leesfragment

Leesfragment: ‘Leila’ van Wajih Rayyan

In “Alleen Elvis blijft bestaan” op Canvas vertelde vrouwenrechtenactiviste en ex-politica Assita Kanko over de blijvende gevolgen van de genitale verminking die ze als kind moest ondergaan. Ze hield in het programma ook een pleidooi om erover te spreken zodat het geen taboe wordt. Ook Wajih Rayyan haalde dit gevoelige thema aan in zijn ‘Leila‘. Lees hieronder het fragment.

 

 

 

In Leila vertelt een Arabisch-Afrikaanse vrouw hoe ze opgroeide in het oosten van Afrika en als vluchtelinge in België belandde. Haar hallucinante verhaal is gebaseerd op reële getuigenissen van immigranten die de Jordaans-Belgische auteur ontmoette. Leila is geboren in een Afrikaans land aan de Rode Zee. Haar vader heeft ze nooit gekend en haar moeder wordt verkocht aan een emir. Zo komt Leila onder de hoede van haar grootouders, haar tante Aisha en een onderwijzeres, Malika. In een samenleving die door mannen gedomineerd wordt en een regio die door gewapende conflicten verscheurd wordt, overschaduwen heel wat problemen Leila’s geluk: vrouwenbesnijdenis, mensenhandel, het leven in een harem, sektarisch geweld … Toch blijft ze zich telkens een weg zoeken om aan de onderdrukking te ontsnappen en te strijden voor een meer gelijkwaardige behandeling tussen man en vrouw. Tot ze vanwege die strijd haar leven bedreigd ziet en uitwijkt naar Europa. Haar schokkende getuigenis voert ons mee in een wereld waar tederheid en geweld, haat en liefde, moedeloosheid en volharding naadloos in elkaar overgaan. Leila’s verhaal getuigt van veel levenskracht en een diep verlangen naar een respectvolle samenleving.

 

Mijn ouders, twee broers en mijn zusje werden levend verbrand.

Na de maaltijd richtte Malika zich tot Aisha om uit te leggen waarom ze zo was aangedaan door wat Aisha vertelde en ook waarom ze zo gehecht was aan mij. ‘Jouw verhaal lijkt op het mijne,’ zei ze geëmotioneerd, ‘want twee maanden na mijn huwelijk, toen ik al bij mijn echtgenoot woonde, werd het huis van mijn ouders getroffen door een luchtaanval. In het midden van de nacht werd het door een voltreffer geraakt. Mijn ouders, twee broers en mijn zusje werden levend verbrand. In plaats van mij te troosten, mij te steunen en mijn leed te delen, vergrootte mijn echtgenoot Youssef mijn verdriet. Niet langer dan drie maanden na het bombardement waarbij mijn familie werd uitgeroeid, betwistte hij de huwelijksovereenkomst die hij met wijlen mijn vader, Issa, gesloten had. Mijn vader had geen bruidsschat geëist van Youssef en had uit eigen zak zelf een goed deel van de huwelijkskosten betaald, in ruil voor de belofte dat Youssef niet zou eisen dat ik besneden werd. Ik herinner mij dat gesprek, want ik stond erbij.

Het heeft geen zin aan de vrouw te ontnemen wat God haar geschonken heeft.

“Ik geef je mijn dochter Malika tot echtgenote”, zei mijn vader tegen Youssef. “Zij is een rechtvaardige, goed opgeleide vrouw. Zij is bovendien maagd en heel integer, en het is voortaan aan jou om haar lief te hebben en te respecteren. Ik wil daarom dat je je ertoe verbindt haar nooit te laten besnijden.” Ik weet nog wat hij daaraan toevoegde: “Dit is zowel de wil van Malika als de mijne. Mijn dochters zijn zo opgevoed en net als ik vinden ze de verminking een wrede en ongerechtvaardigde daad. Het heeft geen zin aan de vrouw te ontnemen wat God haar geschonken heeft. Waarom zou zij niet mogen genieten van de gave van het leven, de liefde en de natuur?”

Ik had het gesprek gevolgd, terwijl ik naast mijn toekomstige echtgenoot stond. Hij had zwijgend en aandachtig naar de woorden van mijn vader geluisterd. Ik zag hem goedkeurend met het hoofd knikken. Mijn vader ging verder met zijn pleidooi tegen de verminking. Het was zijn enige bekommernis, zijn enige echte voorwaarde om Youssef als schoonzoon te aanvaarden. “Geloof je dat God zich vergist heeft toen hij de vrouw schiep? Geloof je dat het aan de man, een in vergelijking met de alwetende God, sterfelijk en miserabel wezen, toekomt om de wil van de Almachtige tegen te spreken? Geloof je dat het de taak van de arbeider is om het werk van de meester te verbeteren?” vroeg hij.

Geloof je dat God zich vergist heeft toen hij de vrouw schiep?

Malika schudde haar hoofd en wreef een traan uit haar ooghoeken. De gedachte aan haar vaders woorden werd haar te veel. ‘Arme vader, jij die geloofde dat je aan je dochter een echtgenoot gaf die haar verdediger zou zijn, en die van alle vrouwen! Jij die dacht dat je mij, door Youssef in onze familie te verwelkomen, een man gaf die mij zou beschermen tegen de dwaasheid van het lijden, veroorzaakt door de besnijdenis en de verminking van de vrouwelijke geslachtsorganen’, zei ze. We dronken in stilte en daarna sprak Malika verder.

‘Het duurde niet lang voor Youssef de overeenkomst met mijn vader herriep. Op een dag woonde ik een bijeenkomst bij over vorming en bewustwording van het thema besnijdenis. Toen ik thuiskwam, wachtte Youssef mij op om zijn afschuwelijke voornemen aan te kondigen. “Ik moet met je praten”, zei hij wrevelig. Door hem zo te zien, voelde ik mij vreemd. Tot dan was hij altijd heel attent en lief voor mij geweest, maar nu zag het er heel anders uit. “Ik vind al een hele tijd”, begon hij, “dat bepaalde dingen opgehelderd moeten worden.” “Waarover heb je het, liefste?” vroeg ik wantrouwig. “Over jouw acties ter bescherming van de vrouw.” Youssef had moeite om zijn misprijzen te verbergen en ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. “Meen je dat? Je vindt toch ook dat ik moet strijden tegen de verminkingen die vrouwen moeten ondergaan? Je zei dat je het nodig vond die barbaarse praktijken af te schaffen. Ben je dan plots van gedachten veranderd?” vroeg ik.

Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken.

“Nee,” zei Youssef met gebogen hoofd, “dat is het niet. Maar ik kan de beledigingen en scheldwoorden van mijn omgeving niet langer verdragen. Altijd is er wel iemand die mij scheef aankijkt, die mij aanspreekt, die mij eraan herinnert dat ik de echtgenoot ben van de ‘onstuimige’, van degene die ervoor uitkomt de onderdrukte en besneden vrouw te verdedigen. Ze vragen me lachend of jij besneden bent en besluiten meteen dat het vast niet het geval is en dat je daarom gefrustreerd en ontembaar bent!” Youssef keek me recht in de ogen en zei dat degenen die denken zoals ik en mijn vader uitzonderingen zijn.

Ik voelde de tranen in mijn ogen opkomen. “En jij! Jij denkt toch ook zoals wij?” riep ik uit. “Nee,” zei hij, “nu niet meer. Ik zou willen dat je ophoudt met je feministische activiteiten. Ik wil mij niet schamen voor jou, ik wil niet meer moeten liegen tegen mijn vrienden of mijn eigen familie.” “Liegen?” herhaalde ik. Youssef ging verder: “Ja, liegen over jou. Telkens wanneer een kennis mij vraagt of je besneden bent, zeg ik ja. Ik hoop dat je begrijpt waar ik naartoe wil?” Mijn bloed stolde in mijn aderen. Wilde hij me laten verminken? “Ik eis,” zei hij, om te verduidelijken wat ik maar al te goed begrepen had, “ik eis dat jij je ook laat besnijden.” Ik sprong onmiddellijk op. “Maar je bent gek! Denk je dat wij nog gelukkig zullen zijn als ik voortdurend pijn heb, als ik een schaduw ben van mijzelf ? Als je de roos lief hebt, ruk je dan haar bloemblaadjes af ? Nee, Youssef, niemand zal er mij ooit toe kunnen overhalen om mij aan de praktijk te onderwerpen die ik zo vaak bestreden heb. Ik zal noch aan jou, noch aan je vrienden of aan je familie toegeven. Als jij je over mij schaamt, zal ik desnoods zelf mijn brood en kleren verdienen, en zal ik elders gaan wonen, op een plek waar ik mezelf kan zijn.”’

Ik eis dat jij je ook laat besnijden.

Terwijl Aisha naar Malika’s verhaal luisterde, beet ze zich op de lippen. ‘Malika, Malika’, onderbrak ze de woordenvloed. ‘Dankzij God en jouw gezegende situatie had jij de kaarten in handen om het hoofd te bieden aan je man. Maar wat zou er gebeurd zijn als je financieel van hem afhankelijk zou zijn geweest?’

‘Dat zou alles veranderd hebben,’ antwoordde Malika. ‘Dan had ik me moeten onderwerpen, dan had ik een deel van mezelf moeten opofferen om in leven te blijven.’ Aisha knikte ernstig en Malika vertelde verder. ‘Youssef haalde alle oude argumenten aan: dat een volmaakte vrouw een vrouw is zonder clitoris en zonder schaamlippen, dat een besnijdenis meer genot geeft aan de man en beter is voor het kind tijdens de bevalling. Dat een besnijdenis de vrouw helpt om trouw te blijven, om alleen haar man te begeren. Ik zei hem dat ik niemand meer zou begeren, zelfs hem niet. Ik zei hem dat ik niet zijn slaaf ben, maar zijn gelijke en dat ik me door niemand zou laten verminken. “Corrigeren”, antwoordde hij vastberaden. “Hij had als man het recht mij te corrigeren”, zei hij, “want ik was net als alle vrouwen met een tekortkoming geboren.” Hoe geschokt ik ook was door zijn woorden, ik gaf niet op en bleef op hem inpraten. “Het ergste is dat de besnijdenis zonder meer gevaarlijk is”, zei ik. “Denk aan de kleine Samira die tijdens haar verminking aan een bloeduitstorting doodging. Wil jij dat je eigen dochters hetzelfde lot ondergaan? Als die al zouden geboren worden tenminste, want je weet goed genoeg dat het voor vrouwen met dichtgenaaide lippen moeilijk is om kinderen te baren. Vaak blijft het kind gekneld zitten achter het litteken. Levensbedreigend is dat!”’

Hij had als man het recht mij te corrigeren.

Toen Malika besloot dat ze er niet in was geslaagd haar man te overtuigen, kon Aisha zich niet langer inhouden. ‘Ik ken zelf het geschenk van de erotiek’, zei ze. ‘Ik weet hoe het voelt. Voor en na de besnijdenis. Het verschil is onbeschrijflijk, het is het verschil tussen dag en nacht, tussen hel en paradijs. De vrouwen die bij mij de brutale ingreep deden, hebben mij elk plezier om vrouw te zijn ontnomen. Nochtans had ik gezworen dat ze mij nooit zouden krijgen. Ik was nog heel jong toen ik voor het eerst over besnijdenis hoorde praten. De vrouwen van het dorp spraken over de verminking van een hele groep meisjes, ouder dan ik. Ze smeedden hun plan, praatten over de praktijk terwijl ze zelf wisten hoe wreedaardig die was. Op die dag nam ik me voor me nooit seksueel te laten verminken.’

‘Je spreekt over vrouwen, tante’, liet ik voor het eerst mijn stem horen. ‘Zijn zij het die dat vreselijke ritueel voltrekken?’ ‘Ja’, zuchtte Aisha. ‘De mannen beslissen, maar het zijn de vrouwen die de daad uitvoeren omdat de mannen de geslachtsdelen van een vrouw niet mogen zien, behalve die van hun eigen vrouw. De vrouwen denken oprecht dat elke toekomstige moeder besneden moet worden om respect waard te zijn. Daardoor kan dat barbaarse, voorouderlijke gebruik blijven  bestaan. Dikwijls wordt de besnijdenis uitgevoerd door iemand uit de onmiddellijke omgeving van degene die besneden wordt. In mijn geval waren het mijn moeder, mijn tantes en de buurvrouwen. En ook een andere vrouw die ik niet kende en die het scherpe mes hanteerde. Zij hebben mij beetgepakt terwijl ik sliep.

Zij hebben mij beetgepakt terwijl ik sliep.

Op dat ogenblik was ik al getrouwd, maar Salah, mijn betreurde echtgenoot, was voor enkele dagen op missie vertrokken. Was hij op de hoogte, wist hij wat ik tijdens zijn afwezigheid zou ondergaan? Tot op vandaag weet ik het niet en ik heb hem nooit de vraag gesteld uit angst voor het antwoord. Als hij bevestigend geantwoord had, had ik moeten scheiden van de persoon van wie ik het meest ter wereld hield. Tot op vandaag neem ik het mijzelf kwalijk dat ik te grazen werd genomen. Ik was nochtans op mijn hoede voor elke grote groep vrouwen, want als de vrouwen verzamelen, wil dat vaak zeggen dat ze een besnijdenisritueel voorbereiden. Als ik op die momenten de martelplank zag verschijnen, ging ik er meteen vandoor en bleef ik lang genoeg weg tot elk risico verdwenen was. Maar die dag verrasten ze mij in mijn slaap. Ik had niet eens de tijd om mij te verzetten of ik lag al met gebonden handen en voeten op de plank die door vier van hen stevig vastgehouden werd. Mijn benen werden uiteengespreid zoals tijdens een bevalling en zonder dralen ging de vrouw die het mes vasthield aan het werk. Geen anesthesie, geen kalmeermiddelen. Het brandde en stak en ik kromde mijn lichaam van de pijn, maar ik was vastgebonden, kon geen kant op. Schreeuwen, schelden en huilen. Dat deed ik, maar niemand scheen zich om mij, om mijn marteling, mijn leed te bekommeren. Liever zou ik sterven dan de wrede marteling te moeten ondergaan. Op het hoogtepunt van mijn pijn begonnen de vrouwen, ook mijn moeder, te zingen. Wilden ze hun vreugde uiten? Of wilden ze mijn kreten onderdrukken? Of wilden ze zichzelf moed inzingen en voor afleiding zorgen? De ingreep gebeurde wild en snel. Het duurde niet meer dan enkele minuten. Maar voor mij leek het een eeuwigheid. De afschuwelijke herinnering achtervolgt mij elke dag.’

‘Lieve Aisha’, zei Malika. Meer niet, want zij was ontsnapt aan het wreedaardige lot. Ze verliet Youssef, de man die ze graag had gezien. En ze gaf haar strijd niet op. ‘Waarom zou je getrouwd blijven als je elke interesse in seksualiteit verliest omdat je verminkt bent? Wat heeft dat voor zin?’ herhaalde ze vaak.

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief