leesfragment

‘De stille patiënt’ van Alex Michaelides

‘Zij is de enige die weet wat er gebeurd is… Ik ben de enige die haar kan laten praten.’

Alicia Berenson lijkt een perfect leven te leiden; ze is kunstenaar, gelukkig getrouwd en woont in een prachtig huis in een goede buurt in Londen. Maar als haar man op een avond thuiskomt doet ze iets verschrikkelijks: ze schiet hem vijf keer in het gezicht. Sindsdien zwijgt ze.

Psychotherapeut Theo Faber heeft lang moeten wachten voor hij de kans krijgt om Alicia te behandelen. Hij is vastbesloten Alicia aan het praten te krijgen en het motief voor haar daad te achterhalen. Maar met zijn vastberaden zoektocht naar de waarheid brengt hij ook zichzelf in gevaar.

Alex Michaelides werd door collega-auteurs al overladen met lovende woorden voor De stille patiënt. Maakt het jou ook nieuwsgierig? Lees hieronder direct de eerste pagina’s!

‘Briljant.’ – Stephen Fry

‘De perfecte thriller.’ – A.J. Finn

‘Een volledig originele psychologische thriller.’ – David Baldacci

‘Zeer aanbevolen.’ – C.J. Tudor

‘Een intelligente thriller vol realistische spanning.’ – Lee Child

Proloog

Alicia Berensons dagboek
14 juli

Ik weet niet waarom ik dit schrijf.

Nee, dat is niet waar. Ik denk dat ik het wel weet, maar dat ik het niet wil toegeven, zelfs niet tegenover mijzelf.
Ik weet ook niet hoe ik het moet noemen – dit, wat ik aan het schrijven ben. Het lijkt wat overdreven om het een dagboek te noemen. Ik heb niets bijzonderste vertellen. Een Anne Frank houdt een dagboek bij, en een Samuel Pepys – niet iemand zoals ik. Ik zou het een logboek kunnen noemen, maar dat klinkt zo gedragen. Dan zou ik er elke dag iets in moeten optekenen, en dat wil ik niet. Zodra iets een heilig moeten wordt, ben ik erop uitgekeken.

Misschien hoeft het geen naam te hebben. Een naamloos iets waar ik af en toe in schrijf. Ja, dat is beter. Zodra je iets een naam geeft, zie je het hele plaatje niet meer, en waarom het belangrijk zou zijn. Je ziet alleen het woord, maar dat vormt slechts een klein onderdeel, het topje van een ijsberg. Ik ben trouwens nooit erg goed geweest met woorden, ik denk in plaatjes. Wat ik zeggen wil, beeld ik uit. Ik zou hier ook nooit aan begonnen zijn als Gabriel er niet op had gestaan.

Ik ben het tegenovergestelde. Chaotisch.
Ik voel me de laatste tijd een beetje gedeprimeerd, om allerlei redenen. Ik dacht dat ik dat aardig wist te verbergen, maar hij had het toch in de gaten – logisch, hij heeft altijd alles in de gaten. Hij vroeg hoe het schilderen vorderde. Ik zei dat het niet erg lukte. Hij schonk een glas wijn voor me in en ik ging aan de keukentafel zitten terwijl hij het eten klaarmaakte. Ik vind het leuk om naar Gabriel te kijken als hij in de keuken bezig is. Hij is een sierlijke kok – elegant, geconcentreerd, als een balletdanser. Ik ben het tegenovergestelde. Chaotisch.

‘Vertel,’ zei hij.

‘Er valt niets te vertellen. Ik kom gewoon af en toe vastte zitten in mijn eigen hoofd. Dan voel ik me alsof ik door modder waad.’

‘Je zou kunnen proberen dingen op te schrijven. Bijhouden wat je doet. Misschien helpt dat.’

‘Ja, wie weet. Ik zal het eens proberen.’

‘Niet proberen, lieverd. Dóén.’

‘Goed.’

Hij bleef erover zeuren, maar ik deed niets. Een paar dagen later gaf hij me dit boekje, om in te schrijven. Het heeft een zwarte leren kaft en stevige, witte, lege bladzijden. Ik streek over de eerste pagina, voelde hoe mooi glad het papier was, sleep een potlood en begon.

Hij had uiteraard gelijk. Ik voel me nu al beter – schrijven werkt bevrijdend, het is een uitlaatklep, het geeft me een plek waar ik dingen kwijt kan. Het is te vergelijken met therapie.

Gabriel zei het niet met zoveel woorden, maar ik weet dat hij zich zorgen maakt. Eerlijk gezegd – en waarom zou ik het hier niet eerlijk zeggen – heb ik er alleen in toegestemd dingen op papier te zetten om hem gerust te stellen – om te bewijzen dat hij zich nergens zorgen over hoeft te maken. Ik vind het namelijk vreselijk als hij dat doet. Ik wil hem niet bezorgd, ongerust of verdrietig maken. Ik hou van Gabriel. Hij is zonder enige twijfel de liefde van mijn leven. Ik hou zoveel van hem, dat het me weleens dreigt te overweldigen. Soms denk ik…

Nee. Daar ga ik niet overschrijven.

In dit boekje komen alleen ideeën en gedachten te staan die me in artistiek opzicht inspireren, die me in creatief opzicht raken. Ik ga alleen positieve, blije, normale gedachten opschrijven.
Rare gedachten staan we niet toe.

DEEL EEN

‘Wie ogen heeft om te zien en oren om te horen, kan zichzelf ervan overtuigen dat stervelingen geen geheim kunnen verbergen. Wie met zijn lippen zwijgt, babbelt met zijn vingertoppen; uit al zijn poriën dringt het verraad naar buiten.’  – Sigmund Freud, Inleiding tot de psychoanalyse

1

Alicia Berenson was drieëndertig jaar oud toen ze haar man vermoordde.

Afgezien van haar technische vaardigheden hebben haar schilderijen iets waardoor ze je aangrijpen, bij de keel vatten, en dan in een ijzersterke greep houden.
Ze waren toen zeven jaar getrouwd. Beiden waren kunstenaar – Alicia schilderde en Gabriel was een beroemde modefotograaf. Hij had een opvallende stijl. Hij fotografeerde half verhongerde, half naakte vrouwen in vreemde, weinig flatterende posities. Sinds zijn dood is de waarde van zijn foto’s astronomisch gestegen. Ik vind zijn werk eerlijk gezegd nogal gekunsteld en oppervlakkig. Het heeft niets van de diepgang van Alicia’s beste werk. Nu weet ik niet genoeg over kunst om te kunnen beoordelen of Alicia Berenson als schilderes de tand des tijds zal doorstaan. Haar talent zal nu altijd worden overschaduwd door de negatieve bekendheid die ze heeft verworven, waardoor het moeilijk is objectief te zijn. Je zou me er ook van kunnen beschuldigen bevooroordeeld te zijn. Ik kan slechts mijn mening geven, voor wat die waard is. Voor mij was Alicia een genie. Afgezien van haar technische vaardigheden hebben haar schilderijen iets waardoor ze je aangrijpen, bij de keel vatten, en dan in een ijzersterke greep houden.

Gabriel Berenson is zes jaar geleden vermoord. Hij was vierenveertig jaar oud. Het is op 25 augustus gebeurd. Misschien herinner je je nog dat het een ongewoon warme zomer was waarin alle hitterecords werden gebroken. De dag waarop hij stierf was de warmste dag van dat jaar.

Op de laatste dag van zijn leven was Gabriel vroeg opgestaan. Al om kwart over vijf reed een auto voor bij het huis waar hij en Alicia woonden, in het noordwesten van Londen, aan de rand van Hampstead Heath, om hem naar Shoreditch te brengen voor een fotosessie op het platte dak van een van de gebouwen daar. Hij besteedde de hele dag aan het fotograferen van fotomodellen voor Vogue.

Er is niet veel bekend over wat Alicia die dag heeft gedaan. Ze zou binnenkort een expositie houden en liep achter met haar werk. Vermoedelijk is ze de hele dag aan het schilderen geweest in het zomerhuis aan het eind van de tuin dat ze recentelijk had laten verbouwen tot atelier. Gabriels fotosessie liep uit. De chauffeur zette hem pas om elf uur thuis af.

Een halfuur later hoorde hun buurvrouw, Barbie Hellmann, een aantal schoten. Ze belde de politie. Om vijf over halftwaalf reed een patrouillewagen van bureau Haverstock Hill naar het adres van de Berensons. De agenten waren binnen drie minuten ter plaatse.

Haar witte jurk lichtte spookachtig op in de felle lichtbundels.
De voordeur was niet op slot. Het huis was in duisternis gehuld; geen van de lichtschakelaars deed het. De agenten liepen door de gang naar de woonkamer. De lichtbundels van hun zaklantaarns gleden kriskras door de kamer. Ze zagen Alicia bij de open haard staan. Haar witte jurk lichtte spookachtig op in de felle lichtbundels. Ze leek zich er niet van bewust te zijn dat de agenten er waren. Ze stond roerloos, bevroren, als een uit ijs gehouwen standbeeld, en had een eigenaardige, angstige uitdrukking op haar gezicht, alsof ze werd geconfronteerd met een onzichtbare dreiging.

Op de vloer lag een vuurwapen. Ernaast, in het donker, zat Gabriel roerloos op een stoel, waaraan hij was vastgebonden met ijzerdraad dat rond zijn enkels en polsen was gewonden. Eerst dachten de agenten dat hij nog leefde. Zijn hoofd hing schuin naar voren, alsof hij bewusteloos was. Toen onthulden hun zaklantaarns dat Gabriel diverse keren in het gezicht was geschoten. Van zijn knappe gelaatstrekken was niets meer over, ze waren veranderd in een geschroeide, geblakerde, bloederige massa. Aan de wand achter hem plakten stukjes schedel, delen van zijn hersenen, plukjes haar. En bloed.

Er zaten diepe sneden in de aderen van haar polsen – verse sneden waar bloed uit gutste.
Er was veel bloed – spetters op de muren, donkere riviertjes die over de vloer stroomden, langs de nerven van het hout. De agenten dachten eerst dat het Gabriels bloed was. Maar het was wel erg veel. En toen glinsterde er iets in het licht van hun zaklantaarns. Naast Alicia’s voeten lag een mes. Een van de lichtbundels gleed over de vlekken op Alicia’s jurk. Een agent greep haar armen en hief ze op naar het licht. Er zaten diepe sneden in de aderen van haar polsen – verse sneden waar bloed uit gutste.

Alicia verzette zich tegen de pogingen haar leven te redden; er waren drie agenten nodig om haar in bedwang te houden. Ze brachten haar naar het Royal Free Hospital, dat zich op slechts een paar minuten afstand van hun huis bevond. In de ambulance raakte ze bewusteloos. Ze had veel bloed verloren, maar ze overleefde het.

De volgende dag werd ze in een privékamer van het ziekenhuis door de politie ondervraagd, in het bijzijn van een advocaat. Alicia zei tijdens het verhoor geen woord. Haar lippen waren bleek, bloedeloos. Ze trilden af en toe, maar vormden geen woorden. Alicia gaf geen antwoord op de vragen van de agenten. Ze kon of wilde niet praten. Ze zei geen woord toen ze werd beschuldigd van de moord op Gabriel. Ze bleef zwijgen toen ze in hechtenis werd genomen, weigerde te bevestigen of te ontkennen dat ze het had gedaan.

Alicia sprak nooit weer.
Alicia sprak nooit weer.

Haar aanhoudende zwijgen veranderde dit verhaal van een gewone huiselijke tragedie in iets veel interessanters: een mysterie, een raadsel dat steeds weer voor nieuwe krantenkoppen zorgde en maandenlang tot ieders verbeelding sprak.

Alicia zweeg – maar ze zei toch iets. Via een schilderij. Ze begon eraan toen ze uit het ziekenhuis werd ontslagen en onder huisarrest werd geplaatst tot het proces zou beginnen. De door de rechtbank aangestelde psychiatrisch verpleegster zei dat Alicia nauwelijks at of sliep – het enige wat ze deed, was schilderen.

Normaal gesproken was Alicia weken, zelfs maanden, met voorbereidingen bezig voordat ze aan een nieuw schilderij begon. Ze maakte eerst talloze schetsen, speelde met de compositie, experimenteerde met kleur en vorm – het was net een zwangerschap gevolgd door een slepende bevalling waarbij elke penseelstreek nauwgezet op het doek werd aangebracht. Nu was haar creatieve proces drastisch veranderd: ze voltooide dit schilderij binnen een paar dagen na de moord op haar man.

Het wees op een monsterlijk gebrek aan berouw van een koelbloedige moordenares.
Voor veel mensen was dit reden genoeg om haar schuldig te bevinden. Dat ze zo kort na de dood van Gabriel naar haar atelier was teruggekeerd, was voor hen een teken van opmerkelijke ongevoeligheid. Het wees op een monsterlijk gebrek aan berouw van een koelbloedige moordenares.

Misschien. Maar laten we niet vergeten dat Alicia Berenson, ook als ze een moord had gepleegd, nog altijd een kunstenares was. Het is niet meer dan logisch – in mijn ogen in elk geval – dat ze houvast zocht bij haar tubes verf en penselen om haar gecompliceerde emoties op het doek tot uiting te brengen. Ik vond het niet verwonderlijk dat het schilderen haar juist nu zo makkelijk afging; als verdriet ooit makkelijk is te noemen.

Het schilderij was een zelfportret. Ze zette de naam linksonder op het doek, in lichtblauwe Griekse letters.

ALKESTIS.

 

 

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief