nieuws

Brutopia: De dromen van Brussel met Pascal Verbeken

In Brutopia volgt Pascal Verbeken het spoor van de dromenjagers in Brussel. Hij verkent Europese salons en achterbuurten, luistert naar denkers, daklozen, prostituees, politieke leiders en nieuw aangespoelde plannenmakers. Verbeken leidt de lezer op magistrale wijze door de geschiedenis van de Brusselse dromen en legt zo de hedendaagse ziel bloot van deze mysterieuze stad.

Brussel is de meest gehate stad van België en de Europese Unie. De hoofdstad van een half miljard Europeanen roept beelden op van verval, armoede, chaos en bureaucratie. ‘It’s like a hellhole,’ verklaarde Donald Trump. Maar Brussel is ook de onvermoede broedplaats van utopieën, urbanistische experimenten en Grote Maatschappelijke Vergezichten. Karl Marx schreef er zijn Communistisch Manifest, salafisten broeden er op de vestiging van een religieuze heilstaat en de EU bouwt er aan het meest ambitieuze politieke project sinds de Tweede Wereldoorlog. Brussel toonde zich bovendien een toevluchtsoord voor dissidente hemelbestormers en artistieke vrijbuiters zoals Charles Baudelaire, de grootste Brusselhater aller tijden. Sommige dromen veranderden de wereld, andere vielen stuk op de Brusselse kasseien.

Podcast VRT

Naar aanleiding van zijn nieuwste boek, trok Pascal Verbeken met Joris Vergeyle (VRT) naar de Brusselse Noordwijk en de Kanaalzone. Wie ze ontmoetten en wat hun pad kruiste, is te beluisteren via de podcast van de VRT.

‘Om trek te krijgen in Brussel moet je moeite doen, maar dan krijg je ook wel veel terug.’ – Pascal Verbeken in Podcast VRT

Verbeken in de Vlaamse pers

Verbeken sprak ook met verschillende weekbladen en kranten over Brutopia. We delen graag enkele quotes met jou. (Volledige interviews zijn terug te vinden door op de link te klikken. Let op: sommige artikels bevinden zich achter een betaalmuur.)

‘Brussel is de verhevigde versie van België.’ – in De Tijd

‘Het is een morele plicht optimist te zijn in Brussel’ – in De Morgen

‘In België knetteren alleen Brussel en Luik. Die zindering vind je bijvoorbeeld niet in Gent. Het centrum lijkt daar een soort Disneyland.’ – in Knack

‘Brussel is een zeer verdraagzame plek, en een lappendeken van nationaliteiten en religies, maar die vermengen zich zelden: de stad is géén smeltkroes’ – in Humo

‘Met 180 nationaliteiten is  hier geen enkele groep dominant, ook dat geeft Œlucht. De keerzij de is dat de stad door niemand geclaimd wordt.’ – in Bruzz

Leesfragment

Ben je nieuwsgierig geworden? Lees hier dan het voorwoord van Brutopia.

Voorwoord van Sint-Michaël, beschermengel van Brussel

Goedgunstige lezer,

Ik ben Michaël. Sinds 1455 sta ik, glanzend in bladgoud, op de toren van het stadhuis aan de Grote Markt om de Brusselaars te beschermen tegen rampspoed. Het is een baan als een andere. Soms een zegen, soms een vloek. Daar ga ik u verder niet mee vervelen.

De schrijver van dit boek heeft me verzocht om dit voorwoord.

Daar had ik aanvankelijk weinig zin in. Het heft van een zwaard ligt me beter in de hand dan de pen. Maar toen begon hij me om te praten.

‘Uw ogen zien alles,’ begon hij. ‘Dag en nacht.’
‘Uw ogen zien alles,’ begon hij. ‘Dag en nacht.’

Dat is waar. Ik registreer met een uiterste nauwgezetheid, zonder rangschikking in dingen en gebeurtenissen. In de winter zie ik de eerste ijsbloemen verschijnen op de zolderruiten in Anderlecht-Kuregem, in de lente zie ik de laatste druppels smeltwater wegspoelen in een goot van Woluwe. Ik zie de spriet gras tussen de kasseien van een kade waar niemand meer komt, ik zie het weggegooide metroticket dat opwaait door een voorbijrijdende taxi. Ik zie het laatste restje bloed in een heroïnespuit, weggegooid achter een elektriciteitscabine. Ik zie het geblonken tafelzilver van de Club des Nobles glanzen in verwachting van een Europees banket, en tegelijkertijd zie ik families uit verre landen in de laadbak van vrachtwagens de westelijke voorsteden binnenrijden. Dit alles kan ik zien vanop mijn toren. Ik hoef er geen moeite voor te doen. Het is een gave.

Vooral in de periode na de Tweede Wereldoorlog wemelde het vaak voor mijn ogen, zo duizelingwekkend snel veranderde de stad dat ik bijna van mijn spits tuimelde. Brussel werd in betrekkelijk korte tijd een lappendeken van ongeveer honderdtachtig nationaliteiten. Een centrifuge van globalisering.

Brussel is niet één stad, ze is vele steden, en daarom zo ongrijpbaar, zelfs voor Brusselaars. Stap één metrohalte verder uit, wandel een hoek om, en je komt in een andere wereld, in een andere tijd, in een ander taalgebied. Dat wringt en wrijft. In Brussel voel je je makkelijker verloren dan geborgen. Maar toch zijn bevolkingsgroepen elkaar hier nog nooit met mitrailleurs te lijf gegaan. Van alle mirakels die in deze stad gebeurden, is dát misschien wel het meest bijzondere.

‘En je hoort alles,’ ging hij verder.

Ook dat kan ik niet ontkennen. Geen snik van een nieuwgeborene in de Marollen, geen zucht van een grijsaard in Sint-Gillis, zelfs geen plof van een neervallende eikel in het Warandepark is mij ooit ontgaan. Maar wat me het meest treft, is de weerzin tegen deze stad die ik overal hoor. Haar status wekt alom ergernis en jaloezie. Want Brussel is al eeuwenlang een hoofdstad. Van het hertogdom Brabant. Van de Verenigde Nederlanden. Van de Spaanse Nederlanden. Van de Oostenrijkse Nederlanden. Van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Van het Koninkrijk België. Van Europa.

Bruxellofobie noem ik het gevoel van angst en afkeer. Het gaat ver en houdt niet op. In het verdeelde België zijn Vlamingen en Walen zelfs broederlijk verenigd in hun aversie tegen Brussel, de stad die bizar genoeg het land bijeenhoudt wegens haar onsplitsbaarheid. In de landen van de Europese Unie roept Brussel al langer doembeelden op van doorgeslagen bureaucratie en regelneverij. Mag de kromming van een komkommer bij wet hoogstens acht millimeter per tien strekkende centimeter zijn? Brussel! Donald Trump, die overigens nooit meer van de stad zag dan het vliegveld van Melsbroek, het hoofdkwartier van de NAVO en het interieur van een luxehotel aan de Louizalaan, typeerde Brussel als a hellhole.

Brussel, de stad met het grote hart voor aangespoelden, is zelf een wees.
Brussel, de stad met het grote hart voor aangespoelden, is zelf een wees.

En toch was dit zo verwenste hellegat vaak een broedplaats van utopieën in het domein van politiek, maatschappij, kunsten, stadsontwikkeling en religie. Alsof hier een raadselachtige energie in de lucht hangt die het licht feller maakt en de geesten doet gisten. Sommige Grote Plannen hebben Brussel en zelfs de wereld veranderd, andere zag ik jammerlijk stukslaan op de straatstenen. Telkens was ik vanop de eerste rij getuige van hun vlucht en niet zelden van hun val.

Tal van Europese bannelingen begonnen in Brussel een nieuw leven: anarchisten, utopisch socialisten, revolutionairen, communards en verloren kunstenaarszielen. De stad was hun vrijplaats, tot en met vandaag. Als wederdienst herschiepen ze haar in een brandpunt van de internationale politieke en artistieke avant-garde. Denk aan Karl Marx, die kwam als asielzoeker toen zijn revolutionaire ideeën in Duitsland en Frankrijk te gevaarlijk bevonden werden. Hier schreef hij Het communistisch manifest. Of Charles Baudelaire, de zwarte dichtersprins voor wie Brussel de redding was. Toch heeft nooit iemand hatelijker gefulmineerd tegen deze stad. Als Trump de oneliners uit zijn anti-Brusselse schotsschriften kende, zou hij ze met plezier rondtweeten, de hele dag door.

Brussel bracht ook zelf tal van wereldverbeteraars voort. Neem Marx’ tijdgenoot Joseph Charlier, die liep diep in zijn jas gedoken door de pestilente straten van Onze-Lieve-Vrouwter-Sneeuw, nadenkend over de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Met revolutionaire ideeën over inkomensherverdeling wilde hij de armoede in de wereld uitroeien. Brussel was zijn proeftuin. Charlier was bij leven al vergeten,

maar zijn ideeën worden steeds meer bestudeerd en uitgetest. Want uitgerekend in Brussel is aan het begin van de eenentwintigste eeuw de sociale onderwereld van Marx terug: één op de drie Brusselaars leeft in armoede, één op de drie kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen uit arbeid. Meer dan duizend kinderen lopen overdag op straat omdat er geen plaats in een klas is. Van alle Europese hoofdsteden heeft Brussel één van de hoogste percentages werklozen. En tegelijk is Brussel de derde rijkste regio van Europa. In weinig Europese steden botsen extremen harder dan hier.

Ook Paul Otlet onderging het lot van de pionier die met een revolutionaire vinding te vroeg op het toneel verscheen. Hij wilde alle gedrukte kennis ter wereld ontsluiten met miljoenen naar elkaar verwijzende steekkaarten. Een Google avant la lettre in dienst van de de wereldvrede. Hij stierf onbegrepen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.

In de euforie werd een deel van de oude stad vernield.
Nauwelijks honderd meter voorbij de Verbondsstraat/Rue de l’Alliance, waar Marx woonde, beginnen de torens van de Europese wijk. Ik zie ze oprijzen achter mijn rechterschouder. In 1958 kwam de EU naar Brussel als een wankel utopisch vredesproject, vandaag beslist ‘Brussel’ over het sociaal-economische lot van een half miljard Europeanen. En terwijl de eerste Europese functionarissen hun bureau in gebruik namen, landde ook de Nieuwe Tijd. Expo 58, de grootste wereldtentoonstelling uit de geschiedenis, was de hoogmis van het naoorlogse optimisme, een uitbundig loflied op de zegeningen van atoomenergie, consumentisme en autoverkeer. In de euforie werd een deel van de oude stad vernield.

Dat zelfs de gloedvolle Expo verantwoordelijk was voor een ravage is veelbetekenend. Soms denk ik dat verandering, of preciezer nog destructie, het diepste wezen van deze stad is. Het rijke, dichtbevolkte zeventiende-eeuwse Brussel had een van de meest oogverblindende skylines van Europa. Die is nog te zien op het schilderij Panorama van Brussel (1665) van Jan-Baptist Bonnecroy. Dertig jaar later maakten Franse brandbommen hem met de grond gelijk. Een oorlogsmisdaad. Na twee dagen belegering was bijna de helft van de stad vernietigd, radicaal grondig zoals dat later met Warschau en Aleppo zou gebeuren. Op de Grote Markt bleven alleen mijn toren en ikzelf ongehavend.

Maar veel meer dan buitenlandse legers was Brussel zijn eigen vijand. Geen andere Europese stad heeft zichzelf zo nietsontziend verscheurd, opengereten, omgewoeld en platgebrand. Alsof er in de Brusselse onderbuik een razernij woedt die regelmatig tot uitbarsting moet komen. In de negentiende eeuw ging een groot deel van het arme Brussel tegen de grond voor de bouw van het Justitiepaleis, de overwelving van de rivier de Zenne en architecturale prestigeprojecten van Leopold ii. Alleen al voor de Zenne-werken moesten veertigduizend inwoners op de vlucht. Sindsdien kwam er nooit meer een eind aan de kaalslag.

Niet zelden waren het plannen die verpakt werden als verblindende visioenen. Voor de bouw van de Noordwijk, een futuristische modelstad, werden meer dan tienduizend Brusselaars uit hun huizen gejaagd. Ook de aanleg van de ondergrondse Spoorlijn 0, de Noord-Zuidverbinding, kerfde een lang en diep litteken in de stad. Ze was het sluitstuk van de Belgische spoordroom die begon op 5 mei 1835 aan de Brusselse Groendreef met de eerste treinrit op het Europese continent. De blinde vernieling van oude buurten heeft in het Frans zelfs een nieuw woord gebaard: bruxellisation. Het meest gemiste gebouw is wellicht het Volkshuis/Maison du Peuple van art-nouveaumeester Victor Horta in de Marollen, een paleis als een geslepen edelsteen in robijn, geheel in dienst van de verheffing van het volk. Maar ergens in de tuinwijken, met optimistische namen als Goede Lucht of Cité Modèle, die ooit gebouwd werden om de woningnood te lenigen, leeft de oude geest van solidariteit nog verder.

Brussel is een van de meest kosmopolitische steden ter wereld.
Brussel is een van de meest kosmopolitische steden ter wereld. Meer dan zestig procent van de bevolking is in het buitenland geboren of heeft een achtergrond in de migratie. Alleen in Dubai is het percentage hoger. Geen etnische groep is nog dominant. In de volgende decennia zullen er honderdduizenden inwoners bij komen, ten gevolge van een babyboom en immigratie. Ook oorlogsvluchtelingen van wie vele die België bereiken zich vestigen in Brussel.

Beter dan in andere Europese metropolen als Amsterdam of Berlijn zie je hier de toekomst van een postnationaal Europa, in dit allerlaatste restantje van het meertalige Habsburgse Rijk, waar Germaans en Latijns Europa botsen. Utopie of dystopie? Dat valt nog te bezien. Het laboratorium is open.

Ik, Michaël, ben nooit van mijn toren afgedaald om de stedelingen te ontmoeten. De straten ‘in vliegen’ om naar de Brusselaars te luisteren, is het voorrecht van de schrijver van dit boek. Vele schoenzolen heeft hij versleten op trottoirs, bij dag en bij nacht. Als wandelaar, zonder plattegrond of stappenteller. Als reporter, als sprokkelaar van verhalen en geschiedenissen.

In de volgende hoofdstukken volgt hij het oude dromenspoor van de stad dat leidt naar de nieuwe wereld.

Wandel mee. En struikel.

Overzicht

Pascal Verbeken

Grand Central Belge

Ooit was België een land van belofte. Een industriële wereldmacht. Een baken van vooruitgang en ondernemerschap. De motor van dit kleine wonder was de ijzeren weg, het meest ontwikkelde spoorwegnet van het Europese continent. Terwijl België op sterven ligt, wandelt Pascal Verbeken terug naar het tijdperk van de great expectations. Hij maakt een voetreis langs de Grand Central Belge, de negentiende-eeuwse private spoorlijn die Wallonië met Vlaanderen verbond.

Verbeken registreert de kleine en grote tekenen des tijds. Hij luistert naar een bonte verzameling van Belgen en hun unieke, soms tragische verhalen. Wat betekent hun leven voor België? En wat betekent het verdwijnende België voor hen? Grand Central Belge is een requiem voor een verscheurd land dat zijn oude demonen niet kan verjagen.

'Pascal Verbeken is een veelbelezen en oprecht geïnteresseerde documentairemaker.'
Frieda Van Wijck

'Verbeken is een chroniqueur van Wallonië, van de geschiedenis van dit landsdeel, van zijn verhouding met Vlaanderen, van zijn verdriet en ook van zijn pracht.'
De Groene Amsterdammer

'Verbeken blijkt een begenadigd (geschied)schrijver. Met behulp van oude postkaarten, historische reisgidsen en gesprekken met tachtigers en negentigers brengt hij het tijdperk van de great expectations tot leven.'
De Volkskrant

'Bij Pascal Verbeken zijn het inwoners van België die het verhaal van hun land vertellen: persoonlijk en klein, maar daardoor niet minder veelzeggend dan een historische of politieke analyse.'
NRC Handelsblad

'Een prachtig boek met opvallend weinig nostalgie.'
Knack

Lees méér.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief