leesfragment

‘Machtsspel’ van Andy McNab

James Mercers familie is financieel aan de rand van de afgrond geraakt door de praktijken van de banken waarin zij hun vertrouwen hadden gesteld. Mercer pikt dit niet en zet alles op alles om het verdwenen kapitaal tot op de laatste cent terug te halen. Op wat voor manier dan ook. Maar zijn kruistocht zet kwaad bloed bij zijn slachtoffers – de mensen achter de schermen, de rijkste en machtigste mannen ter wereld. Terwijl Mercer een crew samenstelt voor een allerlaatste diefstal, de klus die het tij voor zijn familie definitief zal doen keren, sluit langzaam maar zeker het net zich rondom hem.

Lees hier de eerste twee hoofdstukken van Machtsspel, het eerste deel in een nieuwe reeks van Andy McNab. Wist je dat hij de enige schrijver is wiens werk niet gepubliceerd mag worden voordat het gelezen en goedgekeurd is door de Britse regering? Veel leesplezier!

1

Queenstown, Nieuw-Zeeland Zondag 27 november 2016

Ongelofelijk wat een uitzicht je voor slechts een paar miljoen dollar kunt kopen. In de verte, aan de andere kant van de eindeloze muur van glas en het adembenemende turquoise overloopzwembad, dat met het in het schitterende zonlicht fonkelende meer leek te versmelten, verhieven de bergtoppen zich majestueus de helderblauwe hemel in. Speedboten sneden door het water. Paragliders zweefden door de lucht. Plaatselijke bewoners en toeristen vermaakten zich op deze prachtige zondagochtend, en als ik geen andere plannen had gehad, had ik me waarschijnlijk bij hen gevoegd.

Ik draaide me om, pakte mijn rugzak van het keukeneiland en graaide een grote glimmende rode appel uit een fruituitstalling die meer weg had van een schilderij van Cézanne dan een schaal etenswaar. Ik liep door de verblindend witte kamer verder het huis in. Het voelde zo goed om de woning voor mezelf te hebben. Geen familie, geen tuinmannen, geen schoonmakers, geen kokken, alleen ik en een paar duizend vierkante meter aan miljardairsvilla. Ik had wekenlang gewacht op wat tijd voor mezelf.

Ik liep door een van de grote zithoeken en was niet erg blij met de witleren banken, maar aangezien ik wat de in richting betreft geen enkele inbreng had gehad, mocht ik niet klagen.

Al kauwend nam ik de houten trap naar het souterrain en duwde ik de zware bomvrije deur open.
Al kauwend nam ik de houten trap naar het souterrain en duwde ik de zware bomvrije deur open. Hier zag alles er net zo chic uit, maar zonder het uitzicht en het natuurlijke licht. Ter compensatie bood een hele rits felle winterdepressielampjes de illusie van zonlicht, en de hoogwaardige airco deed zijn best om je ervan te overtuigen dat er een raam openstond waar een zachte bries doorheen waaide.

Ik liep het hol in – nou ja, ik zeg wel hol, maar technisch gesproken was het de schuilkamer van het gezin, in de helling en onder het huis uitgegraven en ongeveer zo groot als een zwembad van olympische afmetingen. En schuilkamer? Het was meer een ondergronds schuilcomplex, compleet met slaapkamers, een keuken, voedselopslagruimten en een waterzuiveringsinstallatie. Alles wat je nodig had om een heel chic en comfortabel bestaan te leiden terwijl op slechts een paar meter gewapend beton boven je het armageddon raasde. De ruimte was erop gebouwd om een gezin een jaar lang onderdak te bieden. Tijd genoeg om de bovenwereld te laten uitbranden en een nieuwe orde de kans te geven op te komen.

Dit eerste stukje was omgebouwd tot kantoorruimte, en op een twaalftal monitoren langs de wanden kon je de wereldwijde aandelenmarkten in realtime volgen met behulp van groene winsten, rode verliezen en updates over de internationale handel. Een onophoudelijke vloed van getallen stroomde over de platte schermen naar beneden of scrolde horizontaal onder CNN-presentatoren voorbij.

Ik deed geen enkele poging om iets van al die informatie in me op te nemen. Ik wist toch niet hoe dat moest, en trouwens, ik was hier niet om te zien hoe Marcus Dalladine nog meer geld verdiende.

Ik was er juist om hem van een deel ervan te beroven.

Ik slikte de rest van de appel door, inclusief het klokhuis, zodat er niet per ongeluk iets over zou blijven wat naar mij te herleiden was. Dalladine was een Amerikaanse hedgefondsman die zijn gezin hier voorgoed naartoe had verhuisd, niet vanwege het mooie weer en het prachtige uitzicht, maar puur om veiligheidsredenen. Tot 2008 had hij meer geld verdiend dan een gemiddeld derdewereldland, en toen had de financiële crisis toegeslagen. Daarna had hij zelfs nog meer geld verdiend, en wel door misbruik te maken van de wanhoop en angst van mensen. Hij had zijn clienten en hun pensioenfondsen kaalgeplukt en was daar ongestraft mee weggekomen door de wereld te vertellen dat hij net als iedereen aan het afzien was. Hij zag zelfs zo af dat hij zich bij het roedel wolven hier in Nieuw-Zeeland had aangesloten.

Dus kon het kwaad om slechts iets van de buit naar de rechtmatige eigenaren terug te sturen?

Het waren niet de woede en wanhoop van zijn beleggers waarvoor hij hierheen was gevlucht. Dat was kruimelwerk vergeleken bij iets wat hij en vele anderen die naar Nieuw-Zeeland waren vertrokken als veel erger beschouwden.

Hoe dan ook, dat was zijn probleem.
Hoe dan ook, dat was zijn probleem. Het mijne lag pal onder het bureau midden in zijn trading room, afgedekt met een siertapijt dat als een eiland van wervelende kleuren in een zee van grijze Italiaanse leistenen lag. Het zware, forse bureau was van donker hout en had rechte poten. Onder de poten zaten wieltjes, zodat het heel eenvoudig van het tapijt af kon worden gerold.

Nogal een grote fout, omdat gelijk duidelijk is dat je probeert iets eronder te verbergen.

Ik trok het bureau opzij en lette er daarbij goed op dat de gezinsfoto’s, het papierwerk en de pennen en potloden niet van hun plaats kwamen. Het zou natuurlijk gemakkelijker zijn geweest als ik een mobieltje bij me had gehad om een paar foto’s te maken en het ervoor met het erna te vergelijken, maar een telefoon mee naar binnen nemen was gevaarlijk. De risico’s wogen veel zwaarder dan de voordelen. Ik moest voorzichtig zijn. Ik wás voorzichtig.

Ik was altijd voorzichtig.

Nu het tapijt niet meer onder het bureau verstopt zat, rolde ik het op, en daarmee onthulde ik op gelijke hoogte met de vloer een kastje van geborsteld staal. Het rechthoekige deurtje lag ingebed in het beton. Precies zoals ik al had geweten.

 

2

Dit was niet mijn eerste bezoek aan huize Dalladine. Een jaar geleden was ik tijdens de bouw twee keer binnengewipt. Bij de gemeente had ik alle details achterhaald, alle vergunningen en specificaties, dus ik wist wat er werd gebouwd, en ook hoe en waarmee. Ik kende alle plekken waar elektra en beveiligingssystemen werden geïnstalleerd, al het loodgieterswerk, alles tot en met het type sloten dat zou worden gebruikt om indringers buiten te houden.

Mijn bezoekjes waren ter bevestiging dat de specificaties in acht werden genomen. Niemand op de bouwplaats had opgekeken. Bouwvakkers vormen een beetje een internationale broederschap, en het is niet te geloven hoe behulpzaam mensen zijn als je zegt dat je in het vak zit, op vakantie bent, gewoon langsreed en de verleiding niet kon weerstaan om te zien hoe de dingen aan deze kant van de wereld werden gedaan. Het was de moeite waard geweest. Toen het huis eenmaal af was, kon ik op een dag naar keuze terugkomen, naar binnen lopen en meenemen wat ik maar wilde. Zoals vandaag. Het had me maandenlang heel blij gemaakt dat ik wist wat er ging gebeuren en de eigenaar niet.

Al jaren geleden had ik ingezien dat wat ik deed om de kost te verdienen heel veel leek op wat ik vroeger gedaan had.
Al jaren geleden had ik ingezien dat wat ik deed om de kost te verdienen heel veel leek op wat ik vroeger gedaan had. In wat nu als een mensenleven geleden aanvoelde, was ik begrotingsinspecteur geweest. Bij het woord inspecteur denken de meeste mensen dat jij de vent bent die door de bouwonderneming wordt gestuurd om een huis dat ze willen kopen te controleren, zo iemand die niet eens genoeg tijd neemt om op zolder te kijken voordat hij de hypotheek goedkeurt of afwijst.

Ik glimlachte altijd maar wat en zei: ‘Yep, zoiets.’ Nooit had ik de tijd gehad of de aandrang gevoeld om uit te leggen dat mijn werk niets met hypotheekaanvragen te maken had. Een begrotingsinspecteur zorgt ervoor dat de bouwkosten binnen het budget blijven, dus hij of zij moet toezien op het gehele bouwproces. Daarvoor dient hij of zij alle relevante bouwvoorschriften en elk onderdeel van de constructie te begrijpen, tot de laatste moer en bout aan toe, van de riolering tot de elektrasystemen tot de isolatie. Ik had toegezien op van alles, van de uitbouw van een huis tot een torenblok van vele miljoenen ponden. Ik kende mijn pappenheimers. Ik had een praktische, logische en methodische manier van denken en was vrij creatief in het bedenken van oplossingen voor problemen. Ik was naar de universiteit gegaan en had jarenlang gestudeerd voor mijn oude carrière, en ik zag niet in waarom deze nieuwe loopbaan anders was. Eventuele hiaten die ik had, zoals kunnen omgaan met de mogelijkheid te worden gepakt, werden gevuld door mijn opleiding en ervaring bij de reserve als kapitein in de Royal Engineers; ik had onder meer een missie in Afghanistan achter de rug.

Het kastje zat op slot, wat ik als een goed teken opvatte. Het enige wat ik tot nu toe had geweten was dat deze betonnen put bestond, en ik had me afgevraagd waarom hij nodig was.

Natuurlijk om dingen veilig te bewaren opdat het gezin erbij kon als het tijd was om de schuilkamer te gebruiken. Maar wat zat erin?

Het bureau had geen laden, dus ik keek het bovenblad na; misschien lag er een sleutel in een pot of onder de lamp.

Ik tikte tegen de kastdeur. Dit was geen kluis. Hoogstens een paar millimeter staal waar je moeiteloos doorheen sneed.

Uit mijn rugzak diepte ik een oplaadbare slijptol op. De accu gaf slechts een kwartiertje snijtijd, maar het ding was klein genoeg om ongezien mee te dragen in een rugzak, en die vijftien minuten zouden meer dan genoeg zijn om rond het slot te snijden dat de deur vergrendelde.

Het kon me nooit iets schelen dat ik rotzooi achterliet, zolang ik die maar lang genoeg verborgen kon houden om me uit de voeten te maken. Eigenlijk vond ik het zelfs leuker: ik wilde dat mensen als Dalladine wisten dat er iemand in hun huis was geweest, hun persoonlijke zone was binnengedrongen en er iets uit had gestolen.

Ik zette mijn veiligheidsbril op, trok mijn gele afwashandschoenen aan voor een betere grip op de slijptol en begon in drie rechte lijnen rondom het slot te snijden. Vonken vlogen in het rond, en de schijf gilde. Dit zou niet lang duren.

Dit was mijn vijfde inbraak in de afgelopen vijf jaar.
Dit was mijn vijfde inbraak in de afgelopen vijf jaar. Het had me nooit veel moeite gekost om binnen te komen, te pakken wat ik wilde en te ontsnappen. Met andere woorden: om ermee weg te komen. Het lastigste was beslissen wat ik me toe-eigende en wat niet. Daarvoor moest ik uitvogelen wat de waarde van spullen was, en dat waren de momenten dat het loonde dat ik student was geweest en daardoor verslaafd aan tv-kijken overdag. Drie jaren Bargain Hunt, Flog It! en Antiques Roadshow hadden me voor het leven klaargestoomd. Voor dit leven, in elk geval.

Soms keek ik naar iets moois en glimmends maar besloot ik het toch niet mee te nemen. Ik was niet gekomen om de kroonjuwelen te stelen. Al die diamanten en robijnen; ik zou ze nooit kunnen verkopen. Het stelen van een diamant zo groot als een golfbal is allemaal leuk en aardig, maar waar raak je zo’n ding weer kwijt? Ik wilde dat eigenlijk niet eens weten. Het zou betekenen dat ik mensen in mijn werk betrok, waarmee het risico groter zou worden dat ik werd gesnapt. Nee, ik liep gewoon weg met spullen die ik gemakkelijk kon doorsluizen of gebruiken, en dat betekende vooral cash en goud. Bovendien was ik niet inhalig: het ging erom om te nemen wat mij verschuldigd was.

Soms noemde ik mezelf gelukkig, maar was ik dat echt? Na vijf jaar wist ik nog steeds niet precies wat geluk was. In mijn familie hadden mensen hun leven lang geprobeerd het juiste te doen, en ze waren door de hel gegaan. Het geluk kwam nooit wanneer ze het nodig hadden. Het juiste doen brengt geen geluk. Geluk is gewoon een zaak van kansen krijgen en goede timing. Geluk gaat om het kunnen vaststellen van de kans en het juiste moment om daar voordeel uit te halen. Probeer niet het juiste te doen; kom gewoon in actie wanneer kans en timing overeenstemmen.

Het vergde niet meer dan tien minuten om het laatste stukje staal rondom het gat van het slot recht te buigen en het deurtje te laten openspringen. Als je iets van een ander openmaakte, stopte je eerst je eigen zaakjes terug. Het was als een broekzak met een drukknoop: zat er een op, dan gebruikte je hem ook.

Toen ik het kastje opende, zag ik het soort spullen dat doorgaans in een bergplaats in een schuilkamer bewaard werd. Wat cash en kostbare stenen, en diverse papieren die best nog weleens waardevoller konden zijn dan al het andere. Maar wilde ik daar iets mee doen, dan moest ik eerst weten waar ik naar keek en vervolgens de moeite doen om mensen te vinden die ervan konden profiteren. In dit kastje zaten slechts twee dingen die ik wilde.

Het eerste wat mijn blik ving was de cash: Amerikaanse honderddollarbiljetten, nog steeds in bankbundeltjes van vijfduizend dollar. Ik deed geen moeite om te tellen hoeveel, maar het waren er zeker meer dan tien. Dan was er het goud, een gordel met twintig Buffalo-munten van elk exact één troyounce puur goud. Het waren de Amerikaanse varianten van soevereinen en krugerrands. Ik was een enorm liefhebber van goudstukken. Ze waren eenvoudiger te verkopen dan goudstaven; gewone mensen verhandelden ze, en verzamelaars kochten ze.

Toen mijn rugzak vol zat, lette ik erop mijn zelfbeheersing te bewaren. Langzaam plaatste ik het tapijt en het bureau terug. Nu ik had waarvoor ik gekomen was, moest ik de dingen niet overhaasten. Dit onderdeel van de klus was net zo belangrijk als de rest, net zoals het afdalen van de Everest even belangrijk is als de beklimming. Mensen komen bijna altijd op de weg naar beneden om, niet op de weg naar boven.

Ik lette er goed op dat de bureaupoten weer rustten op de putjes die ze hadden gemaakt, en ik borstelde de wol omhoog die door de beweging van de wieltjes was platgedrukt, zodat alles er normaal uitzag.

Tevreden deed ik een stap terug en controleerde ik alles nog een laatste keer.
Tevreden deed ik een stap terug en controleerde ik alles nog een laatste keer. Zag iets er anders uit dan een halfuur geleden? Had ik alles waarmee ik gekomen was en, uiteraard, alles waarmee ik zou vertrekken? Zat alles in de rugzak stevig vast, zodat er op weg naar buiten niets op de keukenvloer zou vallen?

Het vergde slechts een paar seconden, maar het betekende dat ik die nacht kon slapen zonder me zorgen te maken dat ik misschien iets had verkloot.

Alles zag er goed uit, dus ik nam de trap naar boven. Ik was niet opgewonden over wat er in mijn rugzak zat. Het ging niet echt om de diefstal: waar ik bevrediging uit haalde, was dat Dalladine op een gegeven moment het tapijt terug zou trekken en zou ontdekken dat zijn spullen waren gestolen. Hij zou niet inzitten over de waarde – dit zou voor hem slechts wisselgeld zijn – maar wat aan hem zou vreten en hem echt pijn zou doen was de gedachte dat, heel simpel, iemand in zijn wereld was binnengedrongen. Een wereld waaruit hij met veel geld en moeite had geprobeerd het gepeupel weg te houden.

Ik hoopte maar dat het pijn zou doen, en dat het hem verdomme angst aanjoeg.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief