leesfragment

‘De riten van het water’ van Eva García Sáenz de Urturi

De opvolger van De stilte van de witte stad is vanaf vandaag in de (online) boekhandel te vinden! Lees hier alvast de eerste pagina’s van De riten van het water, deel 2 in de trilogie van De witte stad (ook los te lezen).

Inspecteur en profiler Unai López de Ayala krijgt het vreselijke nieuws dat zijn ex-vriendin vermoord is aangetroffen. Ze was zwanger, en is op een 2600 jaar oude, rituele manier gedood.
Unai moet tegelijkertijd een moordenaar zien te stoppen die de Riten van het Water imiteert op historische plekken in Baskenland en Cantabrië – en waarvan alle slachtoffers zwanger blijken te zijn.
Commissaris Alba Díaz de Salvatierra is zwanger, maar haar stilzwijgen brengt haar in gevaar. Als Unai de vader is, zoals wel wordt beweerd, zal ook Alba zich binnenkort bevinden op de lijst van vrouwen die bedreigd worden door de Riten van het Water…

Proloog
De tunnel van San Adrián

17 november 2016, donderdag

‘Ik ben in verwachting, Unai,’ fluisterde Alba. Ze hield mijn gezicht angstvallig in de gaten. ‘Sinds augustus, sinds de feesten van de Witte Maagd.’

Ik weet nog precies hoe intens gelukkig ik me voelde. De spontane glimlach die november liet stralen. Alba was zwanger. Van mij. Ik maakte een snelle berekening. Veertien weken. Dit kindje had al langer geleefd dan mijn tweeling. Veertien weken! De kritieke eerste drie maanden waren al voorbij. Een zoon? Een dochter? Alba en ik zouden ouders worden.

Even sloot ik mijn ogen, genietend van het moment, het gelukkigste in jaren. Ik draaide mijn hoofd naar het raam van de woonkamer, waarachter Vitoria als verdoofd opging in de stromende regen, zo hevig dat de witte erkerramen aan de overkant van het Plaza de la Virgen Blanca bijna niet meer te zien waren. Mij deerde de regen niet, de gloed die ik diep vanbinnen voelde had de hele wereld kunnen verwarmen.

Maar toen ik mijn ogen eindelijk naar haar gezicht liet dwalen, las ik een stille waarschuwing in haar blik, de aankondiging van slecht nieuws.

‘Wat?’ schreef ik niet-begrijpend. ‘Wat is er? Ik weet dat het een rare manier is om een relatie te beginnen, maar…’

Hij was dood, maar… kon het zijn dat zijn zaad voortleefde in Alba’s buik?
Alba legde haar hand op het scherm om mijn vingers een halt toe te roepen.

‘Op dit moment kan ik op geen enkele manier vaststellen of het kind dat ik verwacht van jou is of van Nancho.’

Het noemen van de naam van de man die ooit haar echtgenoot was, het geluid dat dit teweegbracht, explodeerde ergens in mijn hoofd en veroorzaakte een schok als de inslag van een kogel. Hij was dood, maar… kon het zijn dat zijn zaad voortleefde in Alba’s buik?

 

Voor degenen die mijn voorgeschiedenis niet kennen, zal ik in het kort vertellen wie ik ben: Unai López de Ayala, werkzaam als criminal profiler bij de strafrechtelijke opsporingsdienst van de politie in Vitoria. Voor het gemak word ik door iedereen die mij kent Kraken genoemd. Ik lijd aan afasie van Broca – de seriemoordenaar van de vorige zaak, die ik zo goed en zo kwaad als het ging heb opgelost, schoot een kogel door mijn hersenen, waardoor ik bijna het loodje had gelegd. Ik kan nog steeds niet praten, afgezien van wat gebrom dat ik laat horen als er niets anders op zit. Maar dankzij een handige app op mijn mobiele telefoon kan ik uitstekend communiceren.

En dat is precies wat ik probeerde te doen met mijn baas, commissaris Alba Díaz de Salvatierra, de vrouw die bovendien… nou ja: zij.

Maar op het slechtst denkbare moment kreeg ik een app binnen van Estíbaliz, mijn collega. Ik vervloekte haar voor die onwelkome onderbreking.

‘Kraken, sorry dat ik stoor bij wat-je-ook-aan-het-doen-bent en heus, ik ben blij voor je, maar de technici van de wetenschappelijke opsporingsdienst zijn bezig met een sporenonderzoek op een plaats delict, aan de Alavese kant van de tunnel van San Adrián. Commissaris Salvatierra heeft haar telefoon uit staan. Ik wil dat je met me meegaat, het is belangrijk.’

Ik gebaarde naar Alba om met me mee te lezen en we keken elkaar bezorgd aan. Ze viste meteen haar mobiele telefoon uit haar zak en zette hem aan.

‘Esti, het spijt me voor je dat je opgeroepen bent, maar ik ben met verlof. De commissaris belt je zo. Wat is er gebeurd?’ schreef ik.

‘Jonge vrouw, aan haar voeten opgehangen aan een touw, mogelijk dood door verdrinking.’

‘Jonge vrouw, aan haar voeten opgehangen aan een touw, mogelijk dood door verdrinking.’
‘Verdrinking? Zo hoog in de bergen?’ reageerde ik zonder nadenken. Kennelijk zette de profiler in mij de schakelaar automatisch op ‘aan’ bij deze ongerijmdheid.

‘Ja, Kraken. Opgehangen aan haar voeten en tot haar schouders ondergedompeld in een bronzen ketel vol water. Een museumstuk nog wel, we zullen een deskundige in de arm moeten nemen, maar het schijnt een ketel te zijn uit de Keltentijd. Een uiterst eigenaardige zaak, minutieus geënsceneerd. Niet zomaar een moord. Ik ga de commissaris vragen of ze een verzoek wil indienen bij rechter Olano om jou te machtigen als expert, zodat je aanwezig kunt zijn bij de oculair-technische inspectie. Ik hoop dat ik het mis heb, ik hoop dat we niet opnieuw met een seriemoordenaar te maken hebben, maar jij bent een van de beste profilers die ik ken en als ik deze zaak krijg toegewezen, heb ik jou nodig als adviseur.’

Ik kon mijn hersenen niet stopzetten, ik kon het niet laten om me een voorstelling te maken van de plaats delict en te wensen dat ik die met eigen ogen kon zien. Maar ik riep mezelf tot de orde. Ik was met verlof, ik kon nog steeds niet praten, ik was niet meer in actieve dienst. Ik kon haar niet helpen.

‘Tja. Het klinkt inderdaad eigenaardig, maar je kunt het wel alleen af, ik kan en mag er niet naartoe,’ tikte ik in, in de hoop dat ze niet zou aandringen.

‘Kraken… voordat je het via de pers te weten komt, licht ik je liever zelf in. Ik bied je de kans om met me mee te gaan en met eigen ogen de plaats delict en het slachtoffer te bekijken. Je zult het me nooit vergeven als ik je dit nu niet vertel.’

‘Ik begrijp er niets van, Esti.’

‘De vrouw is al geïdentificeerd. Haar portemonnee is niet gestolen, die lag op de grond en is waarschijnlijk uit haar zak gevallen.’

‘Wie is het verdomme?’ schreef ik ongerust.

‘Ana Belén Liaño, je eerste vriendinnetje. Het meisje op wie je die zomer verliefd was, in het kamp in Cantabrië toen dat allemaal…’

‘Ja, ja, Esti,’ onderbrak ik haar gegeneerd. ‘Hoe weet jij dat trouwens?’

‘Lutxo heeft het verhaal in geuren en kleuren aan mijn broer verteld.’

Ik kon me niet voorstellen dat ze dood was, hoe graag ze ook speelde met de dood en haar riten.
Annabel Lee, dacht ik, zonder het te kunnen geloven. Ik kon me niet voorstellen dat ze dood was, hoe graag ze ook speelde met de dood en haar riten.

Annabel Lee is dood.

‘Er is nog iets wat je moet weten.’

‘Wat dan?’

‘Ze was zwanger.’

 

1 Monte Dobra

4 september 2016, zondag

Vandaag ben ik teruggekeerd naar het waterbekken, vader.

Mijn peettante had het me streng verboden. Het was de enige regel die ik kon overtreden die haar echt pijn zou hebben gedaan. Ik mocht je niet gaan zoeken. Nooit terugkeren naar jou. We wisten maar al te goed waar Blauwbaard toe in staat was als hij alleen maar het gevoel had dat iemand om hem heen snuffelde.

Maar vandaag las ik met verbijstering die vreselijke kop in El Periódico Cántabro:

 

JONGE VROUW VAN 23 DOOD AANGETROFFEN OP DE TOP VAN DE MONTE DOBRA

De mysterieuze zelfmoorden onder jongvolwassenen duurt voort

Vandaag is het lichaam gevonden van de jonge G.T. uit Santander, drieëntwintig jaar oud. Het betreft de derde jongere in enkele weken tijd die in de bergen van de Cantabrische kust de dood vond door onderkoeling, na zich te hebben uitgekleed om, ongeacht de weersomstandigheden, naakt de nacht door te brengen op de berg. Geen van de slachtoffers vertoonde uiterlijke tekenen van geweld. Is het een trend, is er sprake van een imitatie-effect? De politie tast in het duister. Enig verband tussen de slachtoffers is tot dusver niet gevonden.

De onderzoekers staan opnieuw voor een raadsel. De derde al met dit merkwaardige gedrag: jonge mensen, tieners soms nog, die een van de pieken in de provincie Cantabrië beklimmen, zich bij het vallen van de nacht uitkleden en de volgende ochtend gestorven zijn van de kou. Geen indicatie, geen enkele reden te vinden na autopsie of diepgaand onderzoek in de familiekring.

 

Schei toch uit.

Hoe kun je ooit iets vinden als je niet wilt zien wat pal voor je neus ligt?

Na een omslachtige zoektocht vond ik de foto van de jonge vrouw, Blauwbaard. Ze lijkt op mij, op haar eigen manier. Jullie hebben me verteld dat ze dood was. Je keek me recht in de ogen en zei verdomme dat ze dood was. Maar jullie hebben haar gehouden.

Ik heb mijn peetmoeder gezworen om hier nooit naartoe te gaan, om je nooit te gaan zoeken, maar vandaag bijt ik die beloftes stuk en spuw ik ze uit. Je hebt geen idee van de woede die me overspoelt, de razernij waarin mijn door jou verziekte binnenste verzuipt.

Mijn tragedie is dat ik je mis, vader. Ondanks alles. Ik mis je attenties, die typische maniertjes van je om tegen iedereen te doen alsof je van me hield, vóór die laatste zomer en alles wat er gebeurde in de periode tussen het dorp en de kliffen waar ik mijn eerste leven verloor.

Soms sloot ik mijn ogen en deed ik een poging om op te gaan in jouw publiek en te doen alsof ik het ook geloofde, dat er werkelijk een parallelle wereld bestond waarin jij een goede vader was die echt van me hield, niet op die schadelijke manier van jou.

Zinloos. Het is me nooit gelukt dat te geloven.

Ik rook en drink meer dan gewoonlijk. Gisteren raakte ik betrokken bij een ruzie. Ik moet mezelf opnieuw uitvinden, mijn leven op de rit krijgen. Een ander mens worden, het geeft niet wie, als ik het maar niet ben.

Ik ben terug, vader.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief