interview

De geschiedenis van Vlaanderen komt tot leven in strips!

Heb je je ooit afgevraagd hoe de Eburonen of de Bourgondiërs echt leefden? Wou je ooggetuige zijn van de Guldensporenslag of de Boerenkrijg? Zou je Filips de Goede of keizer Karel eens willen ontmoeten?

Frodo De Decker en Harry De Paepe over Het verhaal van Vlaanderen, de serie, de boeken, de graphic novel

Dat kan, want in de adembenemende vrt-documentairereeks Het verhaal van Vlaanderen komt het rijke verleden van wat we nu Vlaanderen noemen in 10 afleveringen tot leven. Televisiepresentator Tom Waes is dan je ideale gids naar het verleden en laat je die historische momenten – dankzij indrukwekkende re-enactments – beleven alsof je erbij bent.

Maar er is meer! Standaard Uitgeverij brengt niet alleen het schitterende kijk- en leesboek van de serie uit, er verschijnt ook een Quizdoos en Mijn geschiedenis weetjesboek voor jongeren én een prachtige tweedelige graphic novel, gebaseerd op de serie. Scenarist Harry De Paepe, leraar geschiedenis en auteur, en tekenaar Frodo De Decker, illustrator van diverse prentenboeken en stripauteur van de reeksen Otto en De ridder, nemen je mee naar tien boeiende en belangrijke periodes uit de geschiedenis van Vlaanderen. En je zal er geen moment spijt van krijgen!

Dolenthousiast

Frodo, Het verhaal van Vlaanderen moet ongeveer je meest prestigieuze project tot nu toe zijn. Welk gevoel overheerste toen ze jou de opdracht toevertrouwden?

Frodo De Decker: Toen ik het telefoontje van uitgeefster Kim Sanders kreeg met de vraag de tekenaar te worden van een belangrijk en prestigieus project voor Standaard Uitgeverij, was ik vooral heel blij en enthousiast. Ik herinner me dat ik meteen naar mijn vrouw heb gebeld. ‘Weet je wie me net gebeld heeft? …’ Maar ik wist in het begin niks over de aard van het project. Ik wist alleen dat het ging om twee strips van rond de 125 pagina’s, dat het een graphic novel format zou hebben en vasthing aan een televisieprogramma. Ik heb dus een paar weken mijn hoofd zitten breken over wat het onderwerp kon zijn, tot Kim een definitieve go had gekregen en mij kon vertellen dat het om een historische strip ging, opgehangen rond de televisieserie Het verhaal van Vlaanderen. Toen was ik wel verrast. Dat had ik niet zien aankomen! Maar ik ben meteen dolenthousiast beginnen te schetsen en proefpagina’s maken.

Las je als kind zelf graag strips met een historische inslag? Had je een favoriete serie?

Er waren best veel strips met een historische inslag die ik als kind las, maar daar stond ik toen niet bij stil. Asterix en Lucky Luke natuurlijk, maar bijvoorbeeld ook de Blauwbloezen. Dat waren gewoon leuke avonturen, maar je leerde er altijd wel iets van bij. Zoals Caesar die op een bepaald moment in Asterix zegt: ‘Alea jacta est’. De vertaling stond er dan in een kadertje bij. Handig!

Ik heb echt heel veel over geschiedenis opgestoken via strips. En vooral, ik onthield die feitjes veel makkelijker dan met zo’n tijdlijn uit de geschiedenisles. Een stripreeks die veel indruk op mij heeft nagelaten is Cori de Scheepsjongen van Bob De Moor. Die was erg realistisch getekend en de avonturen waren echt wel spannend. Die gevechten met de Spaanse Armada! En die schepen waren zó goed getekend! Daar heb ik oneindig veel respect voor. Ik zou die albums eigenlijk nog eens opnieuw moeten lezen.

Duizenden beelden

Jezelf documenteren om je voor te kunnen stellen hoe Vlaanderen er tijdens één tijdvak uit zou kunnen gezien hebben, dat is één ding. Maar dat voor tien tijdvakken doen, dat moet een hell of a job geweest zijn.

Dat was inderdaad een hell of a job. We wisten van in het begin dat het tempo zo hoog zou liggen dat ik waarschijnlijk geen tijd zou hebben om nog documentatie te zoeken. Dus hebben we toen afgesproken dat Harry voor documentatie zou zorgen, de belangrijke figuren, enzovoort … Maar dat bleek in de praktijk niet genoeg en ik ben dus toch ook zelf op zoek gegaan. Dat is een van de vele dingen die ik in dit project geleerd heb: als tekenaar moet je zelf je documentatie zoeken. Alleen jij weet precies wat je nodig hebt. Dat ging dan over kledij, haarsnit, voorwerpen, gebouwen, schilderijen en prenten, enzovoort … Ik denk dat ik uiteindelijk wel een paar duizend beelden bij elkaar heb gezocht. En dat voor iemand die nog nooit een gedocumenteerde strip had gemaakt!

Hoe verliep de samenwerking met Harry?

Heel fijn en heel interessant ook. Harry had nog nooit een stripscenario geschreven en ik had nog nooit met een scenarist gewerkt.

Een gewaagde keuze van de uitgeverij als je er zo over nadenkt. Maar dat werkte wel goed. Harry schreef de dialogen en de tekstblokken uit en gaf een beschrijving van de scène, en de rest was aan mij. Bepalen hoeveel pagina’s en hoeveel plaatjes per scène, de decoupage … Ik heb die vrijheid wel graag, dus kwam dat goed uit. Hier en daar heb ik er nog wat extra humor ingestopt.

Als ik het storyboard voor een hoofdstuk klaar had, bespraken we dat nog eens samen met Kim Sanders en Stéphanie Lauwers van de uitgeverij. Vaak moest ik dan nog een paar pagina’s aanpassen voor ik ze kon uitwerken. Dat verliep allemaal heel vlot.

Toffe pruiken

Welk tijdvak vond je het leukste om te tekenen?

Elke periode heeft natuurlijk wel zijn charme, maar de periode van de Brabantse Omwenteling en de Belgische Revolutie was echt heel tof. De pruiken en de klederdracht uit die tijd spreken mij wel aan

Algemeen moet ik zeggen: hoe dichter we bij de huidige tijd kwamen, hoe minder interessant ik het vond om te tekenen. Blijkbaar inspireren die outfits uit vroegere perioden mij toch meer.

En welk historisch personage was je favoriet?

Doordat we zo snel door de geschiedenis gaan, blijven de meeste personages maar een paar pagina’s lang in beeld. Zo heb je niet echt de tijd om aan hen gehecht te raken. Dat gezegd zijnde vond ik Pieter de Coninck uit boek 1 wel heel fijn om te tekenen. Die heb ik een echte karakterkop gegeven. En ook Jan Frans Vonck en Hendrik van der Noot, met hun pruiken, vond ik een tof duo.

Donkere periodes

Je tekenstijl leent zich om toch ook relativering in de soms wel heel donkere periodes uit de geschiedenis van Vlaanderen te brengen. Toch kan ik aannemen dat het niet altijd makkelijk is geweest om die donkere periodes te tekenen?

Het wordt moeilijker naarmate je dichter bij het nu komt. Op een of andere manier raakt het ons minder dat er in Gallië waarschijnlijk een paar miljoen mensen zijn omgekomen tijdens de bezetting door de Romeinen. De doden uit de Tweede Wereldoorlog of de slachtoffers van het koloniale bewind in Congo raken ons veel meer. En daar hou je als tekenaar automatisch rekening mee.

En nu? Even geen historische taferelen meer ;-)?

Eerst even in de zetel ploffen en wat slaap inhalen. 🙂 En daarna … daar moet ik nog over nadenken. Er zijn zoveel genres die mij interesseren. Ik moet zeggen dat het wel mijn ogen geopend heeft: ik zie nu zoveel mogelijkheden voor de strip als medium, en dan in het bijzonder in de non-fictie. Maar goed, we zullen wel zien.

Zenuwslopend

Harry, je schreef zowel de tekst van het boek als het stripscenario voor Het verhaal van Vlaanderen. Wat was je eerste reactie toen ze jou benaderden?

Harry De Paepe: Ik krabde toch wel even in mijn onzichtbare haardos, want een eenvoudige klus leek me dat op het eerste gezicht niet. Maar toen maakte ik me de bedenking: ik moet elke dag het verleden in een begrijpelijke taal uitleggen aan jongeren in een klaslokaal, dus waarom ook niet?

Hoe begin je aan zoiets, want het blijft toch keuzes maken?

Er is natuurlijk het scenario van de tv-serie. Dat diende als leidraad. Het zorgde voor duidelijke lijntjes waarbinnen ik kon kleuren.

Moest de televisieserie gevolgd worden? Werd je daarbij ondersteund, zowel inhoudelijk door historici, als vormelijk door de scenaristen van de serie?

Ik hield me aan de contouren van dat scenario, maar ik nam ook de vrijheid om daar dingen aan toe te voegen en weg te laten. Mijn versie voor het stripverhaal werd eerst nagekeken door Frodo, de geweldige tekenaar van de albums, en de uitgevers. Als die groen licht gaven, ging het naar externen die dan hun feedback gaven. Voor het boek ging ik methodisch per tijdvak aan de slag. Ik heb na het schrijfproces het hele manuscript aan de uitgeverij bezorgd. Toen bleef het daar meer dan een maand stil, wat ik redelijk zenuwslopend vond. En dan kwam plots de boodschap dat de tekst door verschillende experten was goedgekeurd. Dat was een geweldige opluchting.

Buiten de lijntjes

Had je redactionele vrijheid?

Ik kleurde wel af en toe buiten de voorziene lijntjes. Zo komt bijvoorbeeld de ruzie tussen Maarten Luther en Karel V niet aan bod in de tv-serie. Ik heb dat aan het stripverhaal toegevoegd, want anders was het voor lezers niet duidelijk waarom er zich in de 16de eeuw tussen protestanten en katholieken een conflict ontspon. De geboorte van Karel V krijgt van mij ook meer aandacht dan je op tv zal zien. Ik nam ook de vrijheid om belangrijke zaken zoals het Charter van Kortenberg of de koningskwestie in het boek van de serie op te nemen.

Hoe bereid je je dan voor? Het is al moeilijk genoeg om je in te leven in één tijdvak uit de geschiedenis. Wat als je dat voor tien periodes moet doen?

Geschiedenis is sowieso al mijn grote passie. Ik heb heel wat dingen opgezocht in mijn eigen boekencollectie, maar ook in openbare bibliotheken ging ik op zoek naar extra materiaal om me te verdiepen in bepaalde delen van het verleden waar ik minder kaas van gegeten heb.

Had je een andere aanpak bij het schrijven van het boek dan bij het stripscenario?

Voor het stripverhaal was ik meer dan een jaar met Frodo aan de slag. Het scenario dat ik voorbereidde werd heen en weer gestuurd. Het boek kwam anders tot stand. In de weekends en tijdens de schoolvakanties begonnen mijn werkdagen om zeven uur en eindigden ze om vier uur in de namiddag. Die strakke focus hielp me bij het schrijven.

Fake news

Je introduceert in de strip een paar mooie maar onderbelichte personages die in de officiële geschiedschrijving nauwelijks een plaats krijgen: bijvoorbeeld opperbevelhebber van de Romeinse vloot Carausius, een Menapiër, en Judith, de vrouw van de eerste graaf van Vlaanderen. Een bewuste keuze?

Het verhaal van Carausius is me heel bekend, omdat het een Britse focus heeft die me na aan het hart ligt. Ook Judith heeft zo’n link. Daarom is dat voor mij extra leuk om te vertellen. Heel Het verhaal van Vlaanderen houdt rekening met de mensen die vaak vergeten worden in de geschiedschrijving. Zowel in de tv-serie als in de strip of het boek is er aandacht voor de gewone mannen en vrouwen die hun steentje bijdroegen aan ons verleden.

Ik zag bijvoorbeeld dat je niet in de val bent getrapt om van Jan Breydel een hoofdfiguur van de Brugse Metten en de Guldensporenslag te maken. Dat is conform aan recent onderzoek. Hoe heb je die en waarschijnlijk nog andere ‘fake news’-feiten uit onze geschiedenis kunnen vermijden?

Door echt te gaan kijken naar wat de jongste onderzoeken aantonen. Het verleden is iets wat je snel kan romantiseren. Ook de val van het presentisme – dingen uit het verleden in een zodanig perspectief plaatsen dat het eigenlijk meer over ons vertelt dan over dat verleden – is bijzonder gevaarlijk. Ik heb geprobeerd dat te vermijden. Maar goed, ongetwijfeld kan het toch nog beter.

Vandersteenhumor

Wat wou je in de eerste plaats met de stripversie bereiken? Educatie? Entertainment? Inzicht?

Ik heb eerst en vooral mezelf willen amuseren! (lacht) Het is een combinatie van de drie dingen die je opsomt: het moet de lezer iets bijbrengen op een onderhoudende manier, en wie weet steekt die daar nog iets van op. In mijn kindertijd verslond ik stripverhalen en mijn favorieten waren de albums met een geschiedkundige insteek. Ik denk dat die invloed wel zichtbaar is. Je zal sowieso wat van de humor terugvinden waar bijvoorbeeld Willy Vandersteen goed in was. Mijn kinderen vinden dat dan weer van die typische vaderhumor

En om de vraag te stellen zoals televisiekok Piet Huysentruyt: wat hebben we geleerd uit Het verhaal van Vlaanderen?

Dat mensen handelen naar de omstandigheden waarin ze leven, met de middelen en inzichten waarover ze beschikken. En ik heb de bijzondere eer gehad om te vertellen over hoe de mensen dat hier in onze streken deden.

Ik heb strips verslonden. Ik behoor tot de generatie waarvoor er niet veel anders was dan strips. Van onze ouders mochten we immers niet veel naar televisie kijken. Ze hadden liever dat we buiten speelden. En daarnaast waren er natuurlijk strips. Ik heb alle Kuifjes gelezen, was ook fan van Suske en Wiske, las heel graag Asterix en Obelix én natuurlijk de Rode Ridder. Dat was voor mij wel de held. De avonturen die hij beleefde, maar ook natuurlijk de vele mooie vrouwen die in die verhalen rondliepen.

Tom Waes

Suske en Wiske en hun Verhaal van Vlaanderen

Suske en Wiske maken regelmatig tijdreizen naar het verleden van Vlaanderen. Denk maar aan albums als De raap van Rubens, De nerveuze Nerviërs, De knikkende knoken en Het schrikkelspook. In De geplaagde Plantijn bevinden onze vrienden zich in het Antwerpen van de 16de eeuw, een zeer fascinerende tijd. Dat vindt ook scenarist Peter Van Gucht.

Een pionier

Standaard Uitgeverij presenteert De geplaagde Plantijn in het kader van Het verhaal van Vlaanderen. Hoe is die betrokkenheid?

Peter Van Gucht: Het verhaal van Vlaanderen is een erg prestigieuze reeks waarbij niet op een cent gekeken werd. Bedoeling is hier groots mee uit te pakken om er een mooie, waardevolle reeks van te maken. Suske en Wiske sluit daar als strip mooi op aan. Heel wat avonturen van het olijke duo spelen zich af in onze rijke Vlaamse geschiedenis. Het voelde logisch aan om daar iets mee te doen. Ook persoonlijk ben ik erg geïnteresseerd in geschiedenis en ik kijk erg uit naar dat programma. Ooit wilde ik zelf archeoloog worden. Dat verklaart voor een stuk waarom ik het vak van scenarioschrijver heb gekozen. Die werken ook vaak met geschiedenis, al bedenk ik ze dan vaak zelf.

Je koos om een verhaal te schrijven over de Antwerpse drukker Plantijn. Wat trok je in hem aan?

Als bedenker van Suske en Wiskeverhalen is dat vooral zijn vrij avontuurlijke levensstijl. De man leverde drukwerk aan protestanten én katholieken in een tijd waarin dat op zijn minst gewaagd was te noemen. Dat was meteen de inspiratie voor het verhaal.

Maar ook als historische figuur vind ik hem interessant. Ik hou van de rijke historie van de stad Antwerpen en Plantijn hoort daar vanzelfsprekend bij.

Hij was een pionier in de boekdrukkunst, maar ook als uitgever kende hij een onwaarschijnlijk succes. Een selfmade man ook, begonnen als boekbinder die na een overval zijn job niet meer kon uitoefenen en dan maar besloot een drukkerij te beginnen in een verre, grote stad. Alsof wij vandaag naar New York zouden trekken om daar een bedrijf op te richten. Knappe gast.

Het centrum van de wereld

Heb je lang moeten grasduinen in de geschiedenis van Antwerpen, ook qua visuele documentatie?

Ja, ik vind dat ook nodig. Als we een verhaal op historische feiten baseren, moet het tot op zeker hoogte kloppen. Gelukkig is er heel veel informatie en documentatie te vinden over Antwerpen. De stad was toen zo’n beetje het centrum van de wereld. Nu moet je zo’n album niet gaan lezen als een historicus, want dan kom je bedrogen uit. De albums van Suske en Wiske zijn geen geschiedenisboeken. We proberen in de Studio alles zo accuraat mogelijk in beeld te brengen zodat je als lezer een goed idee krijgt van de stad in die tijd, maar het avontuur en de sfeer primeren. Het blijft fantasie, gebaseerd op waargebeurde feiten. Het kadert in de lange Suske en Wisketraditie de lezer in de eerste plaats een spannend avontuur te laten beleven. Daarbij steekt hij tegelijkertijd wat geschiedenis op, maar zonder dat die de bovenhand krijgt.

De teletijdmachine, ideaal natuurlijk om naar het verleden te reizen?

De teletijdmachine is een handig ding in de avonturen van Suske en Wiske. Vandersteen heeft ze enkel bedoeld als mogelijkheid om makkelijk avonturen te kunnen beleven in het verleden. Hij heeft zelf nooit met dat tijdreizen als gegeven willen spelen. Wie daar logica in zoekt, komt altijd bedrogen uit. Luc en ik hebben dat in onze reeks wel een paar keer geprobeerd, met enkele leuke albums als resultaat, maar nu dient die uitvinding weer gewoon als een soort tram.

Het is niet de eerste keer dat Suske en Wiske in het verleden duiken. Welke van hun ‘historische’ avonturen vond je zelf de meest opmerkelijke albums?

Mijn lievelingsalbum is De dolle musketiers. Een avontuur in de geschiedenis maar niet echt een historisch verhaal. Wat losjes gebaseerd op De drie musketiers. De ringelingschat vond ik ook geweldig. Dat speelde ik na op de speelplaats in de lagere school. (Ze dachten dat ik ze niet alle vijf op een rij had en dat is ondertussen nog steeds zo.) Maar ook hier is het meer legende dan een echt verleden. Het Spaanse spook blijft fantastisch om te lezen, maar als ik dan toch een echt historisch verhaal moet aanwijzen, kies ik voor De Tartaarse helm. Dat heeft het allemaal. Grafisch erg sterk, vol humor en uiteraard spannend. Ook de manier waarop onze helden naar het verleden reizen, via hypnose, vond ik heel fascinerend.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief