen dagen hun stem lieten horen, hopen we dat de wereld een mooiere plek mag worden. Zodat ook zij in ons land vaste grond kunnen voelen.

Meer lezen van Ayan?

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief