leesfragment

‘Het geschenk van de wildernis’ van Elli Radinger

0

In dit boek vertelt natuuronderzoeker en wolvenexpert Elli H. Radinger meeslepende en betoverende verhalen over de schatten die de wildernis voor ons in petto heeft: avontuur, vrede, ontzag, stilte, duisternis, saamhorigheid, veerkracht, vertrouwen – maar ook nederigheid en angst. Ze neemt ons mee op een inspirerende reis door de natuur en in onszelf, en laat zien hoe de magie van de wildernis zowel ons leven als onze geest kan veranderen.

Lees hier alvast een hoofdstuk van Het geschenk van de wildernis.

NAAR DE WILDERNIS

Zion National Park, Utah, VS

Het gehuil van een coyote wekte me. Het klonk alsof hij zijn jubelende groet aan de opgaande zon vlak naast mijn oor stond te zingen. Voorzichtig pelde ik me uit mijn slaapzak. Met de mouw van mijn fleecejack maakte ik het beslagen raam vrij. Ik was ’s nachts aangekomen op Lava Point Campground en had in de auto geslapen. Ik wilde ’s ochtends vroeg – nog voor de vloedgolf van toeristen – door de Narrows lopen, een beroemd wandelpad te midden van metershoge zandsteenrotsen.

Van mijn zingende wekker zag ik helaas alleen nog maar een staart en wat beweging in de bosjes. Ik trok een warme trui aan en maakte met het gasbrandertje een kop oploskoffie.

Toen de zon boven de klippen uit kwam en de rotsen verwarmde, merkte ik dat mijn humeur verbeterde. Met een tweede kop koffie in mijn hand liep ik een stuk langs de Virgin River, waar ik op een steen aan de oever ging zitten. Aan de overkant keek een ree in mijn richting; ik had het dier gestoord bij het grazen. Het verstijfde even en ging er toen vandoor. Een halfuurtje later keek ik toe hoe een stekelvarken languit op een tak liggend op een blaadje zat te kauwen. Dit solitair levende, doorgaans ’s nachts actieve dier leek mijn aanwezigheid net zomin op te merken als de opkomende zon.

Ik wist zeker dat het een dag vol wonderen ging worden.

Op veilige afstand van het stekelvarken, dat nog steeds zat te eten, liet ik me op het gras zakken. Ik keek omhoog naar de canyon wanden, die op sommige plekken met een dun laagje sneeuw bepoederd waren. Het onschuldige wit verkleurde in het licht van de langzaam hoger klimmende zon steeds verder van rood naar oranje en goud. Binnen een paar minuten kwam er een vurige schijn over de rotsen te liggen. Ik zal er nooit genoeg van krijgen om toe te kijken hoe in de South-West de donkere zandsteenrotsen beginnen te gloeien en in het daglicht steeds lichter worden.

*

Het zijn deze stille, eenzame momenten in de natuur die me het gelukkigst maken.
Het zijn deze stille, eenzame momenten in de natuur die me het gelukkigst maken en waarvoor ik een hele tijd geleden mijn carrière als advocaat heb opgegeven.

‘Waarom? Waarom de wildernis?’ wordt vaak aan me gevraagd.

Sir Edmund Hillary beklom in 1953 als eerste mens de Mount Everest. Toen hem na zijn terugkeer werd gevraagd waarom hij eigenlijk hoge bergen beklom, antwoordde hij heel laconiek: ‘Omdat ze bestaan.’

Zo ongeveer klinkt ook mijn antwoord: ik ga naar de wildernis omdat die bestaat. Omdat die mij de adem beneemt door al haar pracht – en door het gevaar. Omdat die me dagelijks uitdaagt. Omdat die me zó vreemd is dat ik haar nergens anders mee kan vergelijken en ik mezelf er toch in herken. De wildernis geeft me inspiratie, prikkels en een diepe rust. Zoals op die ochtend in het Zion National Park.

*

‘Ik wil net zo leven als jij, vrij en in de natuur,’ schrijven lezers me; meestal zijn het vrouwen. Ze stellen zich voor dat ze op een bankje voor hun blokhut zitten en naar de ondergaande zon kijken terwijl ze een wolf horen huilen.

Ik stel dan een vraag als antwoord: ‘Ben je bereid de prijs voor deze vrijheid te betalen? Wil je zonder vast inkomen en gezin leven? Afzien van zekerheid en je pensioen?’ Dát willen er maar heel weinig.

De wildernis is geen brochure op hoogglanspapier. Ze is hard, vies, nat en koud. Ze is gevaarlijk en maakt je eenzaam. Dat is de realiteit achter de romantische beelden. De voorstellingen die veel mensen zich erbij maken zijn bedrieglijk.

De wildernis als paradox: een plek van verschrikking en van verlangen, bron van het leven en verpakking voor dromen. We lijken er een soort haat-liefdeverhouding mee te hebben. Hoe meer ze verdwijnt, hoe groter ons verlangen naar haar. We lezen er boeken over, dragen kleding met het logo in de vorm van een wolfspoot en kopen in een outdoorwinkel de modernste multifunctionele kleding voor een trektocht. In onze SUV rijden we naar ons resorthotel of naar de glamping1 en we gunnen onszelf ’s avonds bij het kampvuur een glas rode wijn. Wildernis light!

Tegelijkertijd wordt terugkerende wolven en rondzwervende beren het leven onmogelijk gemaakt, worden de laatste groene vlakten afgegrendeld en de omheinde tuinen omgetoverd tot grindwoestijnen.

In ons hoofd leggen we een verband tussen wildernis en ongerepte natuur, jungle, afgelegen plekken en de ideale wereld. In de wildernis zijn we thuis. Ons verstand begon zich miljoenen jaren geleden te ontwikkelen, een tijd waarin we nog jagers en verzamelaars onder wildernisomstandigheden waren. Pas in de afgelopen twee eeuwen werden we het industriële tijdperk in gekatapulteerd: een wereld van complexiteit.

Vandaag de dag zijn we ervan overtuigd de natuur te kunnen beheersen, maar die dwarsboomt ons.
Vandaag de dag zijn we ervan overtuigd de natuur te kunnen beheersen, maar die dwarsboomt ons. Dat is goed te zien als we de natuur haar gang laten gaan. Kijk maar eens hoe snel planten door het asfalt van een verlaten weg weten te breken. Of hoe wilde dieren weer terugkeerden in de steden tijdens het strenge uitgangsverbod vanwege de coronapandemie.

We kunnen de natuur niet beheersen, en ze herinnert ons eraan hoe ver we van haar af zijn komen te staan. Ze redt zich prima zonder ons. Wij kunnen daarentegen niet zonder haar, ook al maken we dat onszelf graag wijs. Het lijkt geruststellender om een keuze te hebben: een tijdelijke wildernis met de mogelijkheid die de rug te kunnen toekeren op het moment dat we die te oncomfortabel, lastig of vermoeiend vinden worden – of die gewoon niet is wat we ervan hadden verwacht.

De waarheid is echter dat zij ons in de hand heeft, of we dat nu willen of niet, omdat onze wortels daar liggen. Ons hartstochtelijke dromen over de wildernis is niets anders dan het verlangen terug te keren naar de eigen natuur. Wat ons daar roept is onze eigen wildernis.

Ik heb deze roep gevolgd en heb mijn droom van een leven in de wildernis verwezenlijkt. We hebben allemaal het recht te leven naar onze eigen ideeën en te volgen wat de stem van ons hart ons ingeeft. Heb je een visioen dat steeds terugkomt, je uit je slaap houdt en vanbinnen pijnlijk brandt? Ben je bereid alles ondergeschikt te maken aan deze droom? Volg hem dan. Probeer het uit. Wat kan er nou gebeuren? Misschien gaat het fout en struikel je. Sta op, klop het vuil van je kleren, schud je lichaam een keer helemaal los en begin weer van voren af aan. Geef niet op. Je kunt trots zijn op jezelf, want in tegenstelling tot al je mededromers heb jij het wel aangedurfd en alleen daardoor heb je al gewonnen.

Misschien gaat je droom ook in vervulling. Maar dat weet je pas als je het hebt geprobeerd. Het is nooit te laat. Als je bereid bent risico’s te nemen en vertrouwen te hebben, kun je worden waartoe je bestemd bent.

Om mijn eigen dromen van vrijheid en wildernis te leven, ben ik steeds opnieuw begonnen, heb ik het ene leven opgegeven en een ander leven uitgeprobeerd. Meestal volgde ik dan alleen maar mijn intuïtie. Soms ben ik gevallen – en weer opgestaan, in het vertrouwen dat alles weer goed zou komen. Andrà tutto bene noemden de Italianen dat tijdens de coronacrisis.

Ik heb geleerd te vertrouwen op de natuur, op het ontwikkelingsproces van het leven, en op de wetenschap dat ik beslissingen neem die goed voor me zijn en waarmee ik kan leven.

Ons leven wordt bepaald door en hangt aan elkaar van beslissingen. De ene na de andere, grote en kleine, goede of slechte. Dat doet er niet toe. Want het leven ontwikkelt zich verder. Het wacht niet op mij. In de natuur word ik er voortdurend toe gedwongen beslissingen te nemen. Welke kant ga ik op? Zoek ik beschutting tegen een naderende onweersbui of loop ik verder? Wat doe ik als er een beer op me af komt rennen? Elk pad dat ik insla stelt me voor een nieuwe keuze. En sommige beslissingen veranderen alles.

*

Bij de echt grote veranderingen in mijn leven volgde ik mijn onderbuikgevoel.
Bij de echt grote veranderingen in mijn leven volgde ik mijn onderbuikgevoel: omdat ik met mijn beroep als advocaat ongelukkig was, ben ik ermee gestopt en ben ik gaan reizen. Toen ik in Minnesota verliefd werd op een kanobouwer, besloot ik spontaan naar hem toe te vliegen om met hem in zijn blokhut te gaan leven. Om meer over wolven te leren, deed ik een stage gedragsonderzoek in een afgesloten wolventerrein in Amerika en werkte vervolgens als vrijwilliger in Yellowstone National Park om daar het gedrag van wolven in het wild te onderzoeken.

Gepassioneerd en dapper heb ik me met heel mijn hart in elk avontuur gestort. Niet alle beslissingen waren juist. Maar elke beslissing heeft me iets geleerd, me gevormd, een stempel op me gedrukt. En vooral: ik heb in elk geval een beslissing genomen. Daardoor heb ik mijn lot telkens in eigen hand genomen. Elke keer wanneer ik in een situatie ongelukkig was en het gevoel kreeg geen controle meer over mijn leven te hebben, heb ik het gewaagd opnieuw te beginnen.

Tijdens mijn werkzaamheden als advocaat vertegenwoordigde ik in een scheidingszaak de echtgenote. Het paar verkeerde in staat van oorlog en vocht al wekenlang verbitterd om elke kleinigheid van hun bezit. Toen de beslissende rechtszaak op het punt stond te beginnen, was ik misselijk van de zenuwen omdat ik de agressie en vijandigheden van beide kanten vreesde. Ik kan me nog precies het moment herinneren dat ik in de toiletruimte van het gerechtsgebouw in de spiegel keek en mijn lijkbleke gezicht zag, dat scherp afstak tegen de zwarte advocatentoga. Zo had ik me dat beroep niet voorgesteld toen ik rechten studeerde. Ik wilde de wereld veranderen en was er toen van overtuigd dat het goede wint. Maar de realiteit was heel anders dan mijn geïdealiseerde voorstellingen. Daarbuiten was het een jungle, en voor de zware overlevingsstrijd in het advocatenvak was ik niet geschikt. Ik wilde het leven leiden waartoe ik bestemd was en nam een beslissing. Korte tijd later liet ik mijn inschrijving als advocaat schrappen. Ik gaf mijn robe weg en zegde de huur van mijn kantoor op – tot groot onbegrip van mijn familie en vrienden.

‘Wil je je carrière opgeven? Voor wat?’

Ja, voor wat? Dat wist ik zelf nog niet. Ik wilde gewoon weer gelukkig zijn, mijn hart volgen en voelen dat ik leefde. Ik had genoeg gespaard om eerst maar eens te gaan reizen en me open te stellen voor wat er voorbijkwam. En voor de rest zou ik wel zien hoe het liep. Ik was vrij.

*

Opnieuw beginnen heeft iets geweldigs.
Opnieuw beginnen heeft iets geweldigs. De natuur is een kampioen in opnieuw beginnen. Na de winter begint ze elke lente weer opnieuw. Elke keer dat ik een nieuw avontuur aanga, heb ik de indruk dat de hele grote wereld leeg voor me ligt en op mij wacht. Een onbeschreven wit vel papier. Ik heb alle mogelijkheden om er iets fantastisch van te maken – of het grondig te verpesten. Dat is beangstigend, maar in mijn euforie zie ik niet dat er een kans bestaat dat het mislukt. En dat is ook maar goed zo, want anders was ik waarschijnlijk zo verlamd dat ik nooit meer iets zou durven. Ik mag fouten maken, ik moet alleen wel proberen niet steeds dezelfde fouten te maken. De natuur heeft me geleerd vertrouwen te hebben. Soms gaan dingen fout. Niets blijft zoals het was. Ons hele leven kan van de ene op de andere dag helemaal op zijn kop worden gezet. ‘Leven is wat er zich afspeelt terwijl jij druk bezig bent met plannen maken,’ zei John Lennon ooit al eens. Ik zeg domweg: shit happens. Je knippert een keer met je ogen en onze wereld is compleet veranderd. Terwijl ik dit zit te schrijven, wordt dat weer eens duidelijk door de coronacrisis, waarin een minuscuul virusdeeltje in de schattige vorm van een opgerold egeltje de wereld lamlegt.

In tegenstelling tot ons mensen laat het de natuur onverschillig met welke problemen wij te worstelen hebben en hoezeer we ons best doen. Ze houdt daar geen rekening mee. Ze volgt haar eigen plan en wij moeten daar maar mee zien te leven. Of we het nou leuk vinden of niet, zij is machtiger dan wij. Zij is alles. Wij zijn maar een heel klein stukje van haar, waar ze misschien – waarschijnlijk – zelfs wel zonder kan zodra het niet meer in haar complete plaatje past. Dat is een fantastische les, die ons leert onszelf niet te serieus te nemen.

*

Terug naar mijn nieuwe start. Ik had de advocatuur opgegeven, mijn huurwoning opgezegd en was klaar voor het volgende avontuur in mijn leven. Met een plunjezak en mijn hond Klops vloog ik in oktober 1986 naar Canada. Ik had me ingeschreven voor een semester Business English aan de University of British Columbia in Vancouver.

Daar aangekomen zocht ik vergeefs naar onderdak. Het was de tijd van de wereldtentoonstelling Expo ’86, er was geen enkele woonruimte meer vrij. Bovendien waren bij de meeste verhuurders geen honden toegestaan. Toen huurde ik eenvoudigweg een camper, die in de daaropvolgende maanden ons thuis zou worden. Doordeweeks parkeerde ik op het universiteitsterrein, in het weekend reden we de bergen in of naar de kust. We overnachtten op afgelegen plekken en maakten veel trektochten. Dit vrije leven beviel me zo goed dat ik na afloop van die studie nog een halfjaar dwars door de VS reisde om het land beter te leren kennen.

Reizen is een passie van me. Ik heb dan ook vóór mijn rechtenstudie vijf jaar als stewardess bij Lufthansa gewerkt om al die fantastische plaatsen te ontdekken die onze wereld rijk is. Als ik op pad ben, gaat de automatische piloot die mijn dagelijkse leven stuurt uit en voel ik een sterkere verbinding met mezelf. Het reizen leert me deemoedig te zijn. Het geeft me respect voor het leven van anderen en maakt me ervan bewust dat ik slechts één mensje onder velen ben, dat al snel weer van de aarde verdwenen zal zijn. Met een open hart op pad zijn beschermt ons tegen zelfoverschatting en maakt ons dankbaar.

Weer terug in Duitsland begon ik heen en weer te pendelen tussen baantjes en continenten. Ik verdiende mijn geld in de zomer als reisjournaliste om gedurende de winter in de VS te kunnen wonen. Vooral het zuidwesten vond ik geweldig. In Santa Fe, in de staat New Mexico, huurde ik drie winters lang een klein huisje. Die stad ligt op tweeduizend meter hoogte en was in de jaren tachtig het spirituele centrum van Amerika. Hier woonden veel kunstenaars en healers, en ik bracht veel tijd door in musea en galeries en bij de talrijke plechtige festiviteiten van de oerbewoners, de Navajo en Hopi.

Drie zomers lang werkte ik als reisleider voor een Duitse studiereisorganisator.
Drie zomers lang werkte ik als reisleider voor een Duitse studiereisorganisator en liet de – doorgaans iets oudere – gasten de nationale parken in de VS en Canada zien. Ik reed mensen rond in busjes, sleepte met koffers en prees de schoonheden van het land aan. Daarbij viel me op hoe verschillend mensen hun ontmoeting met de natuur en de wildernis opnemen en begrijpen. Soms was mijn werk echt een uitdaging, bijvoorbeeld wanneer gasten klaagden over de natuur, die volgens hen niet zo ‘werkte’ als ze zich hadden voorgesteld. De Grand Canyon in de mist? Dat kan toch niet. Een zonsopkomst aan de verkeerde kant, zodat het niet mooi uitkomt op de foto? Doe er iets aan!

Helaas bestaan er ook mensen die zelfs niet meer enthousiast kunnen worden als er een grizzlymoeder met haar tweeling opduikt. De reactie van een van mijn gasten op zo’n ontmoeting vond ik wel heel erg sneu: ‘Dat kan ik in de dierentuin ook wel zien.’

Terwijl hij vlak bij onze auto kon genieten van de pracht van die dieren, klaagde hij alleen maar dat het ergens anders minder moeite kostte om ze te zien. Op het moment dat hij op de drempel stond van misschien wel de duurzaamste liefdesrelatie van zijn leven – de liefde voor de natuur – nam hij de aantrekkingskracht van zijn geliefde niet waar.

*

We hebben ons leven zo volgepropt met kunstmatige onzin en amusement, dat veel mensen de stem van de aarde niet meer kunnen horen. We hebben nieuwe leermeesters nodig die ons helpen het contact te herstellen. Onze relatie met de aarde te vernieuwen. Weer naar onze instincten en gevoelens te luisteren, ze te begrijpen en ernaar te handelen. Die ons bijbrengen het oeroude vertrouwen in onszelf en in de natuur weer op te bouwen, zodat we een leven kunnen leiden dat daarmee in balans is en waarvan we kunnen genieten.

Soms kan een foto zo’n leermeester zijn. In december 1968 verlieten drie NASA-astronauten als eerste mensen de baan om de aarde, om naar de maan te reizen. Frank Borman, James Lovell en William Anders moesten een vlucht rond dat hemellichaam maken om de mogelijkheden van een toekomstige maanlanding te onderzoeken. Deze missie werd bekend onder de naam Apollo 8. De foto die William Anders maakte toen de aarde boven het grauwe stenen maanlandschap opkwam uit het zwarte heelal veranderde voor altijd onze kijk op die wereld. Earthrise laat de opkomende aarde zien op een afstand van vierendertigduizend mijl. Hij is in het NASA-archief gepubliceerd onder het zakelijk aandoende nummer AS8-14-23833 en behoort volgens Time Magazine tot de ‘honderd invloedrijkste foto’s aller tijden’. Zeven maanden later zette Neil Armstrong als eerste mens een voet op de maan.

Naast de Earthrise-foto is er nog een andere beroemde afbeelding van de aarde, die als de meest gepubliceerde foto in de mediageschiedenis geldt.
Naast de Earthrise-foto is er nog een andere beroemde afbeelding van de aarde, die als de meest gepubliceerde foto in de mediageschiedenis geldt. Op de foto van Apollo 175 zagen de mensen voor het eerst de complete wereldbol helemaal van buitenaf. Hierop is het gedeelte te zien van de Middellandse Zee tot aan de zuidelijke poolkap van Antarctica. Boven het zuidelijk halfrond hangt sterke bewolking. Bijna de hele kustlijn van Afrika is goed te zien. Naast de wolkenvelden rond de evenaar is het groen van het tropische regenwoud te onderscheiden. De wolkeloze woestijngebieden in het noorden van Afrika zijn duidelijk te herkennen aan de aardkleurig bruine kleur. Het Arabische schiereiland is aan de noordoostelijke rand van Afrika te zien. Het grote eiland voor de kust van Afrika is Madagaskar. Het Aziatische vasteland ligt aan de horizon in noordoostelijke richting.

Alle astronauten die de aarde van buitenaf hebben gezien, waren overweldigd door haar breekbaarheid en schoonheid. De commandant van Apollo 17, Eugene Cernan, zei: ‘We gingen op weg om de maan te verkennen, maar we ontdekten de aarde.’

Wanneer ik naar die opname van de aarde uit 1972 kijk, ervaar ik een diepe eerbied en nederigheid. Ik vind het moeilijk voor te stellen dat op die wondermooie blauwe knikker zo’n chaos heerst en wij mensen degenen zijn die haar verwoesten. Het maakt me treurig dat de aanblik van de aarde nu (2020) al drastisch is veranderd. Het grote witte vlak van Antarctica smelt en zal over een paar decennia niet meer te zien zijn. En het krimpende groene oerwoudoppervlak maken we ook kapot, terwijl dat als ‘groene long van de planeet’ wel steeds belangrijker wordt. We zoeken naar bescherming tegen corona, het virus dat onze longen bedreigt, maar we gaan zonder nadenken verder met het verwoesten van de long van de planeet die ons zuurstof geeft.

Je kunt denken wat je wilt over de noodzaak van ruimtevaart, maar pas van bovenaf, vanuit het raam van een ruimtevaartuig, het ISS of vanaf de maan, hebben we zicht op onze planeet.

Wat leren we daarvan? Zijn we daardoor milieubewuster geworden? In elk geval wel degenen die dit met eigen ogen hebben gezien. Maar het schijnt zelfs vijftig jaar na de landing op de maan nog niet tot het bewustzijn van ons mensen te zijn doorgedrongen hoe kostbaar en uniek onze thuisplaneet is.

Door de Earthrise-foto’s ontstond een collectief bewustzijn van de aarde als een geheel.
Door de Earthrise-foto’s ontstond een collectief bewustzijn van de aarde als een geheel. Haar schoonheid en tegelijkertijd haar kwetsbaarheid leverden de inspiratie voor de oprichting van de milieubeweging en voor de eerste Earth Day op 22 april 1970. Tegelijkertijd ontstond het natuurwetenschappelijke denkmodel van de aarde ‘Gaia’, dat de aarde en haar biosfeer als één groot levend wezen beschouwt, een zichzelf regulerend superorganisme, waarbij alles op aarde zich heeft ontwikkeld met als doel de planeet stabiel en voor alle levensvormen optimaal in stand te houden. Alles is onafscheidelijk met elkaar verbonden – inclusief de mens. Door elke ademhaling, elke slok water staan we met al onze cellen in verbinding met de aarde en de kosmos. Het verlangen naar de thuisplaneet is deel van onze verbondenheid met haar. Helemaal los van de vraag waar we wonen – we zijn allemaal bewoners van de aarde. Wat er met haar gebeurt, gebeurt ook met ons. Als we de biodiversiteit vernietigen of ons klimaat veranderen, zal Gaia een manier vinden om zich aan te passen, desnoods zonder ons.

De aarde heeft ons niet nodig, maar wij haar wel. Daarom is het niet genoeg om vol verwondering en eerbied naar de foto van die blauwe planeet te zitten staren. We moeten actief deel van haar gaan uitmaken en ons voor haar bescherming inzetten. Door de aarde van buitenaf te zien, komt het belang van veel dingen in het juiste perspectief te staan. Om haar echt te begrijpen, moeten we haar verlaten. Het is de blik van bovenaf die ons het hele plaatje laat zien en ons eraan herinnert hoe waardevol de aarde is.

Voor veel mensen en vooral voor de oerbewoners is de wildernis een tempel. In de stille, heilige ruimten van deze tempel is de goddelijke boodschap het duidelijkst te horen. Ze vereren haar. Anderen hebben bewijzen voor God in de natuur gevonden, en weer anderen hebben in de woestenij een geschikte plaats gevonden om te bidden en na te denken. Jezus was niet de enige religieuze leider die in de wildernis met een godheid communiceerde. Henry David Thoreau en Ralph Waldo Emerson, de Amerikaanse transcendentalisten, geloofden dat de natuur het symbool van de geestelijke wereld was. John Denver zong over de bergkathedralen.

*

Nergens leer je op zo’n goedaardige manier iets over nederigheid als in de natuur. Mijn leven in wildernisgebieden heeft me geleerd de verbanden in het ecosysteem te zien en te begrijpen. Van de wolven heb ik geleerd te zien – niet alleen te kijken. Daarvoor moet je het alledaagse leven even vergeten en de voorstellingen die je van een diersoort hebt loslaten. We kunnen de wildernis niet ‘managen’. Die is daar veel te complex voor. Het is voldoende als we er stil aan deelnemen en proberen het te begrijpen. Ik heb geleerd dat ik sommige verbanden in de natuur alleen begrijp omdat ik ze gedurende een heel lange periode heb geobserveerd.

Een heel goed voorbeeld hiervoor is de herintroductie van wolven in Yellowstone National Park.
Een heel goed voorbeeld hiervoor is de herintroductie van wolven in Yellowstone National Park, die ik van het begin af aan heb kunnen volgen. Vijfentwintig jaar lang kon ik observeren hoe het ecosysteem veranderde nadat de wolven terugkeerden na zeventig jaar afwezigheid. Ik mocht in een tijdsversnelling meemaken hoe in het web van de natuur alles met elkaar verbonden is. In de eerste twee jaar doodden de wolven de helft van de coyotepopulatie. Dat had weer stijgende aantallen kleine knaagdieren tot gevolg, de voornaamste prooi van de coyotes. Minder coyotes en meer knaagdieren betekende meer voedsel voor roofvogels, marters, dassen en vossen. Wolven doodden herten, waardoor hun lievelingsmaaltje, jonge wilgen langs de rivieroevers, nu ongestoord konden groeien. Meer bosjes langs de rivieroevers boden zangvogels bescherming en zorgden voor koeler water, waardoor de forellen terugkeerden. Uiteindelijk kwam de bever terug, die met zijn bouwwerken de loop van de rivieren en zo ook het landschap veranderde. Tot zover de korte versie. Ons ecosysteem is een fijn, gevoelig vlechtwerk waarin alles, elke plant, elk levend wezen, zelfs elke steen en elke zandkorrel zijn plekje heeft – ook wij.

Het is dus niet genoeg om bepaalde dieren of planten los van elkaar te beschermen. Er moeten ook leefruimten van voldoende omvang en met onderlinge verbinding worden beschermd tegen vernietiging en in stand worden gehouden.

*

Van alle interessante, zeldzame en mooie dingen die ik in de wildernis heb gezien of gevoeld, heeft niets me meer aangegrepen en in verwarring gebracht dan mijn ontmoetingen met dieren. Ik zeg ‘in verwarring gebracht’ omdat me geen betere uitdrukking te binnen schiet. Ze hebben iets in me geraakt wat zo diep is als het leven zelf. Na zo’n ontmoeting had ik altijd een fractie van een seconde het gevoel een blik te hebben kunnen werpen op hoe de visie van een universele eenheid tot stand was gekomen.

Elk jaar zat ik in Yellowstone, alleen met een roedel wolven. De wolven wisten niets van mij. Ze hadden geen idee dat ik al hun bewegingen observeerde en registreerde. Het zou ze ook niet geinteresseerd hebben. Ze gingen gewoon hun eigen gang.

Ik werd me ervan bewust dat ik hun leeftijd en familierelaties kende. Ik had ze geobserveerd bij het jagen, tijdens het paren en het grootbrengen van hun jongen. Maar hoe hun leven er echt uitzag wist ik niet. Hadden ze weleens pijn of liefdesverdriet? Maakten de ouders zich zorgen om hun kroost? Er was zoveel wat ik dacht te weten, maar eigenlijk alleen maar aannam. Ik kon niet bij de dieren naar binnen kijken. Kénde ik de wolven echt, alleen maar omdat ik ze zo lang had geobserveerd? Hoe lang ik ook met iemand samenleef, kan ik een ander mens echt kennen?

Ik hield van die momenten en dat doe ik nog steeds.
Ik hield van die momenten en dat doe ik nog steeds, omdat ze me veel hebben gegeven en voor altijd een deel van me zijn. De stille schoonheid die overal om me heen lag en de aanwezigheid van de wolven. Ze lieten me diep over het leven nadenken. Het onophoudelijke, alles overstemmende lawaai van de mensheid was uitgeschakeld. Op zulke ogenblikken zou ik het helemaal oké hebben gevonden om daar te blijven – voor altijd.

Voor mij was het een ongelooflijk voorrecht om bij de wolven te zitten – en bij de bizons, de grizzly’s, de coyotes, de arenden en al die andere dieren die ik dagelijks in de wildernis van Yellowstone mocht meemaken. Tientallen jaren de dynamiek van de natuur uit eerste hand observeren heeft mijn kijk erop veranderd.

Wanneer ik nu over mijn onderzoek nadenk, word ik me bewust van de kloof die ons mensen scheidt van de dieren. Ik dring binnen in hun levensruimte, maar zíj riskeren hun leven als ze die van ons binnendringen. Ik ben gelukkig wanneer ik wilde dieren observeer. Maar ik ben nog nooit op het idee gekomen ze te vragen of ze het goedvinden dat ik ze bekijk bij hun dagelijkse bezigheden. Of mijn aanwezigheid eigenlijk wel gewenst is.

Ik voel me aangetrokken tot het idee met de natuur te communiceren, me voor te stellen dat ze op een of andere manier iets kan uitwisselen met mij. Maar dat is niet zo. Ik denk dat de meeste dieren er de voorkeur aan geven met rust te worden gelaten. De natuur heeft ons niet nodig, dat zei ik al eerder. De aarde werd in de geologische tijd gevormd door water, wind en ijs. Wij hadden geen invloed op dat proces. Maar de wilde dieren zijn wel direct de dupe van ons handelen, van alleen al onze aanwezigheid. Wij maken hun levensruimte kapot, vergiftigen hun water, bouwen straten door hun trekpaden en vervuilen de lucht die ze inademen. Hun leven wordt niet beter door ons. Integendeel, wij zijn gevaarlijk voor ze. Maar dat lijken ze al te weten.

Wilde dieren hebben geen echte band met de mens. Geen enkel wild dier zou ons uitzoeken om mee te communiceren. Wolven, beren, walvissen en dolfijnen zouden zonder de mens veel beter af zijn. Ook al zou ik het nog zo graag willen, ik denk niet dat dieren in staat zijn zich spiritueel met ons te verbinden. Iets, bijvoorbeeld de manier waarop de coyote die me ’s morgens in het Zion National Park wekte en de bosjes in vluchtte, doet me vermoeden dat wilde dieren meer dan wat ook ter wereld met rust gelaten willen worden.

*

In de loop van de vele jaren die ik in de wildernis heb doorgebracht, is mijn houding tegenover de wildernis en de dieren daar sterk veranderd.
In de loop van de vele jaren die ik in de wildernis heb doorgebracht, is mijn houding tegenover de wildernis en de dieren daar sterk veranderd. Wilde ik er vroeger zo dicht mogelijk op zitten, tegenwoordig doe ik nederig een stapje terug en blijf ik een observant. Ik geniet en ben dankbaar voor het moment dat ze me schenken – onbevreesd, of nog beter: onwetend. Het moment waarop ze ondanks mijn aanwezigheid zichzelf zijn.

Inmiddels ben ik op leeftijd gekomen en kijk ik terug op een leven van tientallen jaren in de wildernis. Ik loop nu nog oplettender door de natuur. Mijn ogen zijn dan misschien wel slechter geworden en ik hoor niet meer elke ritseling van een muis, maar ik hoor nog wel de vogels fluiten en de wind fluisteren. Andere zintuigen vervangen wat verloren is gegaan: ik gebruik nu meer mijn intuïtie, mijn bewustzijn van het geheel, de herinnering aan ontmoetingen met wilde dieren, die ik nooit zal vergeten en die ik elk moment in mijn hoofd kan oproepen.

Terugkijkend zie ik dat mijn meanderende levensweg me naar en door de wildernis heeft geleid – precies naar het punt waar ik hoor te zijn – en dat het eind nog lang niet in zicht is. Daar vertrouw ik op.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief