leesfragment

‘Het Boleyn Mysterie’ van Kathleen McGowan

Het langverwachte slot van de Magdalena-serie verschijnt op 20 augustus!

In de Tower of London wordt het lichaam gevonden van een onthoofde vrouw, verkleed als Anne Boleyn. Tegelijkertijd ontdekt journaliste Maureen Paschal -ze doet onderzoek naar Boleyn- tot nu toe onbekende details van haar leven. Er zijn vreemde parallellen tussen de moord en het onderzoek van Maureen, want de moordenaar lijkt wel erg goed op de hoogte te zijn van al haar ontdekkingen… Maar hoe krijgt hij die informatie? Dan verschijnt het lichaam van de volgende vrouw…

Het Boleyn Mysterie zit vol bekende historische en Bijbelse personages, eeuwenoude samenzweringen en bedrog. Lees hier alvast de eerste pagina’s van het vierde boek van Kathleen McGowan!

Proloog Lavaur, Occitanië

3 mei 1211

‘Satan heeft zich in Lavaur gevestigd. Maar vandaag zullen wij hem in Gods naam verdrijven!’

Simon van Montfort liep langs de oever van de Agout en lette er daarbij zorgvuldig op niet in de modder te blijven steken. Het was ongetwijfeld aan die voorzichtigheid van hem te danken dat hij tot aanvoerder van de Franse kruistochten was uitverkoren. Van Montforts opdracht luidde elk spoor van de heidense katharen in Occitanië uit te wissen. De adel, aan wie hij zijn benoeming te danken had, kon erop vertrouwen dat hij dit gespuis niet zou laten ontkomen. De woeste en wetteloze landstreek tussen Frankrijk en Spanje, beschermd door de Pyreneeën, was altijd een vruchtbare bodem geweest voor de ketterij. De katharen waren de vijanden van Rome en van alle goede katholieken.

Terwijl hij een denkbeeldig modderspatje van zijn tunica veegde, wendde Van Montfort zich tot zijn plaatsvervanger, Bouchard van Marly, een potige, chagrijnige man die met samengeknepen varkensoogjes de vesting aan de overkant van de rivier woedend in ogenschouw nam.

‘De modder hier is al net als die ketters: smerig, verraderlijk en hinderlijk.’ Marly spuugde vol afschuw in de rivier. ‘Ze hebben zo lang standgehouden als ze konden, maar nu is de bres geslagen en wij zijn al bijna door de muur gebroken. Vandaag is de grote dag. Was die bode uit Toulouse afkomstig?’

Van Montfort knikte en zijn linkermondhoek bewoog nauwelijks zichtbaar omhoog. Simon van Montfort was een man die zelden glimlachte, maar na een maand lang de weerbare stadsmuren van Lavaur te hebben belegerd, hadden zijn soldaten dan toch de zwakke plek gevonden. En net nu ze eindelijk door de muren van de ketterse vesting gebroken waren, was er een bode uit Toulouse gekomen met het goede nieuws dat er versterking op komst was. Voor Simon van Montfort een teken dat hij nog altijd in Gods gunst stond. Een geringere aanleiding had hem er nooit toe kunnen verleiden een zweem van emotie te tonen.

Een geringere aanleiding had hem er nooit toe kunnen verleiden een zweem van emotie te tonen.
‘Uiteraard komt Toulouse zijn verplichtingen na. We hebben per slot van rekening de heilige Dominicus Guzmán in ons legerkamp. Ze sturen vijfduizend man en paarden, nog voor het middaguur moeten ze hier arriveren. Vanavond zullen we kunnen drinken op de val van Lavaur en de verdrijving van de duivel.’

‘Zullen we de roem van Béziers doen herleven? Wat een belegering was dat!’ Bouchard van Marly wreef vergenoegd in zijn vlezige handen. Twee jaar geleden was bij een bloedbad in de stad Béziers bijna de volledige ketterse bevolking uitgeroeid, en wel op 22 juli, de feestdag ter ere van de hoer Maria Magdalena. Meer dan twintigduizend mensen waren door het zwaard om het leven gekomen. De opgedroogde bloedplassen in de straten van de stad waren er de stille getuigen van geweest. Het slachten was voor de soldaten een spel geworden en ze hadden weddenschappen afgesloten wie er in de kortste tijd de meeste slachtoffers kon maken. Dat in de hitte van het gevecht ook een paar onschuldige katholieken eraan hadden moeten geloven, hadden ze op de koop toe genomen. ‘Sla ze allemaal dood, God kent de Zijnen!’ Zo luidde niet alleen de strijdkreet van Béziers, maar inmiddels ook de officiële oorlogsstrategie. Lavaur was een toevluchtsoord voor de ketterse katharen, die merkwaardige geheime sekte die zichzelf christenen noemden maar weigerden zich loyaal te verklaren aan de heilige roomse kerk. Simon van Montfort leerde zijn soldaten dat de katharen wettelozen waren, verworpenen en, erger nog, godslasteraars. Hun geloof zondigde tegen Gods geboden zoals die door de heilige roomse kerk waren vastgelegd. De kruistocht was noodzakelijk om het katholicisme te beschermen.

Zoals de meeste kruisvaarders wist Marly eigenlijk niet precies waar de katharen in geloofden, maar dat interesseerde hem ook niet. Dat zijn kerk en zijn legeraanvoerder hen beschouwden als ketters en gevaarlijke godslasteraars volstond voor hem. Het katharendom breidde zich steeds verder uit en vormde een bedreiging van het enige ware geloof in Europa. Daarom moest het worden uitgeroeid.

Simon van Montforts reactie op Marly’s vraag over Béziers bestond in een schouderophalen, alsof het lot van een hele stad hem niet meer bezighield dan de vraag of hij wijn of bier zou drinken bij het eten. De verovering van Béziers was uitzonderlijk wreed verlopen, maar zijn soldaten was dat goed bevallen. Van Montfort zelf had vooral genoten van de naweeën van de slag. De ongewone stilte die er na de inname van een stad altijd hing, als al het leven was weggevaagd en de straten leeggeveegd leken, vervulde hem altijd met een gevoel van eerbied. De geur van bloed en ijzer was als een verdovende en heilige mengeling, al was er nog een andere geur waar hij nog meer van hield.

‘Ik dacht eerder aan een spektakel zoals we dat in Minerve hebben meegemaakt,’ antwoordde hij daarom.

Het was een feest voor alle zintuigen geweest toen de bodes van de Heer die vervloekte ketterzielen naar de hel hadden gestuurd.
‘Vuur!’ riep Marly genietend. Het afgelopen jaar hadden de kruisvaarders ter viering van de jaardag van Béziers honderdveertig katharen aan elkaar vastgeketend en bij levenden lijve op een enorme brandstapel in de kettervesting Minerve verbrand. Een indrukwekkend schouwspel. En dan die geur! Het was een feest voor alle zintuigen geweest toen de bodes van de Heer die vervloekte ketterzielen naar de hel hadden gestuurd.

Simon van Montfort wierp nog een laatste blik over de rivier op de ooit onneembare muren van Lavaur, terwijl hij inwendig alvast de toespraak voorbereidde die hij voor de aanval zou houden. Hij werd afgeleid door een aanblik die hem met afkeer vervulde. Iemand die duidelijk gezien wilde worden liep op haar gemak heen en weer over de vestingwal. Haar lange, koperrode vlechten glansden in de zon toen ze stilstond en in zijn richting keek. De vrouw dreef de spot met hem zoals ze dat elke dag van deze uitputtende belegering had gedaan. Een krenking die zijn bloed deed koken. Maar vandaag zou hij het haar betaald zetten.

‘We zullen eens zien hoe dapper jij nou echt bent als mijn zwaard op de keel van jouw volk rust,’ siste hij haar over de rivier toe. Toen richtte hij zich weer tot Bouchard van Marly.

‘Aangezien deze kettervesting zo buitengewoon weerzinwekkend is, moeten we aan Lavaur het meest drastische voorbeeld stellen waartoe we maar in staat zijn, vindt u ook niet?’

Marly spuugde ter bevestiging nogmaals in de rivier. ‘Lavaur verdient geen genade, want hun leider is de ergste ketter van allemaal.’

‘De ergste ketter van allemaal, zo is dat,’ bevestigde Simon van Montfort terwijl hij een laatste woedende blik op de burcht boven op de heuvel wierp.

‘Een vrouw.’

 

‘Breng de kinderen in veiligheid!’

Het gebeurde maar zelden dat dame Guiraude haar geduld verloor, maar ze moest de vrouwen de ernst van hun situatie duidelijk zien te maken. Tegelijkertijd wilde ze de angst niet meer dan nodig voeden. Het ging er haar alleen om zo veel mogelijk kinderen te redden. Als de belegering kritiek werd, zou ze geen tijd meer hebben om zich om de kleintjes te bekommeren. Dan zou hun redding enkel op de vrouwen neerkomen. Ze hadden zich op het ergste voorbereid, maar niemand had geloofd dat dat al zo snel te gebeuren stond.

De stad verlaten was onmogelijk, aangezien ze van alle kanten waren ingesloten door Van Montforts troepen.
In het kasteel stond de vrouwe van Lavaur een vol dozijn vrouwen ten dienste, die de opdracht hadden alle kinderen van de stad te verzamelen en in veiligheid te brengen. De stad verlaten was onmogelijk, aangezien ze van alle kanten waren ingesloten door Van Montforts troepen. De kruisvaarders lagen overal op de loer, zelfs in de rivieren, wachtend op een gelegenheid om de sterke muren te slechten. Het was alsof ze geteisterd werden door dolle ratten die zich met de dag vermeerderden. Maar dame Guiraude was een begenadigd leidster van haar volk, ze beschikte over een goed, strategisch denkend verstand en een al net zo goed hart. Dame Guiraude was een profetes, maar ze had haar voorspellende gaven niet nodig om te weten dat de aanval van de katholieke strijdkrachten zou worden verhevigd.

Onder de stad waren goed gecamoufleerde schuilkelders aangelegd, voorzien van voedsel- en watervoorraden, speciaal voor de vrouwen en kinderen. Sinds de bloedbaden van Béziers en Minerve wist dame Guiraude dat het nog slechts een kwestie van tijd was voordat ook haar fraaie stad zou worden aangevallen. Lavaur had zich ontwikkeld tot het grootste en snelst groeiende bolwerk van de katharen in Frankrijk, wat te danken was aan dame Guiraudes enorme inspanningen. Haar volk werd door buitenstaanders ‘katharen’ genoemd, een naam die was afgeleid van het Griekse woord voor ‘rein’, omdat hun geloofsvoorstellingen zouden afstammen van de aanhangers van Jezus in de eerste eeuw, zonder inmenging door de katholieke kerk en haar dogma’s. Zelf noemden de gelovigen zich niet zo, zij beschouwden zich niet als reiner dan andere mensen. Ze noemden elkaar eenvoudigweg ‘goede mannen’ en ‘goede vrouwen’.

Dame Guiraude stond nu voor de taak de goede vrouwen en hun kinderen in veiligheid te brengen. Na ruim een maand van onophoudelijke aanvallen had ze nu bericht ontvangen dat de muren van de stad in de komende nacht zouden worden doorbroken. Sinds Pasen hadden de stormrammen en katapulten op Lavaur ingebeukt, maar in de afgelopen uren had dame Guiraude een dreigende verandering opgemerkt. Ze wist dat het laatste, beslissende gevecht ophanden was. Die ochtend had ze haar gebruikelijke inspectieronde over de wallen ondernomen, want ze was niet van plan zwakte te tonen of zich door de soldaten te laten intimideren. Ze meende aan de overkant van de Agout Simon van Montfort in hoogsteigen persoon te hebben gezien. En het was een bekend feit dat de kapitein-generaal zich alleen zo ver buiten het legerkamp waagde als hij van plan was aan te vallen. Er was dus geen tijd meer te verliezen.

Met een luide knal vloog de deur open en dame Guiraudes oudere broer Aimery betrad het vertrek. Anders dan zijn tengere zus was Aimery groot van postuur, en zijn onvoorstelbare eetlust had dat postuur des te omvangrijker gemaakt. Alles aan hem straalde kracht uit, ook zijn stem.

‘Waarom zijn de vrouwen hier nog altijd?’ bulderde hij.

Guiraude keek hem geërgerd aan, maar haar antwoord klonk kalm als altijd. ‘Ze staan op het punt te vertrekken. Zeg hun vaarwel, broer.’ Ze benadrukte het woord ‘vaarwel’ als een grimmige vermaning dat ze elkaar waarschijnlijk voor het laatst zagen, in elk geval in het aardse rijk. De dood was onontkoombaar, hij was altijd het eindresultaat van een belegering. Want in alle jaren dat de kruistochten tegen de katharen nu al aanhielden, hadden die nog nooit gezegevierd. Ze predikten vrede en gemeenschap. Er waren weliswaar een paar goedgetrainde ridders onder hen uit de meest vooraanstaande families van Zuid-Frankrijk, maar de oorlog stond ver van hun harten en hun gemeentes. De goede mannen en vrouwen waren genezers en zielzorgers, leraren en leiders van hun lokale gemeenschappen, en ze waren niet opgewassen tegen de ervaren soldaten en huurlingen die doodden om te plunderen.

Aimery wist dat de stad nog geen uur stand zou kunnen houden tegen Van Montforts weerbare troepen.
Heer Aimery maakte een berouwvolle indruk. Hij omhelsde de vrouwen ten afscheid. Terwijl hij tevergeefs probeerde zijn bange voorgevoelens de kop in te drukken, wenste hij hun toe dat God hen zou behoeden. Aimery wist dat de stad nog geen uur stand zou kunnen houden tegen Van Montforts weerbare troepen. Het enige wat ze nu nog konden doen, was de veiligheid van de vrouwen en kinderen zo goed mogelijk waarborgen.

Aimery en zijn zuster Guiraude stamden af van de beroemde en geliefde Blanche de Laurac. Blanche stond in heel Occitanië bekend als de vriendelijkste en meest geleerde ‘parfait’, zoals de kathaarse wijzen werden genoemd. In de traditie van hun volk waren de vrouwen de leraren en de bewaarders van geheime kennis. Deze traditie dateerde al uit de tijden van de heilige Anna, de moeder van Maria en grootmoeder van Jezus.

In elke katharenvesting was een beeld te vinden van de heilige Anna, en daar had dame Guiraude de afgelopen nachten op haar knieën voor gelegen om haar voorspraak af te smeken. Ze had ook Maria Magdalena en Maria om bescherming aangeroepen, evenals haar eigen moeder, opdat deze samen met de heilige Anna de zielen van de gelovigen uit hun lichamen zou redden. Blanche de Laurac had haar kinderen bijgebracht de dood niet te vrezen: het lichaam was niet meer dan een vat voor de ziel op aarde en was uitwisselbaar. Alleen de ziel telde. De ziel was onsterfelijk en behoorde God alleen, en kon daarom ook niet worden gedood of door mensen aangeraakt. De dood van het fysieke lichaam diende zo veel mogelijk te worden gevierd, aangezien het de terugkeer betekende van de ziel naar zijn volkomen, goddelijke oorsprong.

Dame Guiraude was al wekenlang voorbereid op de terugkeer naar haar goddelijke oorsprong, en haar volk eveneens. Nu bad ze alleen nog om verzachting van de pijn en de gruwelen bij de overgang naar de andere wereld. In de afgelopen dagen had ze met veel liefde en verdriet afscheid genomen van haar vrouwen, die ze als zusters beschouwde. Ook hun kinderen stonden haar zo na alsof ze hun zelf het leven had geschonken. Tien jaar geleden was ze als Guiraude de Laurac, erfgename van het katharendom van de grote Blanche, naar deze stad gekomen om in het huwelijk te treden met de heer van Lavaur. In haar rol als nieuwe burggravin had ze de mensen van de stad verblijd met haar wijsheid, haar humor en haar buitengewone gulheid. Iedere reiziger werd uitgenodigd voor een maaltijd in het kasteel, iedereen die met vragen zat over de ware leer van de katharen was van harte welkom bij Guiraude en haar vrouwen. Ze richtte scholen en opvangplekken in en zorgde ervoor dat niemand in Lavaur eenzaam hoefde te zijn of honger hoefde te lijden.

Na de onverwachtse dood van haar man was dame Guiraude in zijn voetsporen getreden en had het ambt van stadhouder van Lavaur overgenomen. De cultuur van de katharen was doordrongen van de overtuiging dat vrouwen en mannen gelijk waren qua intelligentie en spiritueel leiderschap. Dit was de voornaamste reden waarom de paus de katharen verafschuwde. Guiraude was een bekwaam heerseres, maar niet overal in Occitanië waren vrouwen in machtsposities graag gezien. Het land was verdeeld tussen katharen en katholieken. Jarenlang hadden ze in vrede samengeleefd, tot de paus twee jaar geleden de kruistochten tegen de katharen had uitgeroepen. Guiraudes broer Aimery was met een klein ridderleger naar Lavaur gekomen om de stad zo lang mogelijk te beschermen.

Terwijl heer Aimery afscheid nam van de vrouwen, keek hij vanuit zijn ooghoek naar zijn zus. Ze omhelsde een van de jongere vrouwen, een weeskind dat al als klein meisje bij haar was gekomen. Guiraude fluisterde troostende en bemoedigende woorden in haar oor.

Kon ik haar er maar toe bewegen met de anderen een schuilplaats te zoeken, dan zou ze kunnen overleven en onze leer kunnen doorgeven.
Wat lijkt ze toch op onze moeder, dacht Aimery. Kon ik haar er maar toe bewegen met de anderen een schuilplaats te zoeken, dan zou ze kunnen overleven en onze leer kunnen doorgeven. Ze is onze grootste schat, ik moet alles op alles zetten om haar te beschermen.

Guiraude keek hem scherp aan alsof ze zijn gedachten had geraden. Terwijl de laatste vrouw het vertrek verliet, schudde ze pertinent haar hoofd.

‘Nee, Aimery. Vraag me dat niet nog een keer. Ik ben de stadhoudster van Lavaur en zal me niet verstoppen voor de onderdrukkers van mijn volk. Dat kan ik niet. Ik zal aan de zijde van jou en die van je ridders staan en ik zal deze plek tot aan mijn laatste ademtocht verdedigen. Ik wil de soldaten afleiden van de schuilplaatsen van de vrouwen en kinderen om zo veel mogelijk van hen te redden.’

‘Je weet dat ook veel burgervrouwen weigeren zich te verschuilen? Ze weigeren hun huizen te verlaten. Je hebt hun een gevaarlijk voorbeeld gegeven.’

Guiraude knikte. ‘Maar dat is hun eigen beslissing, net als bij mij. Als zij blijven en Lavaur willen verdedigen, dan is het niet aan mij hen tot iets anders te dwingen. Ik heb beschermd wie ik maar kon beschermen. Voor diegenen die blijven, kunnen we alleen maar om Gods hulp smeken, dat Hij ons allemaal zo snel mogelijk naar de betere wereld zal leiden.’

Overzicht

Kathleen McGowan

Het Medici Mysterie

Na de controversiële publicatie van haar zoektocht naar het evangelie van Jezus Christus, Het Boek der Liefde, duikt journaliste Maureen Paschal opnieuw de geschiedenis in, omdat haar geliefde Bérenger Sinclair een link blijkt te hebben met Lorenzo de Medici. In hun zoektocht ontrafelt Maureen de kunstwerken van de grote meesters en vrienden van de Medici's: Donatello, Botticelli en Michelangelo. Ze vindt aanwijzingen naar de legende van Longinus Gaius, de Romeinse soldaat die Jezus met zijn speer stak. Zou deze Romein, gedoemd om eeuwig te leven, iemand kunnen zijn die ze kent? Zou zijn beruchte Speer van het Lot, zelfs door Hitler gezocht, de sleutel kunnen zijn voor Bérengers lot? Terwijl Maureen en Bérenger haastig op zoek gaan naar antwoorden, worden ze achtervolgd door iemand die de eeuwenoude bloedvete voor altijd wil beëindigen...

De pers over Het Medici Mysterie :

'Geboeid door de kunst en geschiedenis geeft ze [McGowan] historische personen een gezicht in haar boek. [...] Een zorgvuldig gedocumenteerd, met passie geschreven historische roman.' - HDC Media

'McGowan gist maar. Maar dat doet ze op zo'n voortreffelijke en meeslepende manier, dat je haar maar al te graag wà­l geloven. [...] Een beproefd recept. Maar McGowan weet er een gerecht van te maken dat veel smakelijker is dan alles wat Dan Brown heeft geschreven.' - BOEK

'Het verhaal over de Medici's, met niet alleen Botticelli, maar ook Leonardo Da Vinci, en Savonarola en anderen als bijfiguren is als een fascinerend herschrijven van de geschiedenis. Het blijft fictie, maar de schrijfster heeft terdege onderzoek verricht en gebruik gemaakt van de feiten zoals die bekend zijn. Als een ketting grijpen de verhaallijnen steeds in elkaar, en op deze manier heeft Kathleen McGowan weer een indrukwekkende thriller geschreven. [...] Een genot: geschiedenis, liefde en verraad, en vooral veel spanning!' - Leestafel.info

Lees méér.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief