leesfragment

‘Van In Episode 2’ van Pieter Aspe

Wat heeft de vermeende zelfmoord van een oude man in een rusthuis te maken met een op macht beluste vastgoedmakelaar, een groene partijvoorzitter, een vrouwonvriendelijke communist, een nymfomane juriste, een sicario en de productie van hernieuwbare energie? Van In en Rein Claeys, die voor Europol werkt, belanden in een broeierig avontuur waarbij ieder antwoord een nieuwe vraag oproept. Zet je schrap voor Episode 2, want het gaat ongemeen hard.

Laat je hier alvast meevoeren naar de wereld van Episode 2 van Pieter Aspe!

Ze kwam de hoek om, liep zwierig over het plein, bleef even staan naast een bijna ontschorste plataan, gunde Van In een korte blik over haar schouder, stak de straat over voor ze achter een geparkeerde vrachtwagen verdween als een zwierige schim. Het silhouet van haar ranke figuur bleef gedurende een paar seconden op zijn netvlies staan, voor het vervaagde en uiteindelijk oploste. Hij veegde een traan weg, staarde met een holle blik naar de plek waar ze zo-even nog was. Droomde hij of speelde zijn verbeelding hem parten? Hij liet zijn hand over de koele buik van zijn glas glijden, tilde het op, bracht het naar zijn mond. Zijn onderarm trilde alsof hij een zware last torste. Zijn blik bleef op de plek gericht waar ze had gestaan.

‘Gaat het een beetje, meneer?’
‘Gaat het een beetje, meneer?’

Een jongeman met glimmend achterovergekamd haar legde zijn hand op de schouder van de versteende klant als een teken van medeleven en ook omdat hij niet opnieuw dezelfde fout wilde maken zoals ongeveer een maand geleden toen hij geen aandacht had besteed aan een man die op het terras een hartinfarct had gekregen. Van In schrok op, het glas ontglipte aan zijn krampachtige vingers, viel kletterend stuk op de kinderkopjes.

‘Mijn glas’, reageerde hij verdwaasd.

De jonge ober haastte zich de scherven op te rapen toen hij zijn baas met een keukendoek over de schouder naar buiten zag komen.

‘Voelt u zich wel goed?’, informeerde de man bezorgd.

Hij herinnerde zich de heisa die het voorval met de hartpatiënt had veroorzaakt nog levendig en wilde absoluut vermijden dat mensen hem van nalatigheid zouden beschuldigen.

‘Nee’, zei Van In. ‘Sorry, het ligt aan mij.’

‘Geen probleem, meneer, Jan brengt u een nieuwe Omer.’

De kroegbaas veegde de tafel droog met de keukendoek, bekeek de man die zijn glas had laten vallen. Hij zag bleek, maar de stand van zijn mondhoeken leek normaal en zijn ogen stonden helder.

‘Ik dacht iemand gezien te hebben die ik kende’, zei Van In beduusd.
‘Ik dacht iemand gezien te hebben die ik kende’, zei Van In beduusd. ‘Ik heb me vergist, want mijn vrouw is ruim twee jaar geleden overleden.’

‘Mijn deelneming’, fluisterde de kroegbaas. ‘Kan ik nog iets voor u doen?’

‘Nee’, antwoordde Van In hoofdschuddend. ‘U kon niet weten dat ze dood was.’

De jonge ober kwam terug met een nieuwe Omer, in de andere hand stoffer en blik. De kroegbaas ging weer achter zijn tapkast staan. De man op het terras kwam hem niet onbekend voor, hij dook in zijn geheugen. Vaste klanten vergat hij nooit, van mensen die hij een paar keer had gezien bleef meestal iets hangen. Een getraind geheugen was een prima wapen tegen dementie, zei men. Hij had zijn vader zien aftakelen en als een rooksliert in een zwart gat van vergetelheid verdwijnen. Hij had zich voorgenomen er alles aan te doen om zijn geliefden een dergelijk afscheid te besparen. Hij bleef zijn hersens pijnigen, tot een voorbijrijdende politieauto hem op het goede spoor zette. In een reflex pakte hij zijn mobieltje, tikte een naam in op Google en slaakte een zucht van opluchting toen bleek dat hij het bij het rechte eind had. Commissaris Van In had meer dan dertig jaar de Brugse recherche geleid, talloze moordzaken opgelost en genoot de kwalijke reputatie in een maand evenveel Omers te drinken als er dagen in het jaar waren. Een eenvoudige deling deed deze bewering bijzonder ongeloofwaardig klinken omdat geen mens in staat was ongestraft twaalf Omers per dag achterover te slaan. De kroegbaas keek door het raam naar buiten. Een vrouw van middelbare leeftijd was naast Van In komen zitten. Ze fluisterde hem iets in het oor terwijl ze met haar vingers over zijn haar streek. Hij draaide niet één keer zijn hoofd, zijn blik gleed langs de ontschorste plataan terwijl hij het nieuwe glas behoedzaam aan zijn lippen zette en er met kleine slokjes van nipte. De vrouw kwam naar binnen toen het glas leeg was, betaalde de rekening en begeleidde hem naar een klaarstaande auto. De kroegbaas liep naar het toilet, plensde koud water in zijn bezwete gezicht en ging weer in zijn bloedhete café staan. Zelfs honden begonnen te beseffen dat er iets aan het mislopen was met het

De meedogenloze hitte had de afgelopen maand al meer dan zestig mensen het leven gekost.
klimaat. Het tweede cijfer op het display van de digitale thermometer versprong van drie naar vier. Het was amper kwart voor tien en binnen was het al vierendertig graden. De meedogenloze hitte had de afgelopen maand al meer dan zestig mensen het leven gekost. Landbouwers waren de wanhoop nabij, groene politici maakten optimistische prognoses voor de verkiezingen die in de herfst zouden plaatsvinden.

 

Een gekoelde elektrisch aangedreven berline reed traag over de Burg. Op de achterbank zat een jongensachtige man met grijzend haar, een lichtgewicht pak en dure schoenen van nepleder. Zijn overhemd van Egyptisch katoen rook fris naar de deodorant die hij na het douchen met een vernevelpompje onder zijn oksels had gespoten. Bob Callebout werd door veel mensen aanbeden, maar misschien door nog meer verguisd. De voorzitter van ECO had in een relatief korte periode een plaats weten af te dwingen in een vijver vol oude krokodillen die hem in het begin welwillend hadden gedoogd enkel en alleen omdat hij geen bedreiging vormde voor de traditionele politieke cultuur. Ze noemden hem in de wandelgangen weleens smalend ‘Meneer Proper’, maar lagen verder niet wakker van zijn ambities. Callebout bewees echter algauw dat ze zich deerlijk hadden misrekend. De rups ontpopte zich als vlinder, trok alle aandacht naar zich toe, draaide de oude krokodillen een rad voor de ogen. Zijn ster steeg razendsnel. Het internationale klimaatcongres dat hij de volgende dag mocht openen was de zoveelste stap in de goede richting om de laatste weerstand van de oude krokodillen te ondermijnen en wie weet zelf het roer in handen te nemen. Bob Callebout glimlachte in de spiegel die in de achterkant van de autostoel zat ingewerkt, schoof over de bank naar het rechterportier.

‘Goedemorgen, meneer de burgemeester.’

Bob Callebout drukte de hand die hem werd toegestoken, maakte een kleine buiging en vergezelde de burgemeester naar binnen, waar de verzamelde pers was aangetreden om hem te begroeten en alleen die vragen te stellen die zijn spindoctor op voorhand had goedgekeurd. Rein Claeys had zich opgesteld bij de trap die naar de gotische zaal leidde waar de voorzitter van ECO een jongerendebat zou leiden voor hij met de Duitse minister van Milieu ging lunchen bij Raymond, een gezellige brasserie aan de Eiermarkt waar voor de gelegenheid zes vegetarische gerechten op de kaart stonden.

‘Wat doe jij hier?’

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief