leesfragment

LEESFRAGMENT: de spannende sf-thriller ‘Rode nevel’ van Dirk Speelman

Hoe zou onze wereld eruitzien in 2054? Prof. dr. Dirk Speelman beschrijft in zijn razend spannende thriller Rode nevel een mogelijk scenario voor onze toekomst, gebaseerd op zijn eigen onderzoek.

2054. De vraag is niet meer of we de strijd tegen het op hol geslagen klimaat zullen verliezen. De vraag is wanneer. Terwijl zowat de hele wereld op deze nieuwe werkelijkheid met verslagenheid en gelatenheid reageert, wordt in Brazilië in recordtempo gebouwd aan Space Valley. Een kilometerslange aaneenschakeling van nieuwe bedrijven en onderzoekscentra rond ruimtevaart.

Op een gegeven moment, in een van de studentenpubs op de campus van het IISS, de prestigieuze universiteit in het hart van Space Valley, komt een jonge vrouw in onduidelijke omstandigheden te overlijden. En dan begint voor inspecteur Ana Díaz een moeizame zoektocht naar de waarheid…

Dirk Speelman is apetrots op zijn debuut. Ontdek onder de foto alvast het eerste hoofdstuk van het boek!

Donderdag 26 maart, 2054, 21:54

Initiatierituelen zijn van alle tijden. Anno 2054 was de campus van het IISS een van de meest op de toekomst gerichte plekken ter wereld, maar ook daar viel niet te ontsnappen aan de eeuwenoude traditie van de studentendoop.

Zoals alle donderdagavonden was het immens druk in de International Pub for Slow Pleasure. De wekelijkse liveoptredens in deze zaak waren een begrip in studentenkringen. Elke donderdagavond, vanaf negen uur, kon je er de beste jonge muzikanten van Rio en omstreken aan het werk zien. Er was voor elk wat wils: van internationaal populaire genres zoals de Beijing blues tot lokale rages zoals de slow bossa.

Ward, Lucas, Yama en Fen kwamen vandaag niet om van de muziek te genieten. Zij kwamen voor wat er nu aan het gebeuren was, tussen de muziekacts in. Een vrouw stond op het podium en sprak de menigte toe:

Het woord is in
Het scheppende water
Het woord is in
Het voedende vuur
Het woord is in
De gulden nevel
Het kolkende water zingt
De sirenen luisteren
En fluisteren mee
De vurige vlammen spreken
En verlichten onze geest
Een tipje van de sluier
Het woord is in
De gouden storm
Een seconde voor haar
Een eeuwigheid voor ons

De frêle, jonge vrouw leek veel te klein voor het grote podium en de drukte in de pub maakte het moeilijk om haar woorden te verstaan, maar ze sprak met een kalmte die verraste en die de aandacht trok. Haar blik leek naar binnen gekeerd terwijl ze onverstoord haar monoloog voortzette.

De oude ziel
Ziet zonder ogen
En spreekt zonder stem
Wij jonge zielen
Zo gelijkend
Maar ook zo anders
Onze ogen zijn open
Maar we zien
Nog niet
Onze stem is luid
Maar spreken doen we
Nog niet

Niet in deze pauze, hadden de vier studenten beslist, maar de volgende. Eerst ons nog wat moed indrinken, hadden ze afgesproken. Ze waren nog niet helemaal klaar om voor schut te staan voor een publiek van misschien wel honderd mensen. Hun doopopdracht bestond erin om met zijn vieren, uitgedost in een weinig verhullende carnavalsoutfit, een hele pauze lang extatisch te dansen op de teksten van de ‘pity-yah’. Tot overmaat van ramp zou hun optreden integraal gefilmd worden.

De eerste week van het academiejaar was ze voor het eerst opgedaagd in de pub en sindsdien was ze elke donderdag-avond van de partij.

Pity-yah, zo werd de vrouw op het podium door de studenten genoemd. De eerste week van het academiejaar was ze voor het eerst opgedaagd in de pub en sindsdien was ze elke donderdagavond van de partij. Niemand leek haar persoonlijk te kennen, maar sinds die eerste donderdag wist iedereen wie ze was. Tijdens elke pauze klom ze op het podium om haar monologen af te steken. Ze liet geen enkele pauze voorbijgaan en praatte de hele pauze vol. Telkens waren haar woorden even bevreemdend.

Aanvankelijk had het personeel van de pub niet geweten hoe om te springen met de vrouw. Ze hadden haar gevraagd om ermee op te houden, wat ze ook onmiddellijk had gedaan. Maar de volgende pauze stond ze er gewoon opnieuw. En ook na de volgende verzoeken om ermee te stoppen had ze dat meteen gedaan, om de eerstvolgende pauze weer opnieuw te beginnen.

Omdat het publiek niet negatief reageerde op deze intermezzo’s hadden de uitbaters haar uiteindelijk laten begaan. De vrouw leek zelfs steeds meer fans aan te trekken, al liepen de meningen over de artistieke kwaliteit van haar performance, en zelfs over haar mentale gezondheid, sterk uiteen.

Met studentikoze openheid hadden de studenten haar aanwezigheid aanvaard, maar tegelijk hadden ze, met even studentikoze directheid, al snel een niet zo milde bijnaam bedacht. Omdat ze een beetje klonk als een orakel, maar dan, in de ogen van de studenten, als een zielige, beklagenswaardige versie van een orakel, werd haar de naam pity-yah toegedicht. De naam was bedoeld om een beetje te klinken als Pythia, maar nog veel meer als ‘(I) pity you’.

‘Volgens mij is ze compleet gestoord’, was Wards genadeloze oordeel. ‘We gaan ons hier onsterfelijk belachelijk maken. Waarom moet dit ook op video? En wat ik vooral niet begrijp, waarom de carnavalsoutfit? Ten eerste, carnaval is voorbij. En ten tweede, hebben de mensen hier dan geen respect voor hun eigen tradities? Moet dit nu echt in het belachelijke worden getrokken?’

‘Ik geloof beslist’, reageerde Yama, ‘dat Brazilianen heel veel liefde en respect hebben voor hun tradities. Maar zoals ik hen ken, zijn ze tegelijk ook allergisch voor al te veel ernst. Ze verkiezen te leven met een glimlach en een knipoog. En wees gerust, vandaag wordt er niet met carnaval gelachen, maar met ons.’

Lucas was de enige Braziliaan in het gezelschap en was dus per definitie de autoriteit van dienst voor Braziliaanse aangelegenheden zoals carnaval.

‘Zo is het helemaal’, beaamde Lucas. ‘Ik ben een grote fan van het carnaval van Rio, maar ik zie er wel de humor van in als niet een of andere lokale schoonheid, maar onze Ward hier met een grote pluim aan zijn achterste paradeert en ronddartelt. In theorie begrijp ik ook dat het humoristisch kan zijn als ikzelf in zo’n pak sta te dansen, al moet ik bekennen dat ik wat meer moeite heb om dat ook in de praktijk grappig te vinden. Misschien na nog een caipirito of twee, drie.’

Lucas was de enige Braziliaan in het gezelschap en was dus per definitie de autoriteit van dienst voor Braziliaanse aangelegenheden zoals carnaval. ‘Ik denk niet dat ik zou willen betalen om naar een optreden als het onze te komen kijken, maar ik zou er zeker wel mee kunnen lachen.’

‘Maar zo’n doop zou toch wat meer niveau kunnen hebben’, onderbrak Ward. ‘Luister eens hoe die vrouw spreekt. Waardeloze, zweverige nep-poëzie. Daar kun je ook een interessantere opdracht aan koppelen. Wat dacht je van: schrijf een computerprogramma dat automatisch zinnen genereert in pity-yah-taal. Weet je wel, zoals dat oude computerprogramma dat automatisch het jargon van bekende filosofen imiteerde? Daar zou ik me wel aan willen zetten.’

‘En waarin precies zou dan de humor zitten?’ vroeg Lucas. ‘Daar draait het toch om bij zo’n doop? We hoeven ons hier niet te bewijzen, hé. We moeten juist aan den lijve ondervinden dat we nog helemaal niets bewezen hebben, dat we er nog maar aan beginnen.’

‘Ben jij katholiek?’ vroeg Ward.

‘Agnosticus, als je het echt wilt weten’, zei Lucas. ‘Maar mijn ouders zijn katholiek, ja. Hoezo?’

‘Wel dan,’ antwoordde Ward, ‘zo’n katholieke doop, hoort daar humor bij? Dat hoeft toch helemaal niet?’

‘Ward toch,’ onderbrak Yama, ‘hoe drukker je je erin maakt, hoe zwaarder het je zal vallen. Hier, drink en denk aan je vaderland, welk land dat ook mag zijn.’

Even leek Ward ook daar iets op te willen zeggen, maar dan nam hij ostentatief zijn glas en dronk gretig, ad fundum.

De pity-yah was ondertussen gestopt met spreken en de leden van Jobim-Bo, een erg populaire lokale band, verschenen onder luid applaus op het podium. Dit zou dus een halfuurtje slow bossa worden. Ambiance verzekerd. De dansvloer stond al vol voor de eerste noot weerklonk. De bandleden staken van wal met hun recentste hitje, Da mi basia mille! Twee akkoorden later was de menigte een en al beweging. Heel traag, uiteraard, maar o zo vloeiend.

Twee akkoorden later was de menigte een en al beweging. Heel traag, uiteraard, maar o zo vloeiend.

‘Die titel van dat nummer, dat is toch Latijn, niet?’ vroeg Fen, het vierde lid van het gezelschap. ‘Waarom doen ze dat eigenlijk, zo’n dode taal in hun titel?’

‘Ja, Jobim-Bo heeft zo verschillende nummers. Misschien omdat het aan het IISS allemaal begonnen is met dode talen?’ probeerde Ward.

‘Volgens mij zit daar niets anders achter dan een flauwe woordspeling’, zei Lucas. ‘Het IISS, Space Valley, de slow bossa, allemaal voorbeelden van de latin revival, niet? Die Latijnse titels zijn gewoon een revival van het oer-latin’.

‘Ah, ja, behoorlijk flauw’, vond Ward.

‘Het is toch ongelooflijk dat alles hier dertig jaar geleden begonnen is met een doorbraak in onderzoek naar dode talen, niet?’ zei Lucas.

‘Ja’, beaamde Yama enthousiast. ‘Dit is ondertussen wel hét schoolvoorbeeld van serendipiteit.’

‘In die tijd was deze hele vallei een ondoordringbare wildernis’, ging Lucas verder. ‘Nu ligt hier Space Valley, van hier tot in Rio. Het is vooral een succesverhaal van slow science.’

‘Ja, zeg maar gerust de moeder van alle succesverhalen’, beaamde Ward.

‘Slow science leidt tot economische bloei. De weg is misschien lang en bochtig, maar de kans op uiteindelijk succes is substantieel’, zei Lucas nog.

‘Zeker,’ zei Ward, ‘waar ik vandaan kom, hebben ze het nog altijd niet begrepen. Nergens wordt er meer gepubliceerd dan in Europa, en nergens worden er meer proefschriften afgeleverd. Maar hoe? Voor elk half idee een nieuw artikel en verder vooral veel herhalen en op veilig spelen door telkens dezelfde platgetreden paden te bewandelen en de succesformules uit het verleden te herhalen. Logisch, want iedereen wordt keihard afgerekend op aantallen. Alsof een universiteit een autofabriek is die zo veel mogelijk auto’s, nu ja, publicaties, van de band moet doen rollen. Zo kortzichtig! Wel, de verantwoordelijke beleidsmakers mogen blij zijn. Ze hebben geoogst wat ze gezaaid hebben. Massa’s publicaties die doorslagjes zijn van elkaar. Terwijl de kern van goed onderzoek juist is dat het meer is dan bandwerk. Resultaat: het aantal opmerkelijke inzichten dat de laatste twintig jaar uit die hoek is gekomen… ik kan ze op één hand tellen. En dan ben ik nog heel mild.’

Alsof een universiteit een autofabriek is die zo veel mogelijk auto’s, nu ja, publicaties, van de band moet doen rollen.

‘Wisten jullie dat Rafael, mijn broer, dit jaar als PhDstudent is begonnen? Nog wel op een project over Rosettacode. Een hele eer dat hij die positie kreeg’, zei Lucas.

‘Als informaticus?’ vroeg Ward.

‘Nee, Rafael heeft taalkunde gestudeerd.’

‘Jammer.’

‘Hoezo?’

‘De detectie van Rosettacode is toch pure informatica?’

‘Het Rosettaproject was opgezet om oude talen te ontcijferen.’

‘Ja, maar daar is nooit iets van gekomen.’

‘In het project van Rafael is het de bedoeling om die oorspronkelijke draad van het “ontcijferen” weer op te pakken, in het bijzonder voor die oude talen.’

‘Als dat maar geen weggegooid geld is. Er zal wel een goeie reden zijn waarom men daar destijds mee gestopt is.’

‘He, jongens,’ riep Yama, ‘de nerdometer aan deze tafel is net in het rood gegaan. Moeten jullie je niet wat meer als gewone, gezonde jonge kerels gedragen? Alles wat vrolijk houden? Een beetje kijken naar het vrouwelijk schoon op de dansvloer? Een niet al te zwaar onderwerp aansnijden? Voetbal misschien? Wie is een bedreiging voor Brazilië op het volgende WK? Of muziek?’

‘In elk geval, Ward,’ zei Lucas nog, ‘als je onderzoeksambities zou hebben, dan moet je misschien nog wat sleutelen aan je mentaliteit. Aan het IISS draait alles rond openheid van geest en interdisciplinaire samenwerking. Als je…’

‘Wees niet te hard, Lucas’, onderbrak Fen. ‘Ward is gewoon gespannen. Dat hele doopgedoe.’

‘Ja, sorry, Lucas. Ik vind het echt wel knap dat je broer op zo’n project mag werken. En ik hoop inderdaad dat deze avond snel voorbij zal zijn. En dat er iets misgaat met de opname.’

Ik hoop inderdaad dat deze avond snel voorbij zal zijn. En dat er iets misgaat met de opname.

Fen bood aan om nieuwe drankjes te gaan halen. Een volle tien minuten en een heroïsche tocht door de jungle van de dansvloer later verscheen ze weer aan hun tafeltje met vier nieuwe caipirito’s. Het viertal dronk en probeerde een luchtige conversatie te voeren. Dat lukte even, maar niet lang. Na een tijdje zakte de gezelligheid helemaal weg. De naderende vernedering hing in de lucht. De zangeres van Jobim-Bo gooide haar blonde pruik in het publiek en kondigde hun laatste nummer aan. Tijd om de toiletten op te zoeken en de outfit van de schaamte aan te trekken.

Lucas kwam als eerste terug uit de toiletten. Het was een hele worsteling geweest met het veel te strakke pakje en dat terwijl er geen grammetje vet aan zijn lijf zat. Ze hadden echt onmogelijke outfits meegekregen. Ai, ai, wat moet dat niet zijn bij Ward, bedacht hij. Ward was van het eerder mollige type. Lucas zat in over zijn vriend.

Om Yama en Fen maakte hij zich geen zorgen. Beide meiden konden om het even wat gracieus dragen. Als de ogen zo dadelijk op Yama en Fen gericht zouden zijn, reken dan maar dat het met goedkeuring en interesse zou zijn, meende Lucas. Ward daarentegen had zich misschien niet onterecht druk gemaakt. Hem zouden wel eens wat minder milde en goedkeurende blikken te beurt kunnen vallen.

Fen en Yama kwamen samen uit de damestoiletten en liepen naar hem toe. Nu alleen Ward nog. Het duurde nog een hele tijd, maar uiteindelijk, net op het slotakkoord van het optreden van Jobim-Bo kwam ook hij uit de toiletten. Zijn hoofd was knalrood. Alle vier hadden ze, zoals afgesproken, een laken om zich heen geslagen. Dat maakte hen niet echt onopvallend, maar zo bleef hun outfit toch nog verborgen tot het begin van hun act.

De pity-yah stapte naar het midden van het podium en keek verwilderd de zaal in. Ze leek te aarzelen. Is dat angst in haar ogen, vroeg Lucas zich af. Zou ze ons opgemerkt hebben en vermoeden dat we haar monoloog gaan verstoren? Ze begon te spreken.

Mijn ogen zien spiegels

Mijn oren horen echo’s

De ziel is afgesloten

Mijn hoofd is vol

Ze klinkt opgejaagd, dacht Lucas. Dat was daarstraks niet zo. Ze heeft ons door. Maar nu kunnen we niet terug. Ik moet nu aandachtig zijn. Wachten op het teken. En het afgesproken teken kwam. Iemand op de derde rij stak een arm in de lucht: de camera loopt, tijd voor actie.

De nacht grijpt

Om zich heen

Verstikkend zwart

De pity-yah sprak luider dan daarvoor. Oké, iedereen had het signaal gezien. Bijna gelijktijdig wierp het viertal het laken van zich af en samen liepen ze naar het podium. Huppelend, niet allemaal even elegant, met de armen rondzwierend als losgeslagen wieken. Zoals te vrezen was, hadden ze meteen de aandacht van het publiek.

Beelden zonder ziel

Ziel zonder lichaam

Gekmakende woorden

De pity-yah riep steeds luider. Ze stonden nu alle vier op het podium. Gewoon doorbijten, dacht Lucas, en dan is het weldra voorbij. Wat moet ik doen? Hoe beeld je een ziel zonder lichaam uit? Of gekmakende woorden? Ach, wat we ook doen, we staan sowieso voor gek. Hij huppelde maar wat rond en zag dat de anderen zich net zo onhandig gedroegen als hij.

Gevaar!

De duisternis komt!

De duisternis komt!!!

De pity-yah krijste zich de keel schor. En dan stopte ze plots en zweeg. Het viertal aarzelde. Vertwijfeld keken ze naar de kleine vrouw die tussen hen in stond. Ze stond nu stokstijf en keek in panische angst voor zich uit. Toen schreeuwde ze. Een ijzige kreet die door merg en been drong. Een veel te luide oerkreet voor zo’n kleine persoon. De kreet leek te blijven duren. Tot de vrouw de ogen sloot, instortte en levenloos op de grond bleef liggen.

 

Verder lezen? Bestel hier je exemplaar of het e-book van Rode nevel:

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief