leesfragment

‘Het begint met een lach’ van Kelly Moran

0

Ella is ten prooi gevallen aan het zogenaamde drakentrio: ze regeren het stadje Redwood niet enkel met haverkoekjes maar ook met ijzeren vuist, en koppelen iedereen aan wie ze maar kunnen. Alsof dat nog niet erg genoeg is, koos het trio Jason voor haar uit. Ella slaagt er nauwelijks in om een woord uit te brengen in de buurt van deze sexy brandweerman. Dit kan alleen maar fout gaan…

Lees hier het eerste hoofdstuk van Het begint met een lach, de nieuwste roman in de Redwood Ridge-reeks van Kelly Moran!

1

‘Dat meen je niet.’ Hoofdschuddend keek Jason Burkwell om zich heen in de veronderstelling dat hij in een aflevering van Bananasplit zat. Misschien dat het tv-programma speciaal voor hem weer in het leven was geroepen?

Maar hij zag geen camera’s, geen mensen die hem hartelijk uitlachten.

Door het bladerdak boven hem scheen zonlicht op de stoep en het asfalt ernaast. Een zacht lentebriesje bracht vanuit de Klamath Mountains in de verte de geur van sneeuw en naaldbomen mee. Afgezien van de mannen van zijn eenheid waren er nog een paar mensen op straat die naar buiten waren gekomen om te zien wat er aan de hand was. Al met al niets nieuws onder de zon in hun piepkleine dorp.

‘Ik meen altijd alles.’ Lou’s beige-gele werkkleding ritselde terwijl hij zijn stevige armen over elkaar sloeg en op zijn dikke buik legde. Zijn grijze snor wipte op en neer terwijl hij Jason aankeek. ‘Een oproep is een oproep.’

Tja. Jason werkte al tien jaar bij de brandweer in Redwood Ridge, waarvan drie jaar zelfs als hoofdbrandmeester. Hij had al op talloze noodoproepen gereageerd, van bosbranden tot mensen die vastzaten in auto’s, maar nog nooit was hij afgegaan op…

‘Een kat in een boom, Lou.’ Hij keek omhoog naar het witte pluizige bolletje dat op een tak zat. Het was een kitten, misschien een paar weken oud. Hoe was hij daar terechtgekomen? ‘Dit is zó cliché dat het bijna misdadig is.’

Die twee sukkels van collega’s die tegen de wagen stonden geleund, begonnen te grinniken.

‘Kom op, haal hem naar beneden,’ zei Mrs Fieldstone. De vrouw van tweehonderd lentes jong keek hem door haar bril met jampotglazen aan. ‘Of ga je de kat uit de boom kijken?’

Hier moesten die sukkels nog harder om grinniken.

Hij wierp hun een snelle blik toe, waarmee hij zei dat ze moesten ophouden, anders zou hij hen nog wel krijgen. Daarna keek hij het hoofd van zijn oude basisschool aan. Hoewel ze piepklein was, vond hij haar nog even angstaanjagend als toen hij als jochie in haar kantoortje moest komen omdat hij weer eens iets stouts had gedaan. ‘Natuurlijk. Een van ons haalt hem eruit.’

‘Het is jouw beurt,’ mompelde Lou.
‘Het is jouw beurt,’ mompelde Lou. ‘Ik heb de vorige oproep gedaan.’

Jason kneep in zijn neusbrug. ‘Kom op, zeg. Wanneer hebben we ooit gereageerd op een noodoproep omdat…’ Hij wapperde met zijn hand naar een van de esdoorns die langs de weg stonden en hield nog net een opmerking in omdat die enge Mrs Fieldstone naast hem stond. ‘Omdat er een dier in nood was.’

‘Vorig week nog.’ Lou snoof. ‘De cockerspaniël van de Sundry’s had alwéér de dure rozenstruiken van Gertrude Miller uitgegraven. Ik heb wel een halfuur naar haar gezanik moeten luisteren. Nogmaals: het is jouw beurt.’

Vooruit dan maar. Het grootste gedeelte van zijn werk bestond uit niet-urgente zaken. In een sprookjesachtig dorpje in Oregon met vijftienhonderd inwoners kon hij moeilijk verwachten dat hij explosieven onklaar moest maken. De helft van de tijd zat hij gewoon poker te spelen op de kazerne of bluste hij keukenbrandjes. Maar even serieus: een kat in een boom? Dat was gewoon gênant.

Parker Maloney parkeerde zijn blauwe politiewagen naast hen en stapte uit. Hij was de sheriff, maar droeg niet het bijbehorende uniform. In plaats daarvan had hij een wit T-shirt aan en een leren jasje op een spijkerbroek. Uit gewoonte legde hij zijn hand op het pistool op zijn heup toen hij op de stoep naast Jason ging staan.

‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Parker. Hij zette zijn zonnebril af, waardoor zijn groene ogen, die zelden iets misten, zichtbaar werden. ‘Alles goed hier?’ Hij haalde een hand door zijn zwarte haar.

Jason snoof en knikte naar de tak boven hun hoofden.

Parker trok zijn wenkbrauwen op en hield met moeite zijn lachen in. ‘Als dat niet het grootste cliché is dat ik ooit heb gezien eet ik mijn handboeien op.’ Hij leunde opzij en mompelde uit een mondhoek: ‘Ik zal geen grappen over poesjes maken.’

Grapjas. Jason kneep zijn ogen tot spleetjes en keek zijn beste vriend aan. Zelf had hij even geleden hetzelfde gedacht. ‘Geef me de korte ladder, Wayne. Laten we dit snel afhandelen.’ Bij Shooters wachtte een biertje op hem. Hopelijk met een mooie dame ernaast.

‘Jazeker, chef.’

‘U ziet er weer prachtig uit, Mrs Fieldstone,’ zei Parker met een knipoog.

‘Nou, nou.’ Ze wapperde met haar hand en begon te blozen. ‘Wat ben je toch een lieve jongen. Waarom je nog steeds met deze boef omgaat, is me een raadsel.’ Met haar duim wees ze naar Jason. ‘Altijd problemen met die jongen.’

‘Dat klopt, mevrouw. Maar ik hou hem in de gaten.’

‘Als je zo doorgaat zal ik haar eens vertellen wie in groep zeven nou echt de schoolmascotte heeft gestolen en aan de vlaggenmast opgehangen.’ Jason liet zijn tong over zijn tanden glijden en nam de ladder aan van Wayne.

Hij zette hem tegen de boom en klom een paar sporten omhoog totdat hij zich op schouderhoogte bevond met de tak. Het witte pluizenbolletje keek hem met grote blauwe kijkers aan. Oké, het was toch wel een schattig beestje. Hij reikte er met zijn hand naar, maar het diertje schrok en ging snel verderop zitten.

Miauw.

‘Ik snap niet wat jij hebt te klagen.'
‘Ik snap niet wat jij hebt te klagen. Jij bent niet degene die ten overstaan van een heel publiek zijn mannelijkheid en zelfrespect staat te verliezen,’ zei hij tegen het katje. Hij knoopte zijn jas open en liet hem van zijn schouders glijden en op de grond vallen. Er klonk gefluit van de overkant van de straat. ‘Broek uit! Broek uit!’ ‘Zie je nou wel?’ mompelde hij tegen de pluizenbol, en daarna over zijn schouder: ‘Rustig aan, Mrs Rutherland. Wat zou uw man hiervan vinden?’ Miauw. ‘Ik kom eraan, ik kom eraan.’ Hij stak zijn arm uit over de tak en liet zijn hand rustig voor de neus van het beestje hangen, zodat het eraan kon ruiken. Na een poosje kwam het dichterbij en begon het kopjes tegen zijn vingers te geven. ‘Goed zo.’ Heel voorzichtig pakte hij het op, trok de klauwtjes los van de tak en drukte het tegen zijn borst. Meteen nestelde het beestje zich tegen zijn T-shirt aan, kneedde een paar keer met zijn pootjes en viel in slaap. ‘Graag gedaan.’

Toen hij naar beneden klom met het spinnende katje tegen zijn borst, klonk er gejuich. Alsof hij een groep kinderen uit een explosievenfabriek had gered of zo. Hij rolde met zijn ogen en maakte een buiging terwijl Wayne de ladder weer aan de wagen bevestigde.

‘Einde van de voorstelling, mensen.’ Lou hees zichzelf achter het stuur en de twee sukkels sprongen achterin. ‘Goed weekend!’ riep Lou uit het raampje.

‘Wacht effe.’ Jason klemde zijn kaken op elkaar. ‘Waar gaan jullie heen? Jullie laten me hier toch niet achter?’

‘De werkdag zit erop,’ zei Lou, met een blik op zijn pols waar geen horloge omheen zat. ‘En die pluizenbol komt mijn wagen niet in. Parker brengt je wel naar de kazerne wanneer je hebt besloten wat je met je nieuwe vriendin gaat doen.’

Woest keek Jason de brandweerwagen na tot die om de hoek was verdwenen. Daarna keek hij dreigend naar het katje. ‘Hecht je maar niet te veel aan mij, want ik doe niet aan vaste relaties.’ De buren verdwenen weer in hun huizen. Hij keek Mrs Fieldstone aan. ‘Alstublieft. Eén gered katje.’

‘Die is niet van mij.’ Ze hief haar wandelstok met een beweging waar Luke Skywalker nog jaloers op zou zijn en schudde haar hoofd. ‘Jij denkt dat ik een of ander gek kattenvrouwtje ben, omdat ik nou eenmaal oud ben en alleen woon? Mooi niet dus. Ik heb een hekel aan katten.’ Ze keek naar Parker. ‘Arresteer hem maar voor stereotyperen.’ Daarop maakte ze een draai van honderdtachtig graden en strompelde naar haar voordeur.

Vijf seconden nadat haar deur was dichtgeslagen stond Jason nog steeds te kijken. ‘Het maakt niet uit hoe oud ik word, het blijft een eng mens.’

Parker grinnikte, de eikel. ‘Je hebt het recht om te zwijgen. Maar ik weet niet of stereotyperen echt een overtreding is. Dat zal ik moeten nagaan in de verordeningen.’

‘Ja, ja. Lach jij maar,’ zei Jason met een zucht. Hij keek omlaag. Pluizenbol had het zichzelf gemakkelijk gemaakt tegen zijn gespierde borst en spinde zo hard dat het door zijn ribbenkas heen trilde. ‘En nu?’

‘Kom. Dan breng ik je naar de dierenkliniek. De jongens van O’Grady weten wel wat ze ermee moeten.’ Parker graaide Jasons jas van de grond en liep naar zijn auto. Hij gooide de jas op de achterbank en hield het achterportier voor Jason open. ‘Overtreders moeten achterin.’

Jason ging expres voorin zitten en hanneste met de veiligheidsriem. ‘Vertel me nog eens waarom ik ook alweer met jou omga,’ zei hij, toen Parker achter het stuur plaatsnam.

‘Om onder je bekeuringen uit te komen?’
‘Om onder je bekeuringen uit te komen?’

Goed punt.

Ze waren even stil terwijl ze de nieuwbouwwijk uit reden in de richting van het centrum. Daar kwamen ze langs winkelpuien met luifels, en Parker ging met een slakkengang rijden voor het geval er iemand overstak zonder uit te kijken; iets wat nogal eens gebeurde. In de verte lag een dichte mist boven op de kliffen aan de kust van de Stille Oceaan. Er hing een zware zilte zeelucht in het dorp. Iedereen had de lente in de bol en er hingen pastelkleurige eieren aan de bomen langs de hoofdstraat.

Als het aan Jason lag, sliep hij door dit hele seizoen heen. Paashazen en mandjes met gekleurde eieren deden hem denken aan de dag waarop zijn vader was gestorven, waardoor hij werd overvallen door zwaarmoedigheid. Het was al meer dan twintig jaar geleden dat Lou met een verwilderde blik in zijn ogen en zwart van het roet bij zijn moeder op de stoep had gestaan, maar het voelde als de dag van gisteren.

Misschien werd het tijd dat hij weer eens een weekendje weg ging. Hij was wel toe aan een avontuurtje buiten de realiteit.

Parker zette de wagen stil voor de dierenkliniek. Hoewel Jason de O’Grady’s en hun echtgenotes al kende sinds zijn kindertijd, was hij al niet meer in de kliniek geweest sinds pa O’Grady er nog de scepter zwaaide.

Parker en hij stapten uit en ze liepen naar binnen, waar een aparte geur van dierenvacht en desinfecteermiddel hing. Links van de voordeur lag de lege wachtkamer, met een vrolijke muurschildering van honden en katten die mensendingen deden. Rechts was de balie, waar twee vrouwen over een kaart stonden gebogen. Er zat een kaketoe in een grote kooi. Een kat keek hen vanaf de printer dreigend aan.

Avery, de vrouw van Cade, keek op en glimlachte. ‘Hé mannen. We gaan net dicht, maar kom binnen.’ Ze veegde haar golvende bruine haren uit haar gezicht en wiegde met haar andere hand een kinderstoeltje met een baby erin. ‘Waarmee kan ik jullie helpen?’

‘Jason heeft een nieuw huisdier.’ Parker leunde over de balie en grijnsde naar de kleine in het stoeltje. ‘Hij is alweer gegroeid in de paar weken dat ik hem niet heb gezien. Mag ik?’ Hoewel hij zelf nog geen gezin had, was Parker een geboren familieman.

Jason hield zich stil. Hij kreeg de kriebels van baby’s. Hij zou nog liever zijn rechterarm afbijten dan een gezin stichten.

‘Tuurlijk.’ Avery gespte het tuigje van de baby los en gaf de kleine aan Parker. ‘Pas wel op voor rammelende eierstokken! Als een vrouw je ziet met een baby op je arm ben je verloren.’

Parker schudde lachend zijn hoofd. ‘Ik waag het erop. Wat een kleine knapperd. Het is maar goed dat hij op jou lijkt en niet op Cade.’

‘Dat heb ik gehoord!’ De jongste O’Grady-broer kwam uit de achterkamer in zijn blauwe operatiekleding. Hij gaf zijn vrouw een kus op de wang. ‘Maar ik ben het wel met je eens.’

Gabby, de vrouw van Flynn, gooide haar blonde paardenstaart over haar schouder en liet haar blik naar Jasons borst zakken. ‘Is dit het katje dat je uit een boom hebt gered?’

Nieuwtjes, oftewel roddels, gingen hier als een lopend vuurtje rond
‘Verdomme. Het is pas twintig minuten geleden!’ Nieuwtjes, oftewel roddels, gingen hier als een lopend vuurtje rond, maar dit was wel echt een recordtempo. Jason aaide over het kopje van de kitten. ‘Het heeft geen halsbandje om.’

‘Laat eens even zien.’ Met een hand op haar hoogzwangere buik liep Gabby om de balie heen. Toen ze probeerde de pluizenbol van hem over te nemen, klonk er een boze mauw. Het beestje bleef zich aan zijn T-shirt vastklampen. ‘Ach gossie. Ze heeft zich al aan je gehecht. Het is duidelijk een meisje. Loop maar even met me mee, dan kan Flynn haar onderzoeken. Heeft hij meteen een excuus om onder een afspraak met de Dragonders uit te komen.’

Jason verstijfde. ‘Zijn ze hier? Nu?’

Hij voelde een steek van angst in zijn maag. De Dragonders, zoals Cade zijn moeder en twee tantes noemde, waren een stel bemoeials die het dorp stevig in hun greep hielden met hun havermoutkoekjes en koppelpraktijken. In de loop der jaren hadden ze al talloze stellen aan elkaar gekoppeld, waarbij ze geen rekening hielden met het woordje ‘nee’. Jason had altijd zijn uiterste best gedaan om bij hen uit de buurt te blijven.

‘Yep.’ Gabby glimlachte toen een andere brunette de kamer binnenkwam.

Ah, Zoe. Hij had altijd al een zwak voor haar. Ze waren samen opgegroeid en hadden al vaak met elkaar geflirt, maar nog nooit iets uitgespookt. Er waren maar weinig vrouwen die hij té leuk vond voor een onenightstand, maar Zoe stond met stip op nummer een. Helaas was ze nu met Drake getrouwd, de oudste O’Grady-broer.

‘Ben je inmiddels zo wanhopig?’ vroeg ze met een grijns terwijl ze op hem af liep. Ze omhelsde hem onhandig, met de kitten tussen hen in. ‘Deze dame is niet eens van dezelfde soort als jij.’ Ze aaide het beestje.

‘Ben je soms jaloers?’ Met zijn vrije arm trok hij haar naast zich en… Zag hij dat goed? Was dat een zwanger buikje? Het moest haast wel. Ze was verder zo slank dat het moeilijk iets anders kon zijn. ‘O jee, jij ook al? Zit er hier soms iets in het drinkwater? Wanneer ben je uitgerekend?’

‘September.’ Ze haalde een foto van de echo uit haar jaszak. ‘Mag ik je voorstellen aan de jongste O’Grady-foetus?’

‘Ongelooflijk,’ mompelde hij. Plichtmatig glimlachte hij naar de zwart-witte vlek. ‘Gefeliciteerd hoor. Maar als je zo graag zwanger wilde worden, waarom belde je mij dan niet even?’ Dat meende hij natuurlijk niet. Hij keek wel uit. Hij ging liever het kroost van Parker ziekelijk verwennen, als zijn vriend ooit aan de vrouw kwam.

‘Volgende keer.’

‘Ik heb een vergadering van de evenementencommissie,’ zei Avery terwijl ze haar tas over haar schouder hing. ‘Geef de baby maar door aan Cade als je hem niet meer vast wilt houden.’ Ze gaf haar man en de baby een kusje en haastte zich de deur uit.

Over haast gesproken. Als de Dragonders in het gebouw waren, moest Jason ook maken dat hij wegkwam. ‘Gabby, wil jij dit monster overnemen zodat ik kan gaan?’

‘Als Flynn haar gaat onderzoeken, moet je erbij blijven en haar daarna mee naar huis nemen.’

‘Maar het is mijn kat helemaal niet.'
‘Maar het is mijn kat helemaal niet. Kunnen jullie niet een goed baasje zoeken? Dat doen jullie toch wel vaker?’ Hij mocht geen huisdieren hebben in zijn appartement, áls hij de verantwoordelijkheid al op zich wilde nemen. Wat niet zo was.

‘Ons asiel zit vol,’ antwoordde ze met een het-spijt-me-maar-niet-heus-gebaar.

Shit. Hij deed zijn mond open, maar sloot hem snel weer toen Drake en Flynn eraan kwamen, gevolgd door drie vrouwen van middelbare leeftijd. Jasons adem stokte. Zijn hersenen gilden: vluchten!

‘Parker, Jason, wat leuk om jullie te zien.’ Marie, de burgemeester van het dorp en de oudste Dragonder, bracht haar bruine boblijn in model, waarna ze haar handen ineensloeg. ‘Jason, wat goed dat we jou tegen het lijf lopen. Ik was net van plan om naar de kazerne te gaan en je om een gunst te vragen.’

Met paniek in zijn ogen keek hij Zoe aan, maar ze keek niet-begrijpend terug.

Als ze een gunst wilden, kon dat maar twee dingen betekenen. Ofwel ze slokten zijn ziel op, waardoor hij voor altijd in hun macht was, of ze wilden hem aan iemand koppelen. Daar ging zijn record van tien jaar uit hun buurt blijven. Wat op zich best een prestatie was, natuurlijk.

‘Ach, kijk niet zo bang.’ Rosa, de middelste Dragonder met roodgeverfd haar, fatsoeneerde haar bloesje met panterprint. ‘Het is maar iets heel kleins.’

Dat viel te betwijfelen. Terwijl hij naar Parker keek die de baby teruggaf aan Cade, plande hij in gedachten een vluchtstrategie. Gillend gaan rennen was waarschijnlijk geen goed idee. Ze zouden achter hem aan komen. Of anders stuurden ze hun vliegende apen wel achter hem aan. Flynn stond een kaart met medische gegevens te lezen en Drake had net een doek over de vogelkooi gegooid, tilde de kat van de printer en liep de gang in. Aan die mannen had hij dus ook niets.

‘We waarderen heel erg wat je voor ons dorp doet,’ zei Gayle, de jongste Dragonder en moeder van de jongens. Ze glimlachte sereen naar Jason. Haar champagnekleurige haar was twee tinten lichter dan dat van Cade en minder rossig dan dat van Flynn. Ze was de kalmste van de drie, maar als lid van de Cupido Club moest je haar niet onderschatten, hoe engelachtig ze er ook uitzag. ‘We willen je bedanken omdat je ervoor zorgt dat we allemaal veilig zijn.’

Parker kuchte, grijnsde stiekem achter zijn vuist.

Opnieuw deed Jason zijn mond open, maar zag toen dat Rosa haar telefoon op hem had gericht. ‘Wat doe je?’

‘Je aangrijpende reddingsactie vastleggen, natuurlijk.’
‘Je aangrijpende reddingsactie vastleggen, natuurlijk.’ Er klonken een paar klikjes, waarna haar duimen razendsnel over het scherm van haar telefoon vlogen. ‘En… klaar alweer.’ Ze knikte. ‘Mooi. We hebben al tien reacties op Twitter.’

Hij zuchtte en keek omlaag naar de kitten, die niets leek mee te krijgen van zijn kwelling. ‘Wat voor gunst?’ Hij kreeg vast spijt dat hij het had gevraagd, maar als hij nog langer bij hen in de buurt moest blijven, zou zijn hoofd ontploffen.

‘Dag ma.’ Cade gaf Gayle een kus op de wang en liep met de maxicosi aan zijn arm de deur uit.

Drake kwam uit de achterkamer tevoorschijn, legde zijn arm om Zoe’s middel en ook zij liepen samen de deur uit. ‘Sluit jij af?’ riep hij nog over zijn schouder.

‘Doe ik.’ Gabby liep achter Flynn langs naar de balie, waar Parker zich veilig had opgesteld. Nu stond Jason er helemaal alleen voor. Voorzichtig keek hij naar Marie. ‘Zeg het maar.’ Op dit moment zou hij er zelfs mee instemmen om kinderpostzegels te gaan verkopen, als hij hier maar weg kon. ‘Die gunst?’

Marie trok haar roze jasje recht. ‘Zoals je weet is volgend weekend het jaarlijkse benefietgala van de Brandweer. We zouden graag willen dat jij je steentje bijdraagt.

Hm. ‘Ik heb me al opgegeven om lootjes te verkopen aan de donatietafel.’ Eigenlijk deed hij achter de schermen nog veel meer. Het was zijn manier om eer te betonen aan zijn vader en tegelijkertijd geld op te halen voor de kazerne. Er waren maar vijf betaalde medewerkers, waar hijzelf er een van was, de rest waren vrijwilligers. Donaties gingen naar het onderhoud van de uitrusting, de wagen en andere zaken, zodat ze daar geen gemeentegeld voor hoefden aan te spreken. ‘Willen jullie dat ik een langere dienst draai?’

‘Nee, we denken dat we meer aan je hebben op een andere positie. De veiling, om precies te zijn.’

O. Zijn schouders ontspanden van pure opluchting. Geen gekoppel, geen taak waarvoor hij zijn ziel moest verkopen. Gewoon helpen bij het evenement. ‘Geen probleem. Dat kan wel.’

‘Uitstekend.’ Marie knikte, waarop de Dragonders naar de uitgang liepen. ‘We sturen dit weekend wel iemand langs met meer informatie. Nu moeten we naar een commissievergadering.’

‘Oké,’ stamelde hij. Maar ze waren al verdwenen. Fronsend vroeg hij zich af waarom ze hier zo moeilijk over hadden gedaan, maar toen hij opkeek, zag hij de anderen met domme grijnzen en opgetrokken wenkbrauwen achter de balie staan. ‘Wat is er?’

‘Eh,’ Parker probeerde zijn lachen in te houden. ‘Je hebt zojuist ingestemd met de Vrijgezellenveiling. Oftewel: vrouwen gaan op je bieden. Voor een date.’

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief