leesfragment

‘Kinderen van de sekte’ van Mariette Lindstein

Het derde en laatste deel van de Zweedse trilogie van Mariette Lindstein begint vijftien jaar nadat Sofia uit de ViaTerra-sekte ontsnapte. Ze heeft zichzelf voorgenomen om ver uit de buurt van de sekteleider te blijven, maar dat blijkt moeilijker dan gedacht, zeker als ze merkt dat de sekteleider het op de kinderen van de sekte gemunt heeft… Lees hier alvast een voorpublicatie van Kinderen van de sekte!

1.

De televisie stond oorverdovend hard aan. De windstoten kunnen een kracht van meer dan 100 km/u bereiken, de hardste windkracht die tot nu in West-Zweden is gemeten…

Sofia zette de boodschappentassen in de keuken neer, liep de zitkamer in, pakte de afstandsbediening uit Benjamins hand en zette de televisie uit.

‘Wat is er?’ vroeg Benjamin.

‘Blijf daar niet zitten, doe iets.’

‘Het was interessant. Ze legden uit hoe we ons moeten voorbereiden.’

‘Dat is niet zo moeilijk. Ga naar de tuin, haal de meubels naar binnen en bindt alles wat loszit vast. Ik heb boodschappen gehaald zodat we het een paar dagen kunnen redden. En we moeten theelichtjes, zaklampen en dergelijke klaarleggen. Weet jij waar Julia is?’

‘Geen idee. Ik neem aan dat ze voor het avondeten thuis is.’

Hij stond op, liep naar haar toe en legde zijn handen op haar schouders. ‘Luister, liefje, maak je niet zo druk over die storm. De meteorologen maken zich alleen zorgen dat ze de schuld krijgen als ze de mensen niet waarschuwen. Het wordt beslist niet zo erg als ze zeggen. Je maakt je veel te druk.’

‘We zullen zien,’ zei ze terwijl ze een stap naar achteren deed zodat hij haar los moest laten.

Het klopte dat ze zich druk maakte over de storm, maar niet alleen omdat de meteorologen zo ongerust waren. Ze had een onaangenaam voorgevoel dat ze niet van zich af kon schudden.

De stilte was zo onnatuurlijk dat er een rilling over haar rug liep.
Sofia liep de tuin in, ging op het gazon staan en keek naar de zee. De stilte was zo onnatuurlijk dat er een rilling over haar rug liep. Er zong geen enkele vogel en het water achter de bomen was roerloos als een zwarte spiegel. De enige beweging was afkomstig van een espenblad dat trilde terwijl het bezig was van een tak te vallen. De lucht was bijna volledig helder en de trekvogels gleden geluidloos als zweefvliegtuigen langs de hemel. Alles was zo stil dat ze het zwakke geruis in haar oren, dat altijd aanwezig was, kon horen.

De herfstlucht was scherp en koud. Ergens werden bladeren verbrand. Ze hield van die geur, maar nu werd ze er weemoedig van. Boven haar klonk een geluid als een langgerekte zucht. Het waren echter alleen zwakke windvlagen die de bladeren van de bomen streelden. Vervolgens werd het weer stil. Ze kreeg een brok in haar keel terwijl ze daar stond.

Dit is de plek waar ik alles heb, dacht ze. Mijn fantastische man en dochter, mijn mooie huis, en toch voel ik me verschrikkelijk somber.

Ze herinnerde zich nieuwe feiten van de gebeurtenis, zag ze helder en krachtig voor zich.
Ze schaamde zich omdat ze tegen Benjamin had gesnauwd. De laatste tijd had ze zich rusteloos en geïrriteerd gevoeld. Ze wist waarom dat was, maar wilde het niet aan zichzelf en nog minder aan Benjamin bekennen. De dromen over Franz Oswald, de sekteleider, waren weer terug. Na vijftien jaar was hij om de een of andere onverklaarbare reden in haar dromen teruggekeerd. De verkrachting, die ze net zo lang had herkauwd totdat ze alle gevoelens daarover kwijt was en haar ziel leeg was, speelde zich opnieuw voor haar geestesoog af. Er was een nieuwe scherpte in de beelden. Ze herinnerde zich nieuwe feiten van de gebeurtenis, zag ze helder en krachtig voor zich.

Haar verstand vertelde haar dat Franz Oswald was ondergedoken. Hij was al bijna tien jaar niet in het openbaar verschenen en er werd gezegd dat hij zich op Dimön bevond, op het landgoed van de sekte ViaTerra. Daar scheen hij nieuwe principes te ontwikkelen. Er ging ook een gerucht dat hij zijn verstand verloren had. Sofia had andere, zwartere gevoelens. Ze hoopte dat hij was overleden aan een uitermate pijnlijke ziekte en dat de idioten van de sekte ViaTerra nu uitgeput en rillend zonder elektra op het afgelegen landgoed zaten.

Er werd nog steeds over Franz Oswald gepraat. Het was alsof de legende over de charismatische sekteleider onsterfelijk was. Hoewel hij in de gevangenis had gezeten omdat hij zich vijftien jaar geleden aan een minderjarig meisje had vergrepen, werd hij nog altijd door velen geadoreerd. Sofia probeerde zichzelf wijs te maken dat hij zich voorgoed had teruggetrokken, dat hij misschien zelfs overleden was, maar haar intuïtie vertelde haar iets heel anders, namelijk dat hij uitermate levend was.

Ze merkte dat haar vingers trilden. Dat moest de kilte zijn. Ze liep de woning in, ging naar de badkamer en hield haar handen onder de warme kraan.

In de spiegel boven de wastafel zag ze nog steeds het meisje dat twee keer uit ViaTerra was gevlucht.
In de spiegel boven de wastafel zag ze nog steeds het meisje dat twee keer uit ViaTerra was gevlucht. Ze had alleen kraaienpootjes rond haar ogen, lachrimpels rond haar mond en een paar grijze haren in haar pony gekregen. Zag ze er getekend uit? Was er een reden dat de naderende storm en de dromen over Franz Oswald haar zo uit haar evenwicht hadden gekregen?

Haar mobiel trilde. Ze pakte hem uit haar zak en zag dat Julia haar een sms had gestuurd: KOM VANAVOND LATER THUIS. Alsof alles net zoals anders was. Alsof ze niet wist dat er een storm op komst was. Sofia bedacht paniekerig dat Julia het misschien inderdaad niet wist. Ze probeerde te bellen, maar kreeg haar voicemail met de ergerlijke mededeling: Hallo, mama, omdat jij de enige bent die berichten op mijn voicemail inspreekt laat ik je hierbij weten dat alles goed met me is. Ik bel je. Tjing.

Toen Julia was geboren, besefte Sofia al snel dat ze het leven had geschonken aan een wervelwind. Een wervelwind die al snel in een orkaan veranderde. Julia had een energie die Sofia niet kon beteugelen, en Benjamin al helemaal niet.

Ze zei dat ze het rustig aan wilde doen tot ze haar roeping in het leven had gevonden.
Er was geen spoor van Benjamin in Julia te bekennen. Ze had Sofia’ haarkleur, donkere ogen en gelaatstrekken geërfd, maar onder de oppervlakte glinsterde iets anders, iets wat intenser was. Julia genoot van het leven met een onmetelijke intensiteit, koppig en volkomen ongeremd. Zoals afgelopen voorjaar, toen ze een zangwedstrijd op de televisie had gewonnen en het lievelingetje van heel Zweden was geworden, waarna ze haar schouders had opgehaald en had gezegd: ‘Ach, dat zingen is geloof ik niet zo mijn ding.’ Ze zei dat ze het rustig aan wilde doen tot ze haar roeping in het leven had gevonden. Om de een of andere reden was Sofia doodsbang voor wat die roeping zou kunnen zijn.

Niet alleen Julia’s uiterlijk zorgde ervoor dat ze opviel in de menigte, ze was ook aanweziger. Als je een kamer met honderd personen binnenliep, was Julia de eerste die je opmerkte. Ze had iets heel bijzonders.

Er was maar één ander in Sofia’s leven die zo was geweest.

Ze stuurde een sms: NEEM OP ALS IK BEL. Daarna wachtte ze even en toetste Julia’s nummer in, één keer, twee keer, drie keer, tot ze opnam met een snauwerig: ‘Jezus, wat is er nu weer?’

‘Je moet onmiddellijk naar huis komen.’

‘Waarom dat?’

‘We moeten ons voorbereiden op de storm. Die begint straks.’

‘Kunnen papa en jij dat niet regelen?’

‘Nee, ik wil dat je nu naar huis komt. Je kunt niet op je brommer rijden als het stormt.’

‘Ach, je overdrijft.’

‘Dat denk ik niet. De meteorologen op de televisie zagen er angstig uit. Ze hebben de storm zelfs een naam gegeven. Hercules.’

‘Oké, ik kom er zo aan.’

Sofia zag Benjamin in de hal staan en kroop berouwvol in zijn armen. ‘Het spijt me dat ik zo tegen je uitgevaren ben, maar ik word gewoon doodsbang als ze voortdurend over de storm praten.’

‘Dat hindert niet. Je ziet er moe uit, liefje. Een beetje bedrukt.’

Ze wist niet dat ze er bedrukt uitzag. ‘Ik hou niet van veranderingen,’ zei ze terwijl ze naar hem opkeek. ‘Maar jij verandert niet. Jij bent precies zoals anders.’

Benjamin was het anker in hun bestaan.
Benjamin was het anker in hun bestaan. Toen hij bij een transportbedrijf in Göteborg werkte had iemand zijn talent voor effectieve logistiek ontdekt en hem overgehaald om voor zichzelf te gaan beginnen als adviseur. Zijn bedrijf liep fantastisch en hij werkte vanuit huis. Hij kon zijn gezin probleemloos onderhouden en was in staat geweest om hun woning op Orust te kopen.

Sofia was een paar jaar geleden gestopt met haar baan als hoofdbibliothecaresse om haar droom te verwezenlijken: het helpen van mensen die uit sekten waren gevlucht. Ze leidde een opvangcentrum samen met Anna Hedberg, die ook uit ViaTerra was gevlucht. Het opvangcentrum draaide op staatssubsidies en Benjamin doneerde geld als dat nodig was. Ze maakten nog geen winst, maar ze hield van haar werk.

Ze keek naar hun hond, Denzel, die onder de bank lag te trillen.

‘Hoe lang is hij al zo?’ vroeg ze aan Benjamin.

‘Sinds vanochtend. Hij wilde niet eens mee naar buiten om te plassen.’

‘Denk je dat hij ziek is?’

‘Nee, hij voelt waarschijnlijk dat de storm in aantocht is. Dieren voelen dat soort dingen aan.’

Sofia ging op haar knieën zitten en trok de hond onder de bank vandaan. Ze wiegde hem een tijdje in haar armen, maar hij bleef trillen.

‘Wil je naar buiten?’ vroeg ze en ze opende de tuindeur. Denzel ging op de vloer liggen en draaide zijn kop weg. Ze maakte de riem aan de halsband vast en sleepte hem mee naar de tuin, waar hij plichtmatig plaste en daarna aan de riem begon te trekken om weer naar binnen te kunnen.

Het voelde alsof ze zich in een niemandsland bevonden.
Ze keek naar de grijze en donkerpaarse wolken die aan de horizon verschenen. Een zwakke wind ritselde in de bomen. Het zwarte water van de zee rimpelde en leek op een ruisend televisiescherm. Het was nog steeds stil. Geen vogelgezang. Geen auto’s op de weg. Het voelde alsof ze zich in een niemandsland bevonden.

Benjamin kwam naar buiten met een koptelefoon aan zijn mobiel
gekoppeld, die hij afzette toen hij haar zag. ‘Ze zeggen dat het een
orkaan wordt. Als het zo erg wordt als ze beweren heb ik straks heel
veel werk.

‘Hoe kun je zo denken?’

‘Je moet altijd proberen het leven van de positieve kant te bekijken.’

Zo was Benjamin inderdaad.

‘Kijk, daar komt Julia aan!’

Benjamin wees naar de weg waarop Julia op haar brommer kwam aanrijden. Haar lange haar zwiepte naar achteren in de wind. Ze reed zo snel dat Sofia eerst dacht dat ze de oprit naar de woning zou missen, maar ze haalde de bocht en remde vlak bij Sofia op het gazon.

‘Ben je nu tevreden?’ vroeg ze chagrijnig.

Godzijdank, dacht Sofia. Nu komt alles goed. We overleven deze ramp.
Godzijdank, dacht Sofia. Nu komt alles goed. We overleven deze ramp.

Toen ze rond middernacht naar bed gingen was de wind toegenomen. Hij floot rond de hoeken van de woning en de dakbalken kraakten. De bomen bogen achter de ramen. Het leek echter niet hevig of levensbedreigend. Toen de stroom uitviel en de nieuwsuitzending met een verslaggever die huiverde en door de wind naar achteren werd geblazen werd onderbroken, leek het toch veiliger om naar bed te gaan. Het voelde alsof de storm voorbij zou zijn als ze wakker werden. Ze hadden alle drie geen zin om op te blijven en te luisteren naar het geluid van de wind die het huis mishandelde.

Julia sleepte haar matras naar hun kamer. Ze praatten even, giechelden in het donker en vielen in slaap.

Een paar uur later werd Sofia wakker door een verschrikkelijk kabaal, zo hard dat ze uit bed vloog. De wind jankte niet langer, maar bulderde woedend. Het was volkomen donker, donkerder dan in de koudste winternacht. De balken kraakten zo hard dat het leek alsof het hele dak omhoogkwam. Daarna volgde het geluid van brekend glas, oorverdovend en scherp.

Hercules was gearriveerd.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief