artikel

LEESFRAGMENT: ‘Win Win’ van Jan Van der Cruysse

0

Met zijn zesde thriller Win Win brengt de meervoudig bekroonde auteur Jan Van der Cruysse alweer een stevige turf, in zijn inmiddels vertrouwde filmische schrijfstijl.

Win Win is een ingenieus geconstrueerd misdaadverhaal zoals alleen hij dat kan schrijven: wervelend en erudiet, boordevol verfijnde humor, helemaal mee met deze tijd, zijn lezers heen en weer slingerend tussen locaties, tijdspanne en personages. Bovendien is de basis van het verhaal beangstigend actueel.

Lees nu het eerste hoofdstuk.

Donderdag 29 mei – Edinburgh, Schotland – Drummond Street

Ze gluurt door het spionnetje. Een blonde krullenbol met een racefiets. Een goedkope zonnebril met oranje spiegelglas, fluohesje. Hij heeft zijn rugzak afgezet en rommelt met een pakje brieven. ‘Swift Cycle Couriers’ leest ze op de rug. Dan keert hij zich naar de deur toe. Het putje in zijn brede kin is zichtbaar door zijn rossige stoppelbaard heen.

Ze trekt met een brede glimlach de deur open. ‘Hey cowboy. Belde je voor mij aan?’

Hij beurt helemaal op wanneer hij ziet hoe ze het strakke japonnetje weet te vullen. ‘Mevrouw Van Opstal?’ Hij controleert nog even de enveloppe. ‘Veel belknopjes bij dit gebouw, ik hoop dat ik me niet heb vergist.’

‘Zeker wel veertig, allemaal studenten. En je belde op het juiste.’ Ze giechelt. ‘Ik ben Laura Van Opstal. JúffrouwLaura Van Opstal.

Pas nu beseft ze dat een versleten T-shirt geen geschikt alternatief kan zijn voor een volwaardige nachtjapon wanneer je er ook mee op straat verschijnt. Zelfs niet met de beeltenis van Bernie Sanders met wollen wanten op je borsten.

‘Aangetekende zending. Kan je hier even aftekenen?’ Hij houdt een klein elektronisch toestel in haar richting, net een stapje buiten haar bereik. Ze trekt de onderkant van het T-shirt strak omlaag terwijl ze zich nieuwsgierig van de drempel op het trottoir waagt.

‘Een kruisje volstaat’, stelt hij gerust.

‘Lijk ik dan nog niet wakker genoeg om zo vroeg in de ochtend een volledige handtekening te presteren?’ grapt ze.

‘Corona. Ik denk aan je veiligheid.’

‘Maak je geen zorgen, ik heb corona al gehad, en ben ook nog eens gevaccineerd. Mijn covidbingokaart is helemaal vol.’

Ze buigt naar hem toe en getroost zich de moeite om de ontvangst van de enveloppe te bevestigen met een uitbundige signatuur. Ze twijfelt er niet aan dat hij in haar decolleté staat te gluren vanachter zijn oranje spiegelglas.

‘Daarzo. Mijn hele naam. Omdat de dappere fietsridder al die moeite voor me heeft gedaan.’

Hij zet verbaasd zijn zonnebril af. ‘Ben ik dat dan, een fietsridder? Welke moeite?’

‘Je hapt nog steeds naar adem. Ik neem aan dat je voor mij de hele helling bent op gefietst? Of brengt Bernie je in verlegenheid?’

Hij loopt rood aan en stopt haar de enveloppe toe. ‘Ik ben wel degelijk naar boven gefietst, en toen wist ik nog niet dat je in nachtkledij zou verschijnen. Je bent in elk geval de leukst geklede klant van mijn ronde tot dusver.’

‘Je krijgt waarschijnlijk wel wat vestimentaire ellende te verwerken als fietskoerier, als je onverwacht zo vroeg bij mensen aanbelt. En zonder twijfel ook wel wat opwindends, af en toe?’

De koerier kijkt verlegen. ‘Het is inmiddels halftwaalf. Dit is niet het holst van de nacht. Tijd om van je dag te genieten!’

Ze fluistert samenzweerderig. ‘Ik ben een nachtuiltje. En ik neem aan dat je op zo’n ronde soms wel wat meer te zien krijgt?’

Hij lacht terwijl hij zijn rugzak weer omdoet. ‘Da’s beroepsgeheim, daar mag ik je niets over vertellen. Tot volgende keer!’

Voordat ze een gevat antwoord kan bedenken, zit hij in het zadel en schiet de weg op. Zonder nog verder om te kijken dendert hij de kasseihelling naar beneden. Ze kijkt hem na tot hij voorbij de geparkeerde auto’s in de bocht uit het zicht verdwijnt, en merkt dan pas de bejaarde vrouw aan de overkant van de straat, die haar afkeurend aankijkt. Laura wuift haar toe alsof ze hartsvriendinnen zijn en wipt naar binnen.

Ze is zelf even buiten adem wanneer ze de vierde verdieping bereikt. Het is een gigantisch handelspand uit de achttiende eeuw, met hoge plafonds en een stenen trappenhuis, dat geen lift heeft. Ze vergrendelt de deur van haar kleine studio en ploft op de bank. Ze inspecteert de voor- en achterkant van de grote bruine enveloppe. Manila heet dat hier.

De naam is correct gespeld, het adres klopt. Ze probeert zich voor te stellen wie weet dat ze dit pand bewoont. Ze kent amper haar medestudenten, laat staan hun familienaam of adres. Nog nooit bracht ze iemand mee naar hier. Ook haar vrienden in België kennen niet haar tijdelijke adres in de Schotse hoofdstad. Niet dat het geheim is, maar haar vrienden sturen hoogstens een berichtje met WhatsApp of Messenger. Brieven zijn passé. Behalve voor verjaardagskaartjes, verkeersboetes en officiële briefwisseling van de universiteit verdient de Royal Mail geen penny aan Laura Van Opstal.

Geen naam op de keerzijde. Geen postzegel. Merkwaardig. Ze hoopt op de salontafel een mes of een potlood te vinden, maar dat valt tegen. Dus scheurt ze een dunne strook van de smalle kant van de enveloppe. Luiheid is de beste motor voor creatieve oplossingen. Beter dan opstaan om een mes te zoeken in de keuken. Ze schudt hem leeg. Een nieuwe, kleinere enveloppe, Amerikaans formaat, onthult zich. Deze keer geen adres, enkel haar naam.

Ook van deze enveloppe scheurt ze een fijne strook en schudt opnieuw. Het lijkt wel een set matroesjka’s.

De prentbriefkaart die op de sofa valt, toont indrukwekkende rode rotsformaties, omgeven door een zee van cactussen. Over de foto heen staan grote letters: ‘Utah Rocks!’

De keerzijde is handgeschreven, met vulpen. Een stoer maar wat oubollig herenhandschrift.

Vensterbank van mijn bureau.

Let op details.

Fibonatius

Ze draait de kaart om en om. Geen postzegel. Wie is Fibonatius? Probeert iemand haar in het ootje te nemen? Ze kent amper iemand in Edinburgh. Ze studeert hier slechts één semester, en die zit er bijna op. Ook ‘Utah’ zegt haar weinig of niets. Salt Lake City en mormonen, dat is alles wat ze weet over Utah. En eindeloze wildwestlandschappen. Ze trekt de enveloppe open en kijkt of hij nog iets bevat.

Onderin zit een brief. Ze vouwt hem open.

Bovenaan prijkt het logo van British Airways.

Een publiciteitsstunt via aangetekende brief? Dat is gek. Het lijkt wel een ticket naar San Francisco. Een businessticket. Dan pas merkt ze haar naam op. Alles aan elkaar geschreven. Lauramrs. Gepersonaliseerd, alsof dit echt de bevestiging is van een vlucht, zelfs een ticket.

Ze sloft naar het keukentje en zet een ketel water op het vuur voor thee. Ze bekijkt het ticket opnieuw.

Als dit gepersonaliseerde reclame is, is dit erg duur. En het product is niet eens duidelijk. Misschien is dat een deel van het concept? Voor British Airways? Waarom naar San Francisco en niet naar de Bahama’s of de Seychellen? Of is het gewoon een grap van andere studenten? Aangezien het op haar naam staat, kan dit onmogelijk een persoonsvergissing zijn, laat staan een echt ticket. Misschien is dit een puzzel? Iemand die haar hobby kent?

Ze loopt naar de tafel en klapt haar laptop open. Meteen verschijnt de programmeercode waar ze de voorbije nacht nog zat aan te sleutelen. Ze bewaart die voor alle zekerheid nog even opnieuw, en klikt hem dan weg. Ze surft naar de website van de luchtvaartmaatschappij en zoekt de juiste pagina. Ze voert het ticketnummer in en verifieert of ze geen foutjes heeft getikt.

Haar hart blijft enkele tellen stilstaan.

Passagier: Laura Helena Van Opstal – Mrs.
Edinburgh-San Francisco
Businessclass Club World
Vertrek 7 juli, aankomst 7 juli
Status: bevestigd – betaald

Ze snapt er niets van. Betaald? Een echt ticket? Ze was nog nooit in Amerika. Silicon Valley is de droom van elke student computerwetenschappen. Ze glimlacht. Misschien is dit een stunt van een computerbedrijf? Soms doen ze opmerkelijke inspanningen om goede computeringenieurs over de streep te halen, maar dit is ongehoord. Laura is een ijverige student die goed presteert, maar ze is niet briljant. Een tien voor creativiteit en inzicht, maar een tikje te veel speelvogel om de hoogste toppen te scheren. Ze heeft technisch gezien nog niet eens een diploma. De software-industrie is toch niet zó wanhopig op zoek naar specialisten in encryptie?

Ze staat op en pakt de prentbriefkaart op. ‘Vensterbank van mijn bureau. Let op details.’ Ze bestudeert elke millimeter van de foto. Een stuk woestijn met felgekleurde rotsen in de verte. Oranje en kreeftenrood. Een zee van cactussen op de voorgrond. Welke details zouden ze bedoelen? Details in het vliegtuigticket misschien? Ze weet niets van vliegreizen en tickets. Ze maakte vroeger enkele citytrips met tante Mien toen dat nog kon. Rome, Firenze, Venetië. Mien was dol op Italië. En met een vriendje reisde ze twee jaar geleden naar Ibiza. Hun eerste en meteen laatste trip samen. Verder is Laura gewoon Laura van onder de kerktoren. 23 jaar Gent en één semester Edinburgh.

Ze gooit een takje verse munt in een grote kop, voegt een lepel honing toe en giet er heet water in. Ze zet het brouwsel naast de laptop en keert terug naar de website van British Airways. Ze zoekt een lokaal telefoonnummer voor Edinburgh.

Na enkele beltonen volgt het klassieke gedoe met een bandje. Druk 1 voor Engels, 4 voor informatie over uw vlucht. Voer het ticketnummer in en sluit af met een hekje. Uiteindelijk krijgt ze iemand aan de lijn.

‘British Airways, goedemiddag! Waarmee mag ik van dienst zijn?’

Een opgewekte stem, ze zingt bijna. Een vrolijke tante met een stevig Indiase tongval. Achter de schermen van de luchtvaart is niets ooit zo lokaal als het lijkt. Zelfs een lokaal telefoonnummer in Edinburgh wordt mogelijk beantwoord door een callcentermedewerkster in Visakhapatnam of Haiderabad.

‘Kunt u me helpen? Ik bel voor een mysterie. Daarnet kwam iemand me een vliegticket brengen. Het staat op mijn naam, maar ik weet hier verder niets van.’

‘Hoe romantisch. Misschien een verrassing van uw echtgenoot of uw werkgever? Hebt u voor mij een reserveringsnummer?’

‘Ik heb helemaal geen echtgenoot of een… Ik heb het ticketnummer zonet nog ingetikt op verzoek van uw bandje?’

‘Hebt u geen reserveringsnummer?’

‘O, ik heb hier een bevestigingsnummer. Is dat wat u zoekt? Lima Québec Lima, vier Romeo acht.’

‘Een ogenblikje…’

Laura hoort het holle getokkel van een plastic toetsenbord.

‘Bent u mevrouw Laura Van Opstal?’

‘Precies, dat ben ik. En ik weet niets van dat ticket. Kunt u me bevestigen dat het echt is?’

‘British Airways verkoopt geen valse tickets, mevrouw. Edinburgh-San Francisco. Heenreis in businessclass op 7 juli. De datum voor uw retourvlucht staat nog open.’

‘Wat bedoelt u daarmee?’

‘Dit is een retourticket, maar er is nog geen datum gepland voor de retourvlucht. Die moet u nog bevestigen. Dat kan gewoon telefonisch bij het plaatselijk kantoor. Of nu meteen. Wilt u nu al een retourdatum vastleggen? Ik kan dat voor u invoeren.’

‘Moet dat nu gebeuren?’

‘Nee hoor, wanneer u wenst.’

‘Kunt u me zeggen wie dit ticket op mijn naam heeft gereserveerd?’

Opnieuw getokkel aan de andere kant. ‘Het werd aangekocht via een broker in de VS. Maar ik heb geen naam. Het is betaald vanuit de VS, niet uit Edinburgh. Dat is alles wat ik u kan bevestigen.’

‘Hebt u een creditcardnummer?’

‘Nee. Dat zou ik u om redenen van privacy ook niet mogen meedelen.’

‘Is dit een duur ticket?’

‘Voor dit ticket werd 4542 US dollar betaald.’

Laura hapt even naar lucht. Veel mensen moeten twee of drie maanden werken om dat bedrag te verdienen, laat staan het bedrag sparen. ‘Kan ik het ticket omruilen? Of kan dat enkel door de persoon die het heeft aangekocht?’

‘Dit ticket is non-refundable.’

‘Dat betekent dat ik moet naar San Francisco vliegen op 7 juli, of het ticket wordt waardeloos?’

De Indiase vrouw lijkt zich te verkneukelen in de situatie. ‘U laat het klinken als een straf. Niets verbiedt u om het ticket niet te gebruiken. Maar dat zou zonde zijn, als u het mij vraagt.’

‘Dus u bevestigt me dat dit geen grap is?’

De vrouw gniffelt even. ‘Het lijkt alsof iemand u heel graag spoedig wil zien in San Francisco. Kan ik nog iets anders voor u doen?’

‘Welke papieren heb ik nodig om naar de VS te reizen?’

‘U bent Brits?’

‘Belgisch.’

‘Een inwoner van de Europese Unie moet beschikken over een paspoort dat geldig is tot na de terugkeer, dus minstens 2 oktober, en een goedgekeurde ESTA-aanvraag. En de nodige coronatoestanden uiteraard. Ik voeg meteen een linkje toe met alle details, dan kunt u dat online regelen. Kan ik dan nog iets voor u betekenen?’

Laura staart even door het raam. Het brede dak van een laag industrieel gebouw, daarachter bruinige gebouwen van de universiteit. Een saaie grijze lucht en enkele meeuwen.

‘Nee, voorlopig kan ik hiermee verder. Bedankt.’

‘Dan wens ik u alvast een prettige reis!’

De muntthee is nog te heet om te drinken. Ze googelt het telefoonnummer van Swift Cycle Couriers. ‘Ecologisch en snel’, ‘Dag en nacht bereikbaar’. Colinton Mains Road, 242. Ze gebruikt Google Maps en Street View om uit te kienen waar ze gevestigd zijn. Niets wat lijkt op industriële of economische activiteit. Vier kilometer hiervandaan met de fiets.

Eerst een douche.

Meer lezen?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief