leesfragment

‘Unit 8200’ van Dov Alfon

Een Israëlische zakenman verdwijnt spoorloos na aankomst op vliegveld Charles de Gaulle. In het vliegtuig zat ook kolonel Zeev Abadi, het nieuwe hoofd van de Israëlische spionagedienst Unit 8200. Even later wordt een tweede jonge Israëlische man ontvoerd; ook deze man zat in hetzelfde vliegtuig.
Commissaire Léger van de Parijse politie gelooft niet in toeval, en midden in een ontluikende diplomatieke storm probeert hij grip te krijgen op de meest opzienbarende zaak van zijn carrière. Wat heeft Zeev Abadi met de verdwijning van de twee mannen te maken? Ook in Israël verdenkt men de nieuwe chef van Unit 8200. Alleen zijn assistent, Oriana Talmor, durft hem nog te steunen en zij gaat op zoek naar antwoorden. Wie zijn de twee ontvoerde mannen en waarom vlogen ze naar Frankrijk? Dan wordt er een undercover commandoteam van de Chinese geheime dienst in Parijs gesignaleerd. De klok is gezet, de jacht is begonnen, en het wordt een lange, gevaarlijke nacht.

Lees hier alvast de eerste twee hoofdstukken van het explosieve thrillerdebuut van de voormalig Israëlische spion Dov AlfonUnit 8200

‘Een zeer actuele aanwinst in het genre van de spionagethriller.’ – The Financial Times

1

Negen mensen waren getuige van de ontvoering van Yaniv Meidan op het vliegveld Charles de Gaulle, waarna nog honderdduizenden mensen de beelden van de bewakingscamera’s bekeken die online gepost werden.

De Franse politie omschreef hem in eerste instantie als ‘een Israëlische passagier van ongeveer twintig jaar oud’, hoewel hij een week daarvoor zijn vijfentwintigste verjaardag had gevierd. Zijn collega’s omschreven hem als ‘speels’, sommige zelfs als ‘kinderlijk’. Ze waren het er allemaal over eens dat hij wel van een geintje hield.

Negen mensen waren getuige van de ontvoering van Yaniv Meidan op het vliegveld Charles de Gaulle.
Hij verliet zichtbaar opgewekt El Al-vlucht 319. Bij het verlaten van het vliegtuig maakte hij nog wat grappen tegen het cabinepersoneel en bij de paspoortcontrole hing hij de dwaas uit tegenover de Franse politie, die hem met openlijke vijandigheid bekeek voordat ze een stempel in zijn paspoort zette en hem verder wuifde.

Zo was het altijd gegaan. Al sinds hij een kleuter was, had iedereen Meidan altijd alles vergeven. Hij had een uitbundige, een beetje jongensachtige spontaniteit over zich en daarmee slaagde hij erin om elke werkgever waar hij ooit voor had gewerkt te charmeren, alsmede ook een flink aantal vrouwen, zij het dan vaak maar tijdelijk. ‘Je vergeeft Yaniv makkelijk,’ zei een onderwijzer eens tegen zijn moeder.

Verder onderscheidde niets hem van de andere tweehonderd Israëli’s die naar Parijs waren gekomen voor de CeBit Europe Expo. Met zijn gemillimeterde haar en bijpassende stoppelbaard, zijn jeans en T-shirt met het logo van de computerbeurs van het jaar daarvoor, droeg hij het uniform van alle jongemannen in een land dat zichzelf omschreef als een ‘startupnatie’. Op de bewakingsbeelden zag je hem alleen maar bezig met zijn mobiel.

Hij was inmiddels twee jaar marketingmanager van softwarebedrijf B.O.R. en dat maakte hem tot oudgediende in het team dat naar deze beurs was gestuurd. Met hem erbij waren ze met zijn zessen – een klein team vergeleken met de andere, grotere bedrijven. ‘Wat wij ontberen aan geld, maken we goed met ons talent,’ riep hij tegen zijn collega’s, die hem bezagen met een mengeling van geamuseerdheid en genegenheid.

De bagageband bevond zich in een vaag verlichte, benauwde hal. Meidan voerde het tempo van zijn grappen nog maar eens op. Hoe langer ze moesten wachten, hoe verveelder hij raakte en hij slenterde wat heen en weer, maakte een praatje en trommelde met zijn vingers op de bewegingloze transportband. Hij haatte wachten. Hij haatte verveling. Zijn succes als marketingmanager was een rechtstreeks gevolg van deze eigenschap, zijn behoefte om elk moment tot iets belangwekkends te maken.

Er was nog steeds geen enkel teken van de koffers. Op een gegeven moment begon hij zichzelf in verschillende poses te fotograferen en uploadde hij een foto van zichzelf naast een reclamebord van het warenhuis Galeries Lafayette terwijl hij zijn tong uitstak naar het naaktmodel, niet bevroedend dat die foto de volgende dag op de voorpagina van Israëls populairste krant, Yedioth Ahronoth, zou staan.

De marketingmanagers van de concurrerende bedrijven zaten met hun laptops op schoot en gebruikten het wachten om te werken en hun presentatie op de beurs nog eens door te nemen. ‘Het draait allemaal om perceptie,’ zei Meidan tegen zijn team, waarna hij een Visa Card tevoorschijn haalde en gekke bekken trok voor een billboard van American Express.

De helft zag eruit als gangsters, maar er bevond zich ook een adembenemende blondine tussen in een rood hoteluniform.
Plotseling schoven er koffers op de transportband en hun bagage verscheen als een van de eerste. ‘Maak je geen zorgen, jongens, die beurs is er morgen ook nog wel,’ riep Meidan spottend naar de andere passagiers en met een triomfantelijk loopje ging hij zijn team voor naar de uitgang.

Ze gingen door de douane, hij voorop, zijn vijf collega’s in zijn kielzog. De automatische deuren schoven direct open en daarachter wachtte een rij van een stuk of twaalf mensen met welkomstborden en chauffeurs die op deze of gene passagier wachtten. De helft zag eruit als gangsters, maar er bevond zich ook een adembenemende blondine tussen in een rood hoteluniform. Meidan liep direct op haar af, in de overtuiging dat er best nog even tijd was voor een laatste dolletje ten overstaan van de jongens, nog één laatste gelegenheid voor een gebbetje, en dan was het over.

Het was 10:40 in de ochtend, maandag 16april.

2

Ondertussen werd in Tel Aviv Segen Oriana Talmor met spoed naar de speciale meeting gedirigeerd.

Het was de eerste keer dat haar was gevraagd om haar eenheid te vertegenwoordigen in Camp Rabin, het hoofdkwartier van Tzahal in HaKirya. Ze keek vol verbazing naar het enorme kamp, terwijl de atletische militaire politieman die haar moest begeleiden er stevig het tempo in hield. Segen Talmor volgde hem door een labyrint van uit ruw beton opgetrokken barakken en futuristische glazen torens, langs straten met ongerijmde namen als het ‘Ierse Pad’ of het ‘Ongerepte Laantje’ naar haar bestemming.

Het kostte hun twintig minuten en diverse veiligheidscontroles voordat ze op de verdieping waren waar zich de kantoren van Tzahals hoofd Inlichtingendienst bevonden. De lobby stond al vol mensen, zelfs tot in de gang aan toe, en een zwaar gebouwde Rav Seren met een stapel mappen in zijn handen ging op het bureau van de receptioniste zitten, zonder acht te slaan op haar woedende blikken.

 

Oriana vond een plekje bij het raam dat uitkeek over Tel Aviv. Vóór haar, richting de vaalblauwe Middellandse Zee-kust, strekte zich een massa middelhoge gebouwen uit, hier en daar doorspekt met groen. De zee was nergens te bekennen, verbleekt door de zon en aan het zicht onttrokken door woontorens en hotels.

Aan de overkant van de straat waaraan het gigantische militaire complex lag, stonden mensen in de rij voor chique restaurants, reden rond op modieuze elektrische fietsen, groetten elkaar en wisselden familienieuwtjes en veganistische recepten uit. Dichter bij de poort riepen enkele in het zwart geklede vrouwen op tot beëindiging van de militaire bezetting van Palestijns grondgebied, beleefd genegeerd door de Amerikaanse toeristen en Israëlische generaals die in het winkelcentrum verderop verdwenen. Op de parkeerplaats hingen tientallen zwerfkatten rond bij de vuilnisbakken, wachtend op de soldaat die de militaire etensresten kwam dumpen.

Ze vroeg zich af welke geschenken het hoofd van de Israëlische geheime dienst hun zou hebben gegeven.
Hoewel ze zich er hoog boven bevond, voelde Oriana zelfs hier de intensiteit ervan. Tel Aviv stond inmiddels bekend als de meest coole stad op aarde. Het was ook de enige plek in Israël die ze nooit echt leuk had gevonden.

Ze liep weg bij het raam en bekeek de vreemde voorwerpen die aan de muren hingen: een cowboyhoed, geschonken door het toenmalige hoofd van de CIA; een zwaard van puur zilver, een cadeautje van de chef Inlichtingen van Zimbabwe; een oude Toblerone-poster van het hoofd van de Zwitserse contraspionage. Ze vroeg zich af welke geschenken het hoofd van de Israëlische geheime dienst hun zou hebben gegeven.

Om twaalf uur stipt ging de zware houten deur open en stroomde iedereen de vergaderzaal binnen, waar de airco overuren maakte. Oriana vond een stoel aan een hoek van de tafel, dicht bij de deur.

Er ontstond enige commotie toen vertegenwoordigers van de informatievergarende teams plompverloren de stoelen aan het hoofd van de tafel in beslag namen terwijl het personeel van de afdeling Research luidkeels riep dat iedereen een eigen stoel toegewezen had gekregen. Oren, een man van even in de twintig, was de ambitieuze adjudant van het hoofd Geheime Dienst. Hij stond duidelijk onder druk en riep beide partijen zonder aanzien des persoons tot de orde. De vertegenwoordiger van de inlichtingendienst van de marine, de enige andere vrouw in het vertrek, nam op haar gemak plaats op de stoel gereserveerd voor de voorzitter van de vergadering. Haar witte uniform gaf haar het aanzien van een bruid op haar trouwdag. Door een zijdeur glipte het hoofd Research naar binnen en zei haar, totaal niet onder de indruk, dat ze plaats moest maken. Vanaf hun rij portretten aan de muren keken de voorbije generaties inlichtingenchefs neer op het gedoe, verheven als ze waren in hun statige zwart-wit.

Toen iedereen eindelijk zat, opende de adjudant de vergadering met het oplezen van de presentielijst, een ritueel dat de kinderlijke sfeer alleen nog maar vergrootte.

‘Informatiebeveiliging?’

‘Hier.’

‘Luchtmacht?’

‘Hier.’

‘Marine?’

‘Hier.’

De researchafdelingen werden bij hun nummer genoemd, gevolgd door de teams die informatie vergaarden, inclusief twee waarvan Oriana niet eens wist dat ze bestonden. Er waren niet minder dan drie vertegenwoordigers van de Mossad aanwezig.

‘504?’

‘Hier.’

‘8200?’

Iedereen keek nu in haar richting, met voor haar gevoel overdreven waarderende en soms zelfs onbeschaamd lonkende blikken.
Hij sprak de naam van de eenheid uit als een beginneling: ‘achtduizend tweehonderd’ in plaats van ‘acht tweehonderd’.

‘Hier.’

Iedereen keek nu in haar richting, met voor haar gevoel overdreven waarderende en soms zelfs onbeschaamd lonkende blikken.

Oren had zo zijn eigen probleem. ‘Dit is een meeting die is bijeengeroepen door het hoofd Militaire Inlichtingen, Aluf Rotelmann. Hij heeft expliciet gevraagd om de aanwezigheid van het hoofd van 8200’s Special Section.’

‘Er is op dit moment geen sectiehoofd, Seren. Ik ben het waarnemend hoofd,’ zei Oriana. De adjudant van de generaal was een seren, dus slechts één rang boven haar, maar zijn positie verleende hem veel meer macht. Het advies dat ze zichzelf op momenten als deze gaf, schoot door haar hoofd: Niet verontschuldigend glimlachen; niet herhalen wat je al hebt gezegd. Als ze wachten tot je het gaat toelichten, laat ze wachten.

De adjudant was de eerste die zwichtte. ‘Sgan Aluf Shlomo Tiriani is het hoofd van de Special Section van Eenheid 8200,’ zei Oren, terwijl hij om zich heen keek op zoek naar de sgan aluf. ‘Bedoel je dat hij met verlof is?’

‘Hij is gisteren met ontslag gegaan,’ zei Oriana. ‘Zijn vervanger zit op dit moment in het buitenland, voor een training. Hij zal naar verwachting in functie treden zodra hij terug is,’ zei ze.

‘Wij hadden begrepen dat Tiriani zou komen,’ zei de jonge man. Hij had grote ogen en lippen die een ‘O’ vormden, ook als ze niet bewogen, alsof ze nog steeds hongerden naar de moederborst. De vleugeltjes van de paratroepers op zijn borst completeerden het beeld van een kind dat zich speciaal voor Poerim had gekleed.

‘Het spijt me dat mijn aanwezigheid u teleurstelt,’ zei Oriana. Er klonk gelach, maar Oren wist dat snel de kop in te drukken. Hij ging verder met zijn presentielijst, stond toen op om een binnendeur te openen en riep: ‘We zijn zover.’

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief