nieuws

Lees hier de eerste pagina’s van ‘Crash baby crash’, over Dabrowski’s intense trip naar je betere ik

0
Voel jij je vaak anders dan anderen? 
Ben je soms eenzaam in een groep? 
Verwacht je onvoorwaardelijkheid in liefde en vriendschap? 
Zoek je dingen uit tot op het bot? 
Heb je, wanneer iets je interesseert, een ongekende drive om er totaal in op te gaan? 
Herkauw je al een leven lang de zure oprispingen van je jeugd?
 
Dan is de theorie van Positieve Desintegratie van de vergeten Poolse psychiater Kazimierz Dabrowski wellicht de gamechanger die je nodig hebt. Chris Van Camp vertelt je er alles over in Crash baby crash. Lees hier de eerste pagina’s van het boek!

Soms, wanneer ik je zie vechten om niet uiteen te vallen,
verstoken van de zin van zoveel emotionele turbulentie,
badend in existentieel leed,
dan kan ik niet anders dan je liefdevol toefluisteren:
Crash baby crash.

Ik ben bij je in die regen van duizend scherven.
Ik ken het oog van de orkaan.
Deel mijn vertrouwen
dat je straks op eigen kracht
weer tevoorschijn komt uit die gruzelementen.
Nog waarachtiger, nog dichter
bij de mens die je altijd al wou zijn.

Geniet na de zoveelste storm
intens van je vermogen
om uit je oude huid te kruipen.
Ben je daarna voor immer op het droge?
Nee, gelukkig niet.

Het droge is ook maar
een overroepen woestijn
dat kan nooit jouw potgrond zijn.

EEN – Steigeren voor de start

Dit is een boek over autonomie, over nonconformisme, over de moed hebben om je eigen weg te gaan. Over leren luisteren naar je innerlijke gidsen, over hoe schoonheid je weet te beroeren, over de herwaardering van intuïtie en de vrijheid om te leren van je fouten. Over geloof in de ontwikkelingsmogelijkheden van je persoonlijkheid, over diepgewortelde empathie, over de  stuwende kracht van emoties en het belang van de queeste. Een positief verhaal dat voor velen het boeiende, intense traject kan blootleggen dat ze al jaren bewandelen. Een boek dat pleit voor een eerherstel van de mens in al zijn menselijkheid.

En toch kende het een erg moeilijk ontstaansproces, bezaaid met vraagtekens. Hoe vertel ik over autonomie in een tijd dat individualisme als een gevaarlijke reflex wordt gezien? Over trial-and-error nu in de politieke retoriek zero tolerance en nulrisico over elkaar heen tuimelen? Hoe benoem ik vandaag non-conformisme als een voorwaarde om te kunnen groeien? Waar ik in geloof, staat haaks op het systeem waarbinnen we dienen te functioneren. Zelfs in die mate dat ik vrees dat elk individueel groeiproces on hold wordt gezet. Wie ben ik om ten strijde te trekken voor het recht op zelfontplooiing? Persoonlijke groei lijkt wel een decadent verlangen dat het collectieve belang schaadt. Alles wordt opgeofferd voor de beheersbare status quo, desnoods op het laagste peil waarbij ons leven gereduceerd wordt tot biologisch overleven. Wij als soort, niet als individu. Of vergis ik me?

‘Twijfel en maatschappelijke obstakels verhinderden dat ik het boek schreef dat ik aan de openbaarheid verschuldigd ben.’

IRON MAIDEN

Ik weet niet hoe het jullie, van nature zoekende mensen, vergaan is de afgelopen twee jaar, maar ik kan me er toch wat bij voorstellen. Ikzelf heb moeten vechten om niet in lethargie te verzinken. Een boek schrijven, waarom zou ik? Dank aan de vele mensen die me erop wezen dat het lang aangekondigde Crash baby crash een noodzakelijk boek was, een boek dat ze nodig hadden om het hoofd boven water te houden. Maar alles wees erop dat de tijd er niet rijp voor was. Mijn innerlijke stem zei me voortdurend: ‘Hold your horses.’ Ik heb wellicht een oude ziel die nog met paard en kar door de tijd raast.

Maar mijn schrijfstem had gelijk. Dit boek paste niet in het verstikkende, officiële narratief waarbij we als individu van alle rechten op zelfontplooiing werden ontdaan. Het narratief dat er bij het leeuwendeel in ging als zoete koek en waarmee ze gretig de leemte van de verdwenen religieuze dogma’s invulden. Het was het herkauwen van één boodschap. Ik vond het pijnlijk om te zien, dat vrijwillig inleveren van het eigen denkvermogen.

De psychologische nevenschade van het COVID-19-verhaal is gigantisch.

Ik weet niet welk effect dit op jullie had, maar alleen al de willekeur van al die richtlijnen maakte mij overstuur. Zelfs als kind had ik meer grip op mijn leven. Het effect van deze betutteling was niet min. Ik raakte mijn interesse in het leven kwijt, zo had ik er niets aan. Erger, het maakte me wanhopig als ik al die woedende, getraumatiseerde, bange mensen om me heen zag.

De psychologische nevenschade van het COVID-19-verhaal is gigantisch. Op social media stond een leger minidictators op dat zich beroepend op de goede zaak rauwe agressie permitteerde. En de vraag is of dit nog verdwijnt, want het leger blijft zich op elke nieuwe prooi storten die publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld. De sadistische gretigheid waarmee nog steeds doemscenario’s worden voorgehouden, de vermanende vingers en de voortdurende stortvloed aan dreigementen inzake het niet naleven van het kluwen van morele richtlijnen, tekenen zich af als een bolwerk van tot boosheid gekristalliseerde angst. Die boosheid schiet pijlen in alle richtingen, maar keert zich vooral tegen onszelf. Ons, mensen.

We maken een zogenaamd politiek correct keurslijf voor onszelf waar de iron maiden bij verbleekt. De kerken zijn leeg, maar de boetedoening is nooit ver weg. Boosheid is een slechte raadgever. Boosheid verhindert verbinding. Boosheid knaagt aan je denkvermogen. En boosheid, daar was ik nu net vanaf.

CURATELE

De lezers die ik voor ogen had, leken opeens onbereikbaar. Wie moest ik aanspreken? Buikgevoel, intuïtie en zelfs ons eigen analytisch inzicht waarover we echt beschikken, werden verbannen naar het rijk der fabelen. Intelligente mensen die gewend zijn om zelf verantwoordelijkheid te dragen, werden overgeleverd aan anderen die zich beriepen op voortschrijdend inzicht. Dat heeft niets te maken met een autoriteitsprobleem, wel met argwaan tegenover het inbinden van mijn beproefde autonomie.

‘Vraag: is het nu dan zo’n ideaal moment om met dit dwarse boek te komen?’

Laten we zeggen dat de voorbije ademruimte ons toch weer dichter bij onszelf heeft gebracht. Zijn we op het droge? Slaan we de voorbije jaren om als zwarte bladzijden in de geschiedenis en klaar? Nee, de malaise is groter dan de impact van een virus. Het is dringen in het rijtje van bijna Bijbelse plagen die ons te wachten staan: op geopolitiek vlak, economisch, sociaal, ecologisch. Onze bekende patronen kraken in hun voegen. Op zijn zachtst gezegd leven we in een wereld in verandering. Niets nieuws, hoogstens even heftig. Maar dat wil niet zeggen dat wij – uitgerekend te midden van de complexiteit die we onterecht chaos noemen – onszelf niet weer kunnen opbouwen. Al was het om die wereld in deconstructie beter te kunnen begrijpen en straks ons betere zelf te kunnen inzetten om mee te werken aan het herstel van de mensheid.

Op zijn zachtst gezegd leven we in een wereld in verandering.

Mijn droefgeestigheid heeft plaatsgemaakt voor de opwinding die je voelt op een moment suprême. Ik wil graag geloven dat deze woelige tijden ons de kans bieden op een spirituele groeispurt. Dat de wrede mix van existentiële pijn en verlatenheid de ideale voedingsbodem vormt om je persoonlijkheid tot volle rijpheid te brengen. We komen erdoor, telkens weer, telkens beter.

TWEE – Een onvervalste aha-erlebnis

‘Jij moet Dabrowski lezen’ is het zinnetje dat zes jaar geleden mijn leven, of liever mijn kijk op het leven, veranderd heeft. Het werd geponeerd door iemand met wie ik niet veel meer dan een boel oud zeer deelde. Nauwelijks verhuld door een schaamlapje van damesvriendschap. Wellicht bedoeld om mijn geklaag over mijn terugkerende existentiële crisissen kort te sluiten. ‘Jij moet niet zeuren, jij moet Dabrowski lezen.’ Ik hou echter niet zo van bevelen en moeten ken ik zelden, maar deze keer ben ik blij dat ik tien minuten later aan mijn zoektocht naar ene Kazimierz Dabrowski begon.

Hij bleek een Poolse psychiater uit de vorige eeuw te zijn die heel zijn leven aan zijn theorie van Positieve Desintegratie sleutelde. Niet meteen een term waar je volle zalen mee lokt, maar voor mij was het de big bang die ik nodig had.

‘Mijn kennismaking met Dabrowski’s theorie van Positieve Desintegratie was als thuiskomen. Of als na een lange tocht door een onherbergzaam landschap eindelijk een stafkaart te zien krijgen en beseffen waar je naar op weg bent. Ik zag het leven niet langer als een hinderlaag.’

Voor mij is er een voor en na Dabrowski in mijn leven. Hoe kunnen gedachten je wereld zo veranderen? Ik werd instant gelukkig, ontroerd ook dat zoveel schoonheid mijn deel is. Terwijl ik me eerder nog een slachtoffer van mijn omgeving en het leven an sich voelde, zag ik nu deze emotionele veldslagen als proeven van bekwaamheid. Ooit definieerde ik in een theatermonoloog het leven als ‘in een hinderlaag van stront en beenderen gelokt zijn in de veronderstelling dat je er ook nog van ging houden’. Een vernederende staat van zijn voor een nobele ziel. En nu bleek mijn pijnkabinet een schatkamer. Vriend én vijand hadden niets anders gedaan dan meegewerkt aan mijn ontwikkeling.

Ik was geen slachtoffer, maar een drakendoder. Dat besef dompelde mij in een bijna mystiek moment. Ik leek wakker gekust en wilde nooit meer slapen.

TE INTENS

De daaropvolgende dagen wilde ik mijn bijna-openbaring delen met de wereld. Ik moest het ook aan mijn moeder vertellen, met wie ik altijd een problematische verhouding had. Ook al was ze dement en stervende, en zich nauwelijks bewust van mijn aanwezigheid. Ik moest tegenover haar verklaren waarom ik soms zo onhandelbaar was. Waarom ik overreageerde en kon ontploffen als buskruit bij de kleinste vonk. Waarom mensen mij als kind ‘te’ vonden: te eigenwijs, te welbespraakt, te oud voor mijn leeftijd, te boos, te aanhankelijk, te ondernemend, te opvallend, te kleurrijk, te wanhopig, te intens vooral. Ze moest weten dat haar noch mij schuld trof. Alsnog vrijspraak voor iedereen.

Eindelijk had iemand de moeite genomen om te onderzoeken waar mijn gevoel van anders-zijn vandaan kwam.

Ik had in Dabrowski de ultieme medestander gevonden. Een die mijn kleinmenselijkheid niet neerzet als een erfzonde, maar als een soort moederkoek waaruit we de juiste voeding voor onze groei putten, als een orgaan dat we opvreten. Mijn mens-zijn mogen aanvaarden, de negatieve krachten en conflicten mogen omarmen als een noodzakelijk kwaad, maakte dat ik me eindelijk kon verzoenen met mijn traject. Dabrowski’s theorie van Positieve Desintegratie leek wel speciaal voor mij geschreven.

Eindelijk had iemand de moeite genomen om te onderzoeken waar mijn gevoel van anders-zijn vandaan kwam. Welke plaats mijn emotionele stormen innamen in het grotere plaatje. Waarom ik met grote precisie een archief had aangelegd van alle pijn die ik ooit gevoeld had. Hoe ik toch telkens weer die crisissen op eigen houtje te boven kwam zonder ooit in handen van de psychiatrie te belanden. Waar mijn rusteloosheid vandaan kwam en waarom ik anderen vaak  afschrikte met mijn intensiteit.

GROEIMODEL

Het was niet simpel. Even denken hoe ik de theorie kort zou kunnen uitleggen…

‘Laten we zeggen dat een bepaald type mens waar ik mezelf mee kan vereenzelvigen, een grotere zucht heeft naar persoonlijke ontwikkeling dan andere. En dat bovendien hun groeimodel gebaseerd is op het principe van “uiteenvallen” en weer beter reconstrueren, wat ze gedurende hun hele leven doen, getriggerd door emotionele gebeurtenissen.’

Deze crisissen kunnen heel heftig zijn, je bekende structuren vallen uit elkaar en je overlevingsmechanismen komen op losse schroeven te staan. Toch herstelt je persoonlijkheid zich. Of sterker: na het uiteenvallen zet ze zich beter weer in elkaar, meer in overeenstemming met je waarden. Je slaagt er telkens beter in jezelf te definiëren en je dienovereenkomstig te gedragen. Je wordt autonomer en bent daarmee beter in staat om je persoonlijkheid vorm te geven.

Eigenlijk verloopt het een beetje zoals fysieke conditie opbouwen, iets waartoe heel wat mensen bereid zijn en wat ze begrijpen als proces. Je gaat diep – no pain, no gain. Als het schuurt, zit het goed. Daarna herstelt je lichaam zich niet gewoonweg naar je conditie van voor deze beproeving, maar het bouwt zich net iets sterker weer op. Klaar voor een nog grotere uitdaging, die volgende marathon die je in een kortere tijd wilt uitlopen.

Wanneer het over onze persoonlijkheid gaat, dan zetten de meesten liever in op een stabiele status quo. Terug naar af. Vooral stabiliseren. Iets wat de psychiatrie ook als de ultieme overwinning ziet. Mensen die eigenlijk een poging ondernemen om uit bestaande structuren te breken, worden veelal farmaceutisch bijgestuurd. Genezen staat voor het reduceren en herstellen van pathologische symptomen binnen de vooropgestelde norm. Zijn we als zoekende mensen dan niet gedoemd om in eeuwige herhaling te vallen? Een beetje zoals Sisyphus uit de Griekse mythologie die door Zeus veroordeeld werd om een zwaar rotsblok tegen een steile berg op te duwen, dat echter telkens van de top weer in de diepte rolde waardoor hij zijn helse taak eeuwig, steeds opnieuw moest hervatten. Waaraan had hij dat verdiend?

Sisyphus had de dood – toen die hem kwam halen – gevangengenomen. En misschien cynisch, maar is dat nu niet precies wat de medische wetenschap deze dagen lijkt te beramen? Geef mij maar het moeilijke, hachelijke pad dat soms flirt met de diepe afgronden van de menselijke psyche, maar ons ook langs prachtige vergezichten leidt. Steeds dichter bij je authentieke zelf.

 

Verder lezen?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief