Biograaf Mark Schaevers realiseerde zich maar al te goed dat hij bij het schrijven over Hugo Claus meerdere levensverhalen had te doorgronden. Schrijver, kunstenaar, filmer: alleskunner Hugo Claus heeft er alles aan gedaan om de mythe van zijn biografie mee vorm te geven. Schaevers’ werkwijze is dezelfde als bij zijn bekroonde boek over Felix Nussbaum. Hij volgt zijn onderwerp op de voet, zonder expliciet te interpreteren. Waar de schrijver dacht: ‘Ik ben de baas, hè, van al die Clausen’, geldt dat evenzeer voor de biograaf. Te midden van alle tegenstrijdigheid heeft Schaevers een leven van eenheid kunnen beschrijven, en ook voor wie Claus dacht te kennen zal het totaalbeeld verrassend zijn. De levens van Claus is het resultaat van diepgravend onderzoek, van geduld en sensitiviteit, en een getuigenis van een scherp verstand en literaire verbeelding.

De meesterverteller Schaevers brengt de lezer dichter bij Claus dan de schrijver zelf ooit heeft toegestaan, en tegelijk is deze biografie een wervelende cultuurgeschiedenis die meer dan een halve eeuw bestrijkt.

Bestel hier jouw exemplaar:

De levens van Claus

Biograaf Mark Schaevers realiseerde zich maar al te goed dat hij bij het schrijven over Hugo Claus meerdere levensverhalen had te doorgronden. Schrijver, kunstenaar, filmer: alleskunner Hugo Claus heeft er alles aan gedaan om de mythe van zijn biografie mee vorm te geven. Schaevers’ werkwijze is dezelfde als bij zijn bekroonde boek over Felix Nussbaum. Hij volgt zijn onderwerp op de voet, zonder expliciet te interpreteren. Waar de schrijver dacht: ‘ik ben de baas, hè, van al die Clausen’, geldt dat evenzeer voor de biograaf. Te midden van alle tegenstrijdigheid heeft Schaevers een leven van eenheid kunnen beschrijven, en ook ... lees meer voor wie Claus dacht te kennen zal het totaalbeeld verrassend zijn. De levens van Claus is het resultaat van diepgravend onderzoek, van geduld en sensitiviteit, en een getuigenis van een scherp verstand en literaire verbeelding. De meesterverteller Schaevers brengt de lezer dichter bij Claus dan de schrijver zelf ooit heeft toegestaan, en tegelijk is deze biografie een wervelende cultuurgeschiedenis die meer dan een halve eeuw bestrijkt.

€ 49,99

Eerste afbeelding: Naar aanleiding van de Franse vertaling van De hondsdagen wordt Hugo Claus
 gekroond’ door Françoise Sagan (uiterst rechts); Parijs, 28 maart 1955.

Tweede afbeelding: Boekenbal, v.l.n.r. Lucebert, Gerard van het Reve, Hugo Claus; Amsterdam, 1955.

Derde afbeelding: Aan het werk voor de expositie Driekleur, v.l.n.r. Hugo Claus, Fred Bervoets,
Jan Decleir; galerie De Zwarte Panter, Antwerpen, december 2005.

Ontdek de optredens van Mark Schaevers.

29 februari om 20u Claus-lezing, Bourla Antwerpen (begeerte.be

6 maart om 20u Boekarest, Leuven (boekarestleuven.be)

10 maart om 10u30 Overlezen, Turnhout (warande.be)

12 maart om 20u Theoria Kortrijk (theoria.be)

14 maart om 20u De Zondvloed, Mechelen (dezondvloed.be)

21 maart om 20u VierNulVier, Gent (viernulvier.gent)

24 maart om 11u30 Maurice Verbaet Gallery, Knokke (mauriceverbaetknokke.com)

17 april om 20u Passa Porta, Brussel (passaporta.be)

19 mei om 09u Lezen Op Zondag, Antwerpen (lezenopzondag.be)

 

Lees hier al een fragment uit het boek.

Uit De levens van Claus, Mark Schaevers, p.142-144

De jonge vrouw die alleen op de eerste rij zat was door haar nieuwsgierigheid naar zaal Oud Oostende in de Ieperstraat gelokt. Die zondagavond 23 januari 1949 was een lezing uit Claus’ werk aangekondigd. Het hele weekend was er op een boekenbeurs het manuscript van zijn debuutroman tentoongesteld. Dat lag niet meteen voor de hand: dat debuut was nog niet gepubliceerd, maar het ging dan ook – aldus het strooibiljet gedrukt op de persen van zijn vader – om de dichter die onthaald was als ‘het meest verrassende temperament onder de debutanten sedert de bevrijding’. Ook een foto van het negentienjarige wonderkind stond erop afgedrukt. Niet zo’n gelukkige foto vond het kind zelf: ‘Ik zie er uit als een goalkeeper.’

Elly Overzier vond zijn verschijning meevallen. ‘Ik zag een dunne man, een jongen nog, met hoge laarzen en lange woeste krullen. Ik was diep onder de indruk van zijn gedichten en van hem.’ Het gevolg laat zich raden: ter plekke viel ze voor hem. ‘Maar hij bekeek me nauwelijks,’ zo vertelde ze me meer dan een halve eeuw later. ‘Ik ben vertrokken met een gevoel van spijt dat ik hem niet te spreken had gekregen. Tot ik achter mij op straat een stem hoorde: “Mag ik met u meelopen?” Et voilà, we zijn gaan wandelen op de dijk van Oostende.’ In haar herinnering lag er sneeuw, in de zijne was het mistig, maar over één iets waren ze het eens: het was liefde op het eerste gezicht. Elly was twintig toen ze elkaar ontmoetten, een maand of vier ouder dan hij.

Ze was maar een gewoon meisje, schreef ze niet veel later aan haar ‘Hugootje’, maar dat was ze niet. Gewone meisjes lezen Harry Mulisch niet de les. Een jaar eerder had ze tijdens een rijles in Haarlem Mulisch bijna omvergereden. Het bijna-slachtoffer was meer geschokt door haar schoonheid dan door het ongelukkige voorval en hengelde meteen naar een afspraak. Op het gras van het Haarlemmerhout imponeerde hij haar met zijn proza over de hemel en over Dostojevski. Vervolgens ging het naar de Anna van Buurenlaan, naar zijn kamer met het beroemde bordje op de deur: ‘Laboratorium prof. mr. dr. ir. H.K.V. Mulisch Esq. Deur sluiten. Stilte’. Elly Overzier: ‘Harry was daar bezig met allerlei buizen en dingen die pruttelden. Hij heeft niets geprobeerd, we hebben nooit wat gehad.’

Haar overgeleverde brieven staven die laatste bewering. ‘Jij zelf interesseert me absoluut niet,’ schreef ze vanuit Londen in een nabespreking van hun ontmoeting, ‘daarvoor ben je te geplongeerd in het half profetische van jou.’ Mulisch’ streven naar een intens bestaan trok haar aan, zij het matig: ‘Het is niet harmonieus, ’t is te gewrongen, te heet.’ Hij moest maar eens kalmeren, menselijker worden, vond ze. Haast een jaar later was hij in haar gedachten nog altijd niet geheel mens geworden: ‘Ik dacht aan je als een lange witte mens, slap en week, een weekdier. Je ogen zijn prettig. Je stem kon ik nooit verdragen.’

Elvira Maria Marguerite Geraldine Overzier was in Oostende geboren op 25 november 1928 als eerste kind van Nederlandse ouders. Vermogende ouders, en daardoor kon ze in haar leerjaren kort na de oorlog avontuurlijke paden betreden. In Zwitserland ging ze Duits en Frans studeren, in Llanfairfechan in Wales gaf ze Franse les in een Anglicaans meisjesinternaat. Ze leerde tekenen in The School of Arts in Londen en daarna aan de academie in Amsterdam. Haar jonge leven liep over van de artistieke bezigheden: ze speelde goed piano, probeerde al eens een schilderij of een gedicht. Film, toneel, filosofie, het interesseerde haar allemaal, maar ook hield ze ervan, zoals ze aan Mulisch schreef, ‘in de cafeetjes bier te drinken aan de haven en droge vis te eten’. Sportief was ze ongetwijfeld ook: ze speelde hockey en zeilde. Seksueel was ze van de rappe kant, naar eigen zeggen was ze op haar zeventiende door een dokter uit Middelkerke ontmaagd.

Harry Mulisch kreeg van haar in het voorjaar van ’49 te lezen dat haar oog op een andere schrijver was gevallen. ‘Hij heet Hugo Claus, en als je op de hoogte bent van de bestaande Vlaamse literatuurstromingen, heb je van hem gehoord. Hij is 20 jaar en nog gekker dan jij. Iets meer rijp, en minder mystiek. Schrijft goede gedichtjes, en sommige vreemde romans (De eendenjacht). Maar tekent, eigenaardig, spontaan en onuitputtelijk. Is arm, spreekt 4 talen (maar babbelt dialect).’

De nieuwe liefde vervulde Claus van geluk, leert een brief aan Raveel. Hij had even niet van zich laten horen, schreef hij, want: ‘Ik ben egoïsties geweest – en zelfs gelukkig, dan komt er weinig tijd voor niemand over. Vergeef mij.’ Dat er liefde in het spel was, kon Raveel wel merken aan de bijgevoegde gedichten. Het waren zijn eerste geslaagde liefdesgedichten, schreef Claus: ‘Ik heb er nog geen van aan iemand getoond. Ik ben benieuwd wat je erover denkt. Schrijf mij vanavond nog als je kan.’

Een van die gedichten had als titel ‘De liedjes van de bijna-blinde’ – Claus hád al problemen met z’n ogen, nu kwam ook nog de liefde hem verblinden. Het gedicht bleef ongepubliceerd, maar Elly zou het zich wel goed herinneren.

Kom
kleine lunatieke lieveling
of ik nu kies
tussen blinde ogen, kunstogen of ogen met een groene zomerbril dit weet ik toch:

dit is je haar dit is je verrukt gebaar
dit is een kraakwit laken dit is koek en dit is deeg
dit is waar en dit is vals
dit is waar dit zijn de klinkers in je keel

Lees verder in:

De levens van Claus

Biograaf Mark Schaevers realiseerde zich maar al te goed dat hij bij het schrijven over Hugo Claus meerdere levensverhalen had te doorgronden. Schrijver, kunstenaar, filmer: alleskunner Hugo Claus heeft er alles aan gedaan om de mythe van zijn biografie mee vorm te geven. Schaevers’ werkwijze is dezelfde als bij zijn bekroonde boek over Felix Nussbaum. Hij volgt zijn onderwerp op de voet, zonder expliciet te interpreteren. Waar de schrijver dacht: ‘ik ben de baas, hè, van al die Clausen’, geldt dat evenzeer voor de biograaf. Te midden van alle tegenstrijdigheid heeft Schaevers een leven van eenheid kunnen beschrijven, en ook ... lees meer voor wie Claus dacht te kennen zal het totaalbeeld verrassend zijn. De levens van Claus is het resultaat van diepgravend onderzoek, van geduld en sensitiviteit, en een getuigenis van een scherp verstand en literaire verbeelding. De meesterverteller Schaevers brengt de lezer dichter bij Claus dan de schrijver zelf ooit heeft toegestaan, en tegelijk is deze biografie een wervelende cultuurgeschiedenis die meer dan een halve eeuw bestrijkt.

€ 49,99