leesfragment

‘Het leven gaat door’, ook tijdens de feestdagen

Over exact een maand is het bijna kerstavond, het traditionele moment waarop familie en naasten bijeenkomen om samen Kerstmis te vieren. Maar wat als je net een naaste verloor? Hoe ga je om met de leegte die je overvalt, het extra gemis dat de feestdagen met zich meebrengen? Karin Heirstraeten verloor na 7 jaar mantelzorg haar partner. Lees hieronder hoe zij de feestdagen doorbracht.

 

Ik zie erg tegen deze periode op, ook al is het niet mijn eerste Kerstmis alleen. Het kinderdagverblijf sluit tien dagen en ook in Nederland zal de activiteit wat teruglopen omdat de patiënten de feestdagen in familieverband willen vieren. Bang voor het gapende gat dat eraan zit te komen, besluit ik een invulling te zoeken. Matthias heeft me het adres van een Tibetaans klooster gegeven waar ik enkele dagen kan doorbrengen in stilte, maar waar ik toch niet alleen ben. Ik zal er omringd zijn door andere mensen, maar niemand mag praten. Die rust zal me goeddoen.

Ik wil sterk zijn.

De dag voor het vertrek word ik opnieuw door verdriet overmand, maar ik geef er niet aan toe, ik wil sterk zijn. Ik besef dat het geen optie is om thuis te blijven, maar tegelijkertijd ben ik bang voor het onbekende. Tot mijn ontzetting begin ik me te realiseren dat ook ik, een moderne zelfstandige vrouw, me emotioneel volledig afhankelijk heb gemaakt van mijn man. De wanhoop en eenzaamheid die daarmee gepaard gaan, leiden tot vluchtgedrag. Vluchten naar het klooster, is dat dan de oplossing?

Ik kan toch niet elke keer weglopen van mijn verdriet? Ik pak de telefoon en annuleer de reservatie. ‘Misschien is het iets voor volgend jaar,’ zeg ik tegen Matthias als hij me belt, ‘dan kan ik het waarschijnlijk beter aan.’

Ik kan toch niet elke keer weglopen van mijn verdriet?

‘Je bent dus thuis met kerst? En wat doen je kinderen dan?’ vraagt hij.

‘Sinds Walter er niet meer is, wil Farah geen kerstboom of cadeautjes meer. Ik denk dat het haar te veel herinnert aan vroeger. Zij zal samen met Pieter Kerstmis vieren bij zijn ouders. Dat vind ik logisch, daar is nog een volledig gezin. En Jens? Ik ken zijn plannen niet, maar ik vraag hem in elk geval niet om thuis te blijven omdat zijn mama niet alleen wil zijn. Ik zal het toch moeten leren. Ik zou naar vrienden kunnen gaan, maar meer nog dan anders voel ik me tijdens zulke dagen het vijfde wiel aan de wagen. Ik denk dat ik thuisblijf en doe alsof het een doordeweekse dag is.’

‘En met oudjaar, heb je dan al plannen?’

‘Heb ik nog niet over nagedacht. Ik weet dat de kinderen er niet zullen zijn en kan Xanti niet alleen laten. Het vuurwerk jaagt haar zo’n angst aan dat ze alle deuren stuk krabt. Nee, dat risico neem ik niet. Rond middernacht ben ik het best bij haar in de buurt.’

‘Ik heb ook geen grootse plannen. We zouden misschien samen iets kunnen doen.’

Het is wel de tweede keer, maar toch zal het een raar gevoel blijven om zonder Walter en de kinderen een nieuw jaar in te gaan.

‘Heel eerlijk: ik weet niet of ik wil vieren. Het is wel de tweede keer, maar toch zal het een raar gevoel blijven om zonder Walter en de kinderen een nieuw jaar in te gaan.’

‘We hoeven helemaal niets te vieren. Ik kan naar Antwerpen komen en we kunnen samen iets eten, net als anders, zonder gedoe.’

‘Dat zou ik heel fijn vinden’, zeg ik enthousiast. ‘Ik kook en jij zorgt voor de wijn, is dat een idee?’

‘Dat is een prima idee.’

‘En Matthias… dit is de eerste keer dat je iets meer dan een week op voorhand plant, wat zeg je daarvan?’ In gedachten zie ik zijn glimlach aan de andere kant van de lijn.

Met het vooruitzicht niet alleen te zijn op 31 december passeren de dagen een stuk gemakkelijker.

Met het vooruitzicht niet alleen te zijn op 31 december passeren de dagen een stuk gemakkelijker. De dagen voor oudjaar fleur ik helemaal op. Ik krijg weer zin om te koken. Ik probeer nieuwe hapjes uit en spaar geen moeite om het gezellig te maken. Gezwind poets ik het appartement, wat al veel vroeger had mogen gebeuren. Ik hang hier en daar een extra lampje, selecteer een paar cd’s, net zoals jaren geleden, toen het door Walter gewaardeerd werd. Hij was niet echt een romanticus, maar kon enorm genieten van de sfeer tijdens de kerstdagen. Voor we kinderen hadden, brachten we die dagen onder ons tweetjes door in Oostenrijk, het land van Gemütlichkeit, glühwein, sneeuw en zon. We verbleven dan in een knus hotelletje vlak bij de skipiste. Geen luxehotel, eerder een familiepension met een uitstekende keuken en een sauna, pure verwennerij. Later, toen Farah en Jens nog klein waren, bleven we gezellig thuis in de kerstvakantie en begon ik al weken op voorhand pakjes te verzamelen voor onder de boom.

Deze oudejaarsavond doe ik opnieuw mijn best om er goed uit te zien. Ik doe dat niet specifiek voor Matthias, maar omdat er een gelegenheid voor is, omdat het ertoe doet. Ik kies een wat chiquer jurkje uit dat ik niet vaak draag en schoenen met kleine hakken waar ik niet mee kan gaan werken. Om mijn hals gaat mijn enige gouden halsketting en ik gebruik een nieuw parfum: Acqua di Gio van Armani. De kinderen zijn al vertrokken. Zij zullen elk bij hun vrienden thuis eten om daarna met zijn allen naar het vuurwerk te gaan kijken. Om zes uur ’s avonds gaat de deurbel. Snel steek ik nog een paar kaarsen aan, kijk even in de spiegel en een beetje opgewonden loop ik naar de parlofoon.

Ik doe opnieuw mijn best om er goed uit te zien.

‘Hey, ’t is ik.’

‘Je kent de weg, hé.’

Ik kan me niet herinneren hoelang het geleden is dat ik zin heb gehad om een feestje te geven, en hoewel we allebei hebben  afgesproken niets speciaals te maken van deze avond, heb ik er toch naar uitgekeken. Matthias voelt zich onmiddellijk thuis in mijn appartement. Ik heb de haard voor de gelegenheid aangestoken, rustige muziek opgezet en de glazen staan klaar. We gaan samen op de sofa zitten en hij overhandigt mij een fles wijn en een cadeautje.

‘Ik heb geen gewone maaltijd gemaakt, maar allemaal kleine hapjes, want het duurt nog even voor het middernacht is. Ik hoop dat je dat goed vindt’, zeg ik terwijl ik het papier van het pakje probeer los te peuteren.

‘Dat is allemaal goed, ik ben blij hier te zijn. Ik wilde bijna afbellen, je kent mij, hé. Ineens sloeg de schrik me om het hart, maar nu ik hier ben voelt het juist aan.’

Hij heeft een schilderdoos voor me gekocht. Ik zie tubes olieverf, een ezeltje en penselen in  verschillende maten. Ik vind het erg attent, maar moet er ook om lachen.

‘Dit is duidelijk, je wilt me in gang zetten, hé.’

Aan de telefoon heb ik hem verteld dat ik wil beginnen met schilderen om de dode momenten op te vullen. Ik heb zelfs een kunstacademie bezocht met de bedoeling een cursus te volgen, maar dat is tegengevallen. De lessen zijn erg beperkend en dat zie ik niet zitten. Ik wil juist mijn gevoelens de vrije loop laten tijdens het schilderen en niet rationeel bezig zijn en binnen de lijnen moeten blijven.

Ik wil juist mijn gevoelens de vrije loop laten.

‘Dank je wel, ik vind het een heel fijn cadeau en zal het gebruiken. Ik heb geen pakje voor jou, dat vind ik nu wel heel vervelend.’

Het lijkt Matthias niet te deren dat ik niets voor hem heb gekocht, integendeel. Zo ken ik hem, als een tolerante vriend en een ‘gever’ die niets terug verwacht. Het wordt een rustige avond, precies zoals verwacht, zonder uitschieters of moeilijke momenten.

‘Misschien klopt het wat mensen zeggen en is de tweede keer inderdaad niet meer zo moeilijk, is alleen de eerste Kerstmis, Nieuwjaar of een verjaardag lastig?’

‘Ik geloof niet dat tijd op zich wonden heelt,’ zegt Matthias, ‘maar wel wat je met die tijd doet. Ik denk dat wij allebei ons best doen om vooruit te komen en niet bij de pakken te blijven neerzitten. Misschien gaat het daarom goed?’

‘En het gezelschap is belangrijk’, zeg ik grappend.

Net voor middernacht zet ik Xanti in het verlengde van de keuken, waar geen buitenlicht naar binnen valt. Zo heeft ze geen last van de felle lichtflitsen van het vuurwerk. Alleen de oorverdovende knallen kan ik niet buitenhouden. Matthias en ik gaan op het terras staan. Vanaf de zevende verdieping kunnen we de prachtige choreografieën zien in vier verschillende steden: Antwerpen, Lier, Mechelen en Mortsel. Terwijl ik geniet van het contrast tussen de rustige sfeer in huis en het geknal en geschitter in de lucht, voel ik Matthias’ warme adem in mijn nek.

‘Ik zou graag bij je blijven slapen vannacht’, zegt hij zacht.

Hoewel ik dit niet heb zien aankomen, heb ik niet veel tijd nodig om erover na te denken en met een voorzichtige glimlach zeg ik: ‘Je weet dat ik geen logeerkamer heb?’

Het is toch niet niks wat zich nu aandient.

Mijn woorden zijn nog niet koud of mijn zenuwen beginnen me parten te spelen. Het is toch niet niks wat zich nu aandient. Meer dan zeven jaar is het geleden dat ik nog met een man geslapen heb, mijn man. Ik herinner me de datum heel precies: 17 mei 1997. De dag nadat Walter zijn diagnose had gekregen, de dag dat het woord palliatief voor het eerst werd uitgesproken, de dag dat ik hem heb thuisgebracht van het ziekenhuis.

Die nacht was er een die ik nooit zal vergeten. Zo passioneel, zo intens, vol aandacht voor mij, alsof we voor het eerst de liefdeskunst hadden ontdekt. Het leek wel een nieuwe Walter, en ook ik overtrof mezelf. We vrijden alsof alles tijdloos was tot de ritmes van onze ademhaling versmolten en we in elkaar genesteld in slaap vielen. Het zou de eerste keer sinds lang, maar ook de laatste keer zijn dat we de liefde bedreven. Er volgde onmiddellijk chemotherapie. Hij had er de kracht  niet meer voor en voelde zich aangetast in zijn mannelijkheid. Nooit heb ik daar een probleem van gemaakt, er waren wel andere katjes te geselen. Ook na zijn overlijden heb ik seks nooit gemist, wel intimiteit, wel zijn armen, wel de knuffels.

Vanavond kan het jaren verborgen verlangen aan de oppervlakte komen. Het is vertrouwd en nieuw tegelijkertijd, en met wie zou ik het liever delen dan met mijn begripvolle maatje? Een vreemd gevoel overvalt me, de combinatie van een overweldigende euforie en een verlammende angst, maar de omstandigheden zijn perfect. Matthias geeft mij alle vertrouwen en even voel ik me onoverwinnelijk.

Terwijl hij achter mij staat, raakt Matthias het zijdeachtige bandje van mijn jurk voorzichtig aan en schuift het millimeter voor millimeter langs mijn schouder, elk plekje van mijn nek zacht kussend. In een flits glijdt het jurkje langs mijn huid naar beneden. Het belandt op de grond, als een kleine vijver rond mijn voeten. Een huivering golft door mijn lichaam en knoopt zich samen tot tedere verwachting. Ik weet dat dit nu even mijn enige thuis is, mijn enige plaats in de wereld. Dan word ik toch  kort bevangen door paniek, maar ik sluit mijn ogen, draai me om en geef me volledig over aan een te lang opgesloten hartstocht. Nooit ben ik me meer bewust geweest van mijn vrouwelijkheid en ik laat mijn lichaam waar zijn blik rust tot leven komen.

 

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief